Nooit voor een tank staan. Is that clear?

Oorlogsverslaggever Jan Eikelboom van tv-rubriek Nieuwsuur gaat op cursus in Wales. Om te leren hoe dat eigenlijk moet: werken in conflictgebieden.

Donderdag 2 februari

Op de laatste werkdag van mijn week schuif ik om kwart over acht aan in de file naar Den Haag. Ik ben ingeroosterd op de last-minuteredactie. Dat betekent: als een brandweerman wachten op nieuws, en dan erop af.

Maar eerst is er nog een bezoek aan de Iraanse ambassade. Samen met buitenlandredacteur Roozbeh Kaboly heb ik een gesprek over het visum dat we hopen te krijgen. Onderweg belt een collega met de plannen vandaag: om één uur een interview met een 91-jarige man die kerngezond is maar toch dood wil.

Terug in Hilversum gaat het interview niet door en is er een nieuwe opdracht. Of ik ‘iets over het ijs’ kan maken. Op de Ankeveense Plassen schijnt de zon. Het ijs is zwart en de schaatsers hebben namen als Eeuwe, Aale en Gretus. Iemand roept: ‘Dit is wel wat anders dan Kairo, hè?’. Daar zijn op hetzelfde moment hevige rellen. Als ik thuis kom, lees ik op Twitter een vermanend berichtje van een ‘volger’: ‘Je bent harder nodig in Egypte.’ Inderdaad een dubbel gevoel.

Vrijdag

IJsvrij! Heb ik me de hele week op verheugd. Terug naar Ankeveen. Terwijl ik mijn schaatsen onderbind, kruipt een man met een bloedende hoofdwond de kant op. Verderop ligt een andere schaatser op het ijs, ingepakt in goudkleurige isolatiefolie. Drie ambulancebroeders buigen zich over hem heen. De man is buiten westen, niemand kan vertellen wat er is gebeurd. In de verte komen twee brandweermannen aansnellen met rode reddingsslee. Intussen gaat het steeds harder sneeuwen.

Zaterdag

Schrik bij opstaan van het radionieuws. De Syrische oppositie meldt dat het leger in Homs meer dan tweehonderd, misschien driehonderd mensen heeft gedood. Ik word gebeld door een Nederlandse Syriër die Assad steunt. Het verhaal klopt niet, zegt hij. Het bloedbad is in scene gezet door de oppositie. Hij gelooft oprecht in deze versie, die ook door het regime wordt verkondigd. Toen ik onlangs in Damascus was, viel het me ook op: In Syrië zijn twee parallelle werkelijkheden, die in niets op elkaar lijken.

Zondag

Het dodental van de aanval in Homs is naar beneden bijgesteld naar 57. In een oorlog is de waarheid altijd het eerste slachtoffer. Niemand is te vertrouwen. Ook de ‘goeien’ niet.

’s Ochtends schaatsen, ’s middags naar Schiphol. Samen met cameraman Rachid El Mourif naar Wales, waar we vijf dagen training krijgen in het werken in gevaarlijke gebieden. Dat doe ik al twintig jaar, en het is altijd goed afgelopen. Maar toen we deze zomer in Tripoli werden beschoten door sluipschutters, drong tot me door dat ik op z’n minst moet weten hoe je oorlogswonden verpleegt. Dat gaan we leren. En andere zaken die in een conflictgebied van pas komen. Zoals ‘kaartlees-technieken’, ‘mijnen en explosieven’, ‘een gijzeling overleven’ en ‘giftige slangen en spinnenbeten’.

Maandag

De cursuslocatie is schitterend: een hotel midden in de natuur. Maar wij zitten de hele dag in een vergaderzaaltje. Het is koud, de verwarming werkt niet. Sommigen houden hun jas aan en muts op, een enkeling draagt wanten. We zijn met negentien journalisten, uit Noorwegen, Engeland, Canada en de Verenigde Staten. De cursusleiders heten Mick en Jim. Ze hebben elk meer dan twintig jaar in het leger gewerkt. Om de beurt geven ze les. De één crisismanagement, de ander trauma-EHBO.

