Schaken voor de kunst

H ikaru Nakamura zei over zijn kortstondige samenwerking met Gari Kasparov dat hij nooit een schouderklopje kreeg en dat hij het gevoel had dat er een gorilla van 800 pond op zijn rug zat. Hij verzachtte het een beetje door te zeggen dat dit een vaste Amerikaanse uitdrukking is, maar aardig klonk het toch niet, niet voor Kasparov en ook niet voor gorilla’s.

De Amerikaanse kunstenaar Dorothea Tanning maakte in 1989 een serie pastels die je in de geest van het surrealisme zou kunnen beschrijven als de toevallige ontmoeting van een gorilla en een fiets. Zij schreef vriendelijker over de gorilla: „Zijn blik, dieper dan oceanen, verder dan de planeet zelf; een blik van beschuldiging en verontschuldiging, die zich in mij, de fiets, verspreidt als een smetvlek langs gebroken lijnen van wiel en stuur, die zich verschrompelend excuseert.” Arme gorilla.

Dorothea Tanning, die op 31 januari overleed op de gezegende leeftijd van 101 jaar, werd tijdens haar leven vaak de laatste surrealist genoemd. Er werd mee bedoeld dat dat zij de laatste overlevende was van de groep van geestverwanten die sinds de jaren twintig van de vorige eeuw eerst in Europa en later ook in Amerika furore maakte. Ze was in de tweede helft van haar leven niet blij met het etiket surrealist, dat ze vergeleek met een onverwijderbare tatoeage met de naam van een geliefde van lang geleden.

In 1942 werd zij in haar atelier in New York opgezocht door Max Ernst, een van de Europese kunstenaars die Europa waren ontvlucht. Max Ernst zag een schaakfoto aan de muur, dus ze gingen schaken. De volgende dag kwam Ernst terug om nog meer te schaken. Hij trok bij haar in, hoewel hij toen nog getrouwd was met Peggy Guggenheim, en ze bleven samen tot zijn dood in 1976.

De dadaïsten, de surrealisten en de mensen die er omheen hingen, schaakten bijna allemaal, maar hoe goed konden ze het? Van Marcel Duchamp, die in internationale toernooien speelde, weten we hoe sterk hij was. Hij schaakte vaak met zijn vriend Man Ray, dus je zou denken dat die er ook wel wat van kon, maar bewijzen zijn er niet.

In januari 1945 speelde George Koltanowski in New York een blindsimultaan tegen zeven grootheden van de beeldende kunst. Duchamp speelde niet mee, maar voerde de zetten van Koltanowski op de borden uit. Onder de tegenstanders waren beroemdheden als Ernst, Tanning, en Alfred Barr, de eerste directeur van het MOMA. Koltanowski won met 6,5-0,5.

De partijen zijn verloren gegaan, of misschien vond niemand het de moeite waard om ze op te schrijven. Koltanowski heeft over allerlei onbetekenende blindvoorstellingen geschreven, maar voor zover ik weet niet over die tegen de kunstenaars. Ook hij vond het blijkbaar niet belangrijk.

Er zijn natuurlijk honderden partijen van Duchamp bekend, maar van zijn kunstenaarsvrienden is er bijna niets. Ik ken maar één partij.

In 1917 waren er in New York twee blaadjes van de avant-garde van de beeldende kunst, 391 van de Franse kunstenaar Francis Picabia en The Blind Man van Duchamp, Henri-Pierre Roché en Beatrice Wood. Roché, een van de beste vrienden van Duchamp, was een Franse diplomaat. Hij en Duchamp deelden Wood als vriendin, een beetje zoals in de roman die Roché later zou schrijven, Jules et Jim, bekend geworden door de film van François Truffaut.

Picabia vond dat er een blad teveel was en daagde Roché uit voor een schaakpartij. Wie verloor, zou zijn blad opheffen. Die partij is wel voor het nageslacht bewaard.

Wereldkampioen Emanuel Lasker keek graag naar partijen van beginnende schakers, om te zien hoe ze dachten. Dat moet u nu ook maar eens doen.

In het begin lijkt het op dammen en de en-passantregel lijkt beide spelers onbekend. Wit geeft zomaar een stuk weg en zwart later nog meer. Probeerden ze er een dadaïstische grap van te maken, of konden ze echt niet beter? Ik denk het laatste, want het waren speelse geesten die hun spel ernstig namen. En bovendien, er stond ook wel iets op het spel.

Picabia won en het knoeipartijtje had het gevolg dat The Blind Man werd opgeheven.

Francis Picabia - Henri-Pierre Roché, New York 1917

1. h4 e5 2. d3 d5 3. h5 d4 4. e3 f5 5. e4 f4 6. g3 g5

Zie diagram linksonder.

Het lijkt wel een damdiagram, met boven en beneden nog wat verdwaalde schaakstukken. Misschien omdat en passant slaan niet mag bij dammen, wordt zwarts laatste zet niet met 7. hxg6 beantwoord. 7. gxf4 gxf4 8. Lh3 Pc6 9. Lxc8 Txc8 10. Pf3 Df6 11. c3 Td8 12. Db3 b6 13. cxd4 Pxd4 14. Pxd4 Txd4 15. Le3 fxe3 16. fxe3 Tb4 17. Da3 a5 18. Dc3 Ld6 19. Dc6+ Ke7 20. Pc3 Kf7 21. Pd5 Pe7 22. Dd7 Dg5 23. Tf1+ Kg7 24. Kd2 Txb2+ 25. Kc3 Tf8 26. Tg1 Dxg1 27. Txg1+ Kf7 28. Tf1+ Kg7 29. Dg4+ Pg6 30. Txf8 Lxf8 31. Kxb2 Kh6 32. hxg6 hxg6 33. Dh3+ Kg7 34. Pxc7 Zwart gaf op.

    • Hans Ree