Roemenen laten zich ‘het enige dat werkt’ niet afnemen

De succesvolle inzet van de brandweer voor ziekentransport dreigde te worden teruggedraaid door de Roemeense regering. Ondanks het bitterkoude weer leidde dit voor het eerst in jaren tot massale betogingen, onder het motto ‘maak niet het enige kapot dat werkt in dit land’.

Boekarest. - Bij de ambulance-ingang van het Elias ziekenhuis in het noorden van de Roemeense hoofdstad Boekarest komen rond elf uur ’s avonds almaar patiënten binnen. Op een brancard worden ze uit de vrieskou het staatsziekenhuis ingerold.

Verpleger Marius Ceausel en chauffeur Constantin Tutuianu komen met een 63-jarige vrouw met een gebreid mutsje. Ze is uit haar huis in een ingesneeuwde buitenwijk gehaald. Ze heeft koolmonoxidevergiftiging, door dampen van een lekkende schoorsteenpijp.

Tutuianu parkeert de wit-blauwe ambulance naast een Smurd, een rode wagen met lichtgevend gele streep waar mannen met rode petjes met klep uitkomen: brandweermannen met een korte medische training, die uitrukken bij nood in de omgeving van hun kazerne. De Smurds zijn een van de meest succesvolle hervormingen in Roemenië de afgelopen jaren.

Als Roemenen 112 bellen voor noodhulp moet de telefonist kiezen. Een traditionele ambulance met hoogopgeleid medisch personeel, of een Smurd? Als het aan de patiënten ligt is die keuze snel gemaakt. Een Smurd graag.

De Smurd-dienst, opgezet door Raed Arafat, een tot Roemeen genaturaliseerde Palestijnse arts, is een ijzersterk merk. Het staat voor snel en betrouwbaar. Voor nieuw en modern. Voor gedisciplineerd door het leger, in plaats van geïnfecteerd door de corrupte staat. „Ze zijn gewoon veel sneller”, zegt Simona Bolahan, het nichtje van de vrouw met koolmonoxidevergiftiging.

Toen de regering begin dit jaar een wetsvoorstel voor hervorming van de gezondheidszorg naar het parlement stuurde waarin werd getornd aan de Smurds, verzette Arafat, onderminister voor Volksgezondheid, zich daar fel tegen.

Dat leidde tot een scheldkanonnade tegen hem op tv van president Traian Basescu. Die belde persoonlijk live in een uitzending in van Realitatea tv. De president maakte onderminister Arafat uit voor leugenaar.

Daarop stapte Arafat op. Buiten de regering kon hij tenminste wel kritiek leveren op privatiseringen in de gezondheidszorg.

Onder het motto ‘maak niet het enige kapot dat werkt in dit land’ kwamen Roemenen daarna voor het eerst in jaren massaal in opstand. Met grote gevolgen. Geschrokken van de heftige rellen haalde Basescu bakzeil en schortte zijn hervorming van de zorg op. Hij gaf Arafat zijn baan terug.

En deze week besloot Basescu tot ingrijpende wijzigingen binnen de regering. Premier Emil Boc, is vervangen. Diens opvolger, Catalin Predoiu, de achttalige ex-chef van de inlichtingendienst, beloofde bij zijn aantreden in de eerste plaats voor stabiliteit te zorgen. Maar de betogingen gaan gewoon door, al zijn ze, bij nachttemperaturen, van min twintig tot min dertig, een stuk kleiner.

Waarom ze niet ophouden, wordt duidelijk tijdens een nacht met de ambulances in de koude stad. Rond half een gaan Ceausel en Tutuianu af op een melding van een vrouw die buiten bewustzijn zou zijn geraakt. Coma, staat bij de omschrijving, dat betekent urgent. Tutuianu, die al 32 jaar op de ambulance zit, rijdt verbeten, maar echt snel rijden is moeilijk op straten met opgevroren ijsbulten van soms tientallen centimeters dik.

In het huis ligt de vrouw op de bank, omringd door bezorgde familie in veelkleurige pyjama’s. Ze komt langzaam bij en lijkt te schrikken van de vraag van verpleger Ceausel of ze naar het ziekenhuis wil. „Niet naar het ziekenhuis, laat ze me niet naar het ziekenhuis brengen”, dringt ze aan terwijl ze de arm grijpt van een van de vrouwelijke familieleden.

Staatsziekenhuizen, waarmee de ambulances en Smurds werken, zijn synoniem voor slecht onderhouden oude gebouwen zonder lift. Voor slechte bedden en onderbetaalde en overvraagde artsen en verpleegsters, die alleen tijd maken als je hun inkomen onder de tafel wat spekt. Voor zelf verband en toiletpapier meebrengen. Wie het zich kan veroorloven gaat naar een privéziekenhuis.

De ambulancezorg in samenwerking met de Smurds is dankzij Arafat de rest van de gezondheidszorg in Roemenië mijlenver vooruit, zegt dokter Cristian Grasu, die de leiding heeft over het centrum waar alle noodoproepen uit Boekarest en omgeving binnenkomen. Hij zit achter een rijtje computerschermen. Op de muur is een digitale kaart geprojecteerd waarop te zien is welke ambulance waar is.

De kleuren in het scherm, rood voor urgent, geel voor een beetje urgent en groen voor kan wachten, tonen de tekorten. Er zijn een stuk meer hulpverzoeken dan medische teams. De wachttijden lopen uren op voor minder dringende gevallen.

Op de parkeerplaats staan moderne ambulances. Met steun van de Wereldbank zijn ook de eerste hulpafdelingen gemoderniseerd, vertelt Grasu trots. Maar hij heeft geen mensen. Vorig jaar alleen al vertrokken tien van de 85 eerstehulpartsen, naar Irak, Zweden, Italië zegt hij. „Hoe kan ik tegen ze zeggen dat ze moeten blijven, met een salaris van 500 euro?” Verpleegsters verdienen de helft minder. Van de 265 namen er afgelopen jaar ruim veertig ontslag.

Verpleger Marius Ceausel brengt een infuus aan, stelt geduldig vragen aan de vrouw die langzaam helderder wordt. Zijn diagnose is oververmoeidheid in combinatie met het gebruik van een hoge dosis Ketonal, een zware pijnstiller en ontstekingsremmer. Die zijn vrij verkrijgbaar bij de overal aanwezige apotheken.

Tussen de planten op een richel in de keuken ligt een briefje van 10 RON klaar (2,5 euro). Een van de broers van de vrouw duwt het zonder omhaal op een onbewaakt ogenblik in een van de zakken van een oranje medisch hesje.

    • Marloes de Koning