Goed tekenen is eigenlijk goed schrijven

A Perfect Day. Tekeningen en cartoons. Westergasfabriek, Amsterdam, t/m 24 februari.

Op een velletje papier dat aan de muur is geprikt staat een bolletje met krassen. Verder niets, behalve rechtsboven de tekst: „Sommige tekeningen zijn te redden door een tekst”. Het is een werk van Nederlander Bert Mebius, dat de sfeer en de ambitie van de tekententoonstelling A Perfect Day in het hart raakt.

Het gaat de tekenaars om wat de tekening uitdrukt, beweert of ondermijnt. Met lelijk krassen of doodlen en een absurdistische tekst kan dat doel prima bereikt worden – die aanpak is al decennia de standaard in underground comics.

Zo hangt er een hilarische zwart-wittekening van Bandirah (ingekleurd als ansicht te koop) waarop een ouderpaar hun kind in de armen sluit, met in de ballon de tekst van de betraande vader, die zegt: „We hebben ons súf gegoogled naar je!” Bandirah is één van de representanten van een jonge generatie Nederlandse tekenaars die zwaar onder invloed staan van godfather Gummbah, en hem zowel in zijn krabbelige stijl als zijn inktzwarte humor navolgen.

Van Gummbah zelf hangt er overigens een serie foto’s met mensen die zijn teksten op gebreide truien dragen. Op één zo’n foto zit een blonde vrouw op een ouderwetse stoel, in een trui waarop staat: „Eenzaamheid erotiseert”. Hier helt de tentoonstelling geheel over naar het standpunt dat goed tekenen eigenlijk goed schrijven is.

Dat zou je ook kunnen afleiden uit werk van schrijvers en zangers die niet als tekenaar bekend staan, zoals Leonard Cohen, Dave Eggers en Kurt Vonnegut. Maar de eerste twee tonen een zeker dubbeltalent. Van Cohen hangt er een zelfportret met gifgroene ogen en grijze hoed, met het onderschrift: „One of these days when the hat doesn’t help.”

Anders deze milde ironie is het moralisme van de Roemeen Dan Perjovschi, die stilistisch in de buurt van Kamagurka komt. Subtiel is een tekening met een bijna aaneengesloten rij hoge bankgebouwen met in het midden een nauwe opening, waaronder „public space” staat. Het kan zelfs zonder woorden. Hij tekent een mand waarvan het getraliede manddeel van het winkelwagentje dat hij voortduwt rond zijn hoofd zit.

De formule van doodles en absurdisme kan ook gaan tegenstaan, zoals bij David Shrigley gebeurt. Hij tekent onder meer een mannetje met een vlag waarop staat „Ants have sex in your beer”: dat is te flauw.

Daar staat mooi werk tegenover van grootheden als Saul Steinberg, Glen Baxter en Kamagurka. Schitterend is het perspectief dat Steinberg schetst op een cover van The New Yorker uit 1976. Van bovenaf gezien tekent hij de 9th en 10th avenue van New York, vol wandelaars en auto’s, om erachter in vijf centimeter de rest van Amerika samen te vatten.

Het hoogtepunt van de expositie is een werk dat eigenlijk bij een andere discipline hoort, een animatiefilm van Jonathan Hodgson. Hij combineert inventief verf en inkt en wekt op intieme wijze een gedicht van Bukowski tot leven.

    • Ron Rijghard