De schandvlek van nul sg's blijft VVD maar net bespaard

Waar zijn toch de topambtenaren? Het landsbestuur zou, zoals bekend, ogenblikkelijk instorten als zij hun werk niet deden. Maar er is iets vreemds gebeurd met de Haagse topambtenaren: je ziet ze nog zelden in de hallen van de macht. En als je ze eenmaal te spreken krijgt, meestal in zo’n koffietentje in de buurt van hun ministerie, blijken ze er niets voor te voelen hun onzichtbaarheid te bestrijden.

Wat klopt hier niet? Dagelijks werken topambtenaren met politici die de moderne egocultuur tot in de vingertoppen beheersen. Het interview is nog niet voorbij of een tweet vliegt alweer de deur uit. En achter hun laptop zien ook ambtelijke topadviseurs dat elke timmerman aan zelfpromotie op Facebook doet. Maar in Den Haag wordt van hen verwacht dat zij de openbaarheid schuwen. Voor hen geen vrijheid van meningsuiting. De minister is de baas, zij zijn slechts dienaren – alsof de jaren vijftig nooit voorbij zijn gegaan.

Ik wilde weten welke mensen nog tot deze zelfopoffering bereid zijn, en hoe zij passen in de moderne bestuurscultuur van Den Haag: welke topambtenaren doen ertoe in het tijdperk-Rutte, en hoe kwamen ze op die plek?

Zo’n zestig topambtenaren hebben zitting in de exclusieve Topmanagement Groep, TMG, van de rijksoverheid. Zij zijn the best of the best: de allerhoogste rijksambtenaren – directeuren-generaal (dg’s) en secretarissen-generaal (sg’s). Ik kwam, grofweg, twee groepen tegen. Er is een jongere generatie, dertigers en veertigers, veel bestuurskundigen, die liever niet meer voor deskundig versleten worden. Zij zijn manager, zij „doen een job”, en daarna een volgende job op een ander departement. En er is een oudere generatie, die met weerzin aanziet dat de nieuwe topambtenaar alleen nog een fikser is in handen van bewindslieden die tegenspraak en deskundigheid verdacht vinden.

De politiek duldt steeds minder ambtelijke tegenkracht. Het is de uitkomst van een langdurige trend, vertelt Roel Bekker. Hij was jarenlang topambtenaar en beëindigde zijn carrière in 2010 als sg voor de vernieuwing van de rijksdienst. Een mooi einde voor een nieuw begin: Bekker schreef een boek over topambtenaren de afgelopen decennia, Marathonlopers rond het Binnenhof, dat dit voorjaar uitkomt.

Omdat roulatie vroeger zelden voorkwam ontstonden ambtelijke krachtpatsers tegen wie bewindslieden niet opkonden. Bekker: „Dan informeerde een bewindsman bij een topambtenaar hoelang hij nog te gaan had, en zei de topambtenaar: ‘Langer dan jij’.” Daarom werden alle hoge ambtenaren (vanaf schaal 15) medio jaren negentig opgenomen in een Algemene Bestuursdienst, die roulatie tussen ministeries moet bevorderen zodat topambtenaren onzichtbaar worden, geen publieksgevoelige deskundigen. „Ze wilden ambtenaren weer in toom krijgen”, zegt Bekker. „Minder public, meer servant.”

De mensen die in deze omgeving zijn geschoold bereiken nu de allerhoogste functies. Representatief voor de nieuwe lichting is Kajsa Ollongren (44), door Mark Rutte benoemd tot sg op Algemene Zaken. Ollongren mijdt zelf elke publiciteit. Maar wat misschien belangrijker is: vergeleken met haar voorgangers mist zij een machtsbasis in de rijksdienst, zegt Bekker. Die voorgangers bereikten de functie na ruime ervaring in de rijksdienst. „Die moet Kajsa nog opdoen.”

Andere namen uit de nieuwe generatie die hoge ogen gooien zijn Laura van Geest (dg rijksbegroting op Financiën, eerder de eerste vrouwelijke thesauriër-generaal), Bart van Poelgeest (plaatsvervanger van Ollongren op AZ) en Siebe Riedstra (sg Infrastructuur en Milieu). Zij zijn vooral onder bewindslieden geliefd, topambtenaren vertellen dat onder collega’s de toon nog altijd wordt gezet door de oude generatie. Op het terrein van justitie en politie kan niemand tippen aan de invloed van Joris Demmink, de sg van Justitie. Richard van Zwol, sg Financiën en de voorganger van Ollongren op AZ, heeft een netwerk waar de jonge generatie alleen van kan dromen. „Als Richard zou willen steekt hij die jonkies op AZ stuk voor stuk in zijn broekzak”, zegt een zittende sg. De topambtenaar met de meeste zeggenschap is volgens collega’s vermoedelijk Chris Buijink van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Hij doet al dertig jaar topfuncties inzake economisch beleid en wist de laatste jaren, geholpen door een uitgekookte minister, de invloed en omvang van zijn ministerie fors uit te breiden. Teken van zijn machtspositie: waar de jonge generatie zich gedeisd houdt, zit Buijink gewoon op Twitter.

Zo zijn onder Haagse topambtenaren twee werkelijkheden ontstaan. Wie naam wil maken bij bewindslieden gedraagt zich als stille technocraat, wie naam wil maken onder collega’s oefent ouderwets invloed uit. En er is nu nog een derde werkelijkheid bijgekomen. Onder de jonge generatie groeit ongemak over het feit dat ook de VVD, zoals PvdA en vooral CDA al decennia doen, expliciet probeert zijn greep op de vierde macht te vergroten.

Dat is niet onlogisch. Vorig jaar turfde de VVD hoeveel sg’s de liberalen hebben. De uitkomst was ontluisterend. Slechts één van de elf sg’s bleek lid van ’s lands grootste partij. ,,Eén!”, schampert een partijprominent.

Erger: die ene, Demmink, gaat weg. De tweede helft van dit jaar bereikt hij de pensioengerechtigde leeftijd. Dus hebben de VVD-bewindslieden op Justitie, Opstelten en Teeven, binnenskamers te kennen gegeven dat zij een gekwalificeerde opvolger willen die liefst ook VVD’er is, zeggen bronnen op het ministerie. Maar zo’n VVD’er is nog onvindbaar. Wel zal deze zomer een andere sg van VVD-huize, Renée Jones-Bos aantreden op Buitenlandse Zaken. De schandvlek van nul sg’s blijft de VVD bespaard.

Maar voor de klaargestoomde dertigers en veertigers, opgevoed met het idee dat je stilletjes en onpolitiek moet blijven om carrière te maken als topambtenaar, is het een vreemde gewaarwording: ze lopen mooie functies mis omdat ze niet politiek genoeg zijn. Het is de reden, zegt de zittende sg, dat ook dit kabinet zijn greep op de ambtenaren alleen kunstmatig vergroot. „Elke topambtenaar weet dat je op moderne politici niet werkelijk kunt rekenen. Dus zo’n topambtenaar is uiteindelijk alleen loyaal aan één persoon: zichzelf.”