We leren defibrilleren, verbinden schotwonden en horen wat we moeten doen als we in een land als Afghanistan een auto-ongeluk veroorzaken. Niet helpen, maar hard doorrijden. Anders word je gelyncht. Mick vertelt over een diplomaat, hij reed in Afrika een kind dood. Zijn eigen zoontje werd uit de auto gesleurd en voor zijn ogen opgehangen.

Niet iedereen houdt zijn gedachten erbij. Naast mij zit Alistair droedels te tekenen op zijn kladblok. Hij is cultuurredacteur bij de BBC en gaat binnenkort drie dagen naar Libië om een Romeinse tempel te filmen. Daarom móét hij van zijn werkgever de training volgen. Hij vindt het niks, deze opleiding duurt langer dan de hele trip naar Libië. „Maar”, zegt hij terecht, „dat jij dit nooit hebt gedaan is het andere uiterste.’

Dinsdag

Vandaag is de dag van bloederige, soms bizarre foto’s: een man doorboord door een paal, een vrouw met het mes in haar rug, afgehakte ledematen, versplinterde botbreuken, een jongen met een vork in zijn hoofd. Jim:. „Dan schrik je niet als je het in het echt ziet.” Het is ook de dag van de open deuren. Zorg voor een betrouwbare chauffeur; behandel een ander zoals je zelf behandeld wil worden; ga niet voor de loop van een tank staan. Steeds gevolgd door een bulderend: „Is that clear?”

Tijdens het diner wisselen we ervaringen uit. Een Amerikaanse collega was twee weken geleden ook in Syrië. Ze vertelt dat ze zó bang was voor eventuele geheime camera’s in haar hotel, dat ze zich in het donker in haar badkamer omkleedde. Ik beken dat ik in Iran wel eens een vaas heb omgekeerd om te zien of er een microfoon in zat.

Woensdag

Buiten klinken de eerste schoten. Vandaag moeten we met alles rekening houden. Vanaf nu gaan we de theorie in praktijk brengen. Om de beurt spelen mijn Canadese collega John en ik slachtoffer en verpleger. Het begin gaat goed. Ik sleep John eerst naar een veilige plek voordat ik zijn schotwond behandel. Vervolgens verpleegt John mij, nadat ik bij een bomexplosie mijn rechterhand heb verloren. En dan ben ik het helemaal kwijt. John loopt gillend rond met een mes in zijn buik en ik heb een black-out. Ik herinner me alleen nog dat ik het mes er niet uit moet trekken. De andere koppels zijn druk in de weer met verband en ik… bel de ambulance.

Na de lunch trekken we de Black Mountains in. Navigeren met kompas. We zijn op onze hoede, vermoeden achter elke bocht, achter iedere heg een beschieting, een hinderlaag, een ongeluk of iets onverwachts.

Donderdag 9 februari

Al voor de lunch ben ik dood. We oefenen rondom het hotel vier scenario’s, met acteurs in de rol van slachtoffers en belagers. Wij zijn uitgerust met een walktie-talkie en verbandtrommels, zij met wapens en plastic wonden. Overal knalt vuurwerk. Bij het auto-ongeluk sjorren we een vrouw met nekklachten totaal onnodig de auto uit en we zien het tweede slachtoffer over het hoofd. We laten ons een mijnenveld in lokken en rennen hard weg als er een mortier ontploft. Terwijl je dan juist moet blijven staan.

Bij het checkpoint gaat het helemaal mis. We worden uit de auto gesleurd en moeten op de grond gaan liggen. Ik weiger, als enige, en probeer het gesprek aan te gaan met de commandant. Hoe ik ook praat en smeek en dreig („dreigen: nooit doen”, zegt cursusleider Jim na afloop), het mag niet baten. Ik wordt als eerste meegevoerd naar de greppel en geëxecuteerd. Vervolgens wordt John overhoop geschoten omdat hij wordt aangezien voor de Amerikaan die hij niet is. Na afloop vragen we Jim of dit scenario überhaupt goed had kunnen aflopen. Hij moet lachen: „Nee, jullie hadden het hoe dan ook niet overleefd.” Dat stelt dan wel weer gerust.