Doorgaan

We waren een paar kilometer voor Balk, ergens aan de rand van het ijsgebied, toen de worst begon te werken. ,,Misschien moet jij het overnemen”, zei ik tegen mijn compagnon. ,,Ik zit er even doorheen.”

Ik leunde achterover in de boot. De worst uit Sneek lag inderdaad zwaar op de maag. Hij greep de riemen.

De boot kraakte door de bruine wakken. Eenden stoven spetterend op. Mijn compagnon begon te hozen. Nog acht steden. Negen? Tien?

Het moet. Het gaat door.

Doorgaan. Ook zonder schaatsen. (SdJ)