Heb je weer met haar borsten háár

Moet de vrouw haar erotisch kapitaal inzetten op kantoor? Alleen als zij dat kan én de consequenties wil dragen, zegt Joyce Roodnat.

Foto Rien Zilvold

Arme vrouwen. Altijd moeten ze wat. Eerst moesten ze in tuinbroeken hun vormen verhullen. Nu moeten ze weer hun ‘erotisch kapitaal’ uitventen. Ze dienen op de werkvloer nadrukkelijk hun vrouwelijkheid uit te dragen, in woord, gedrag en kleding. The works, voor allemaal. Het wordt ze opgedragen door als feminist vermomde dwingelanden, die de Britse sociologe Catherine Hakim napraten. Zij ‘ontdekte’ het en ze draagt het nu uit als een grote stap voorwaarts. Voor vrouwen.

Uit het tintelende boek How To Be a Woman van haar landgenote Caitlin Moran leerde ik dat je alles wat speciaal van vrouwen wordt verlangd, pas echt begrijpt, als je het eerst even op mannen toepast. Dan zie je meteen wat het waard is. In het geval van dat erotisch kapitaal is dat nogal makkelijk. Mannen zetten het al heel lang in. Het heet seksuele intimidatie.

Erotisch kapitaal spenderen is leuk, als iedereen weet wat de bedoeling is. Maar het is geen Haarlemmerolie. Een diep decolleté en andere voor de hand liggende ultravrouwelijkheid kan net zo ongewenst intiem zijn als een mannenhand op een bil. Gênant en opdringerig. Ergerlijk. Niet omdat het sletterig zou zijn, dat hebben we nu wel eens achter ons gelaten. Maar omdat het een gebrek aan gevoel voor verhoudingen verraadt. En dat is dodelijk, dat vermoordt elk prestige.

Het is ook zo’n verwarrende term, erotisch kapitaal. Bedoeld wordt bewust beleden vrouwelijkheid. De hoge split, die heerlijke sexy schoenen, ze zijn alleen van toepassing als ze passen bij de eigen stijl.

Veel vrouwen houden ervan hun uiterlijk te verzorgen. Ze vinden het leuk en ze kunnen het goed. Ze kennen de geneugten van het kleine zwarte jurkje, van het effect van de felgekleurde robe manteau. Menig vrouw weet ook hoe ze met wat welgemikte charme de aandacht kan vangen, waardoor ze haar werk naar genoegen kan doen.

Maar ze moet wel het effect aankunnen. Wie met vrouwelijkheid de aandacht mobiliseert, kan niet vervolgens de vergissing begaan een compliment voor seksisme te verslijten. Of klagen: het gaat die hufters alleen maar om mijn uiterlijk. Integendeel. Ze vindt het lekker als er op haar als vrouw wordt gereageerd. Ze bespeelt haar collega’s en maakt haar punt – daar ging het tenslotte om.

Het gemene van Hakim en haar discipelen is dat ze doen of iedere vrouw in staat is om dat erotisch kapitaal aan te wenden voor haar sociale ontwikkeling en het opstuwen van haar carrière. Het feministische damesblad Opzij riep zelfs de dag van het erotisch kapitaal uit. Om die te vieren probeert het lezeressen te verleiden een toepasselijke foto van zichzelf op de website te uploaden.

Ik vertrouw erop dat de lezeressen het uit hun hoofd laten. Als ze niet uitkijken staan ze reddeloos voor gek. Niet omdat ze gek zijn, maar omdat uit zo’n foto kan blijken dat je niet begreep waar het allemaal om gaat: niet om een al dan niet duur fleurig jurkje, maar om stijl en zelfbewust optreden.

De vrouw die niet zo zeker van haar zaak is, niet zo handig met het manipuleren van haar verschijning, loopt in haar onhandigheid de kans te overdrijven. Dan staat ze voor gek: daar heb je háár weer met d’r borsten. Of ze wordt pathetisch: en dát is haar erotische kapitaal? Hahaha!

Vrouwen zijn niet achterlijk. Ze kennen hun eigen sensualiteit. Wat ze ermee doen en waar, kunnen ze zelf uitmaken. De ene doet dat thuis, in familiekring. Een ander in de paskamer van Agnès B, weer een ander in het café. En er zijn er die het heerlijk vinden om als opwindende verschijning hun collega’s te betoveren.

Geen van die vrouwen heeft er baat bij om ingewreven te krijgen dat hun vrouwelijkheid en erotische talent hun succes op de werkvloer zal brengen. Het suggereert namelijk ook dat ze sensueel gesproken mislukkelingen zijn als het allemaal niet helpt. Terwijl succes verre van verzekerd is. Het glazen plafond zal beslaan. Voor een barst is meer nodig.

Joyce Roodnat is redacteur van NRC Handelsblad.