Punk leeft nog, zegt de professor

Punkmuziek schopte tegen de gevestigde orde aan, maar wordt in geschiedenisboeken hopeloos genegeerd. Hippiemuziek, dát is belangrijk. Historicus Leonor Jonker (25) probeert met een boek het tij te keren.

Punk belicht in Panorama (1977)

Punk is er in veel verschijningsvormen. De rauwe muziekstroming die zich in 1976 met veel bombarie aankondigde kwam met haar eigen mode, kunst en politieke denkbeelden. De oorsprong laat zich terugvoeren tot de Amerikaanse garagerock uit de jaren zestig, maar ook kunststromingen als Dada en maatschappelijke bewegingen als Provo kwamen erin terug. „Punk was een nieuwe cultuur die vooruitliep op de heftige jaren tachtig”, zegt punkdichteres Diana Ozon in het vandaag verschenen boek No Future Nu waarin ook latere uitingen als cyberpunk, straatkunst en postpunk aan de orde komen.

Punkfan en historicus Leonor Jonker (25) schreef het boek uit liefde voor het onderwerp, maar wil tegelijk een gedegen historische visie geven op een revolutionaire kunststroming die volgens haar wordt ondergewaardeerd. „In geschiedenisboeken lees je hoofdstukken lang over de sixties en de veranderingen die de hippies en de babyboomers gebracht hebben. Punk en de jaren tachtig worden nauwelijks behandeld, terwijl die volgens mij een grote invloed hebben gehad op de wereld van nu. Ik wilde geen nostalgisch overzicht schrijven, maar de lijn doortrekken naar het heden. Punk kan pas ten volle begrepen worden als je de context kent.”

7 januari 1977 was een belangrijke datum voor de doorbraak van punk in Nederland. De Sex Pistols speelden in Paradiso en iedereen die erbij was en een gitaar vast kon houden, begon zelf een band. Jonker werd zelf pas tien jaar later geboren en ontdekte de opwindende muziek aan de hand van minder bekende groepen. Als medewerker van de Haagse popzaal Paard van Troje organiseerde ze concerten van oude punkhelden als T.V. Smith.

Jonker vindt het geen groot bezwaar dat ze er niet bij was toen punk in Nederland losbarstte. „Voor mij is het beter te overzien wat er bijzonder aan was dan voor mensen die er zelf middenin zaten. Als ik Diana Ozon spreek over die tijd kan ze me prachtige verhalen vertellen, maar het draait altijd weer uit op haar eigen perspectief en de kleine kring waarin ze verkeerde. Ik wilde me niet verliezen in details, maar juist de verbanden en de chronologie kloppend maken.”

Een prominente plek in haar boek geeft Leonor Jonker aan de Rotterdamse band Rondos, die zich verzetten tegen de gevestigde kunstwereld en de „galerie- en museummaffia”. Hun collectief Raket maakte T-shirts, kopieerkunst en een tijdschrift waarin iedereen mocht publiceren. In Amsterdam richtten Diana Ozon en Hugo Kaagman in een kraakpand hun Galerie Anus op, van waaruit de onder meer aan punkpoëzie gewijde KoeCrandt (soms Koekrand geheten) werd gedistribueerd. Kaagman was in feite de eerste street artist met stencilkunst. In het boek trekt Jonker de lijn door naar Laser, de tekstkunstenaar die nu zijn liederlijke spreuken op omheiningen van bouwplaatsen aanbrengt.

No Future Nu werd donderdag gepresenteerd in het Amsterdamse muziekcafé Maloe Melo, waar zanger Pierre Albers van de Haagse band Mollesters zijn Nederpunkklassieker Plastic live vertolkte. Daarna volgde een daverend optreden van de Rotterdamse neopunkgroep Rats On Rafts, gekozen door Jonker om te laten horen hoe de invloed van (post-) punkgroepen doorwerkt. „Ze kennen hun klassiekers maar ze voegen er nieuwe elementen aan toe. Rats On Rafts is de eerste band van mijn eigen generatie waar ik de vernieuwingsdrang van de punk in terughoor.”

De punkbijbel is de voorbode van een pakket aan verwante evenementen. Op 3 maart opent in het Utrechtse Centraal Museum de tentoonstelling God Save The Queen, gewijd aan de doe-het-zelfgeneratie van 1977-1984 en met kunst van Keith Haring, Jean-Michel Basquiat en Rob Scholte. Van 3 tot 9 maart zendt Holland Doc de programmareeks No Future uit, waarin de hoofdpersonen uit die jaren aan het woord komen. Op 8 maart begint in Nijmegen de ULTRA Vierdaagse met muziek van postpunkbands Minny Pops, Mekanik Kommando, The Tapes en Nasmak. In maart verschijnt een bijzondere editie van het tijdschrift Vinyl, toonaangevend in de postpunktijd en nu voor één keer terug.

Dat Leonor Jonker door haar uitgever „punkprofessor” wordt genoemd, is volgens de schrijfster gekscherend bedoeld. „De Engelse punkscribent Julie Burchill is een echte professor, als zodanig verbonden aan een Londense universiteit. Punk was ooit de tegencultuur; nu is het een belangrijke historische fase met een revolutionair elan dat je terugziet bij computerhackers en in street art, muziek en mode.” De slotzin van haar boek: „De punkjaren zijn een onuitputtelijke bron van inspiratie.”

No Future Nu, Punk in Nederland 1977-2012 is gister verschenen bij Lebowski. Inl: vpro.nl/nofuture, ultra2012.nl en centraalmuseum.nl