De hele wereld in draadjes

Een bezoek aan het atelier van Piet Mondriaan veranderde Alexander Calder (1898-1976) van een brave kunstenaar in een buitelende beeldhouwer die de wereld in draadsculpturen ving. Gemeentemuseum Den Haag heeft een fonkelende expositie aan zijn werk gewijd.

Het is zo’n atelier waar de wereld in al haar onvoorspelbaarheid naar binnen stroomt. Het is zomer in het plaatsje Roxbury, in de heuvels van Connecticut, en de deuren van de werkplaats staan wagenwijd open. Stof en geluiden van buiten waaien over de drempel. Een koe loeit, een heggenschaar knipt, een hond blaft, geuren van vers gemaaid gras en bloeiende bomen, zo stel ik me voor. De zon heeft vrij spel in de atelierruimte, want de muren zijn ramen: metershoog en metersbreed. Overal waar je kijkt zit glas, overal zie je alleen de wereld.

Dit is het domein van Alexander Calder, de Amerikaanse beeldhouwer, tekenaar en schilder die in 1976 stierf. Dat zomers atelier staat op een foto uit 1941, waarop Calder ontspannen op zijn ellebogen over een van zijn werktafels hangt. Hij wil best even pauzeren. Om zich heen, aan zijn voeten, voor zijn handen, op alle tafels liggen blokjes, stokjes, snippertjes hout, kurken, potloden en papier, stukken metaaldraad die omhoog steken of in grote tressen aan haken hangen. Het idee is dat alles gebruikt kan worden – is het niet nu, dan toch later. Boven het hoofd van de kunstenaar zweven z’n geesteskinderen: fragiele ‘mobiles’ – zoals Calders vriend Marcel Duchamp ze heeft gedoopt. Je ziet lichtvoetige panelen, draden en minuscule hemellichamen haast bewegen op de wind, als pluisjes van een paardenbloem.

Een groter verschil tussen het rommelatelier van Calder en de volgens mathematische principes ingerichte studio waar Piet Mondriaan in de jaren twintig en dertig werkte in Parijs is haast niet denkbaar. Twee verschillende persoonlijkheden, twee verschillende opvattingen over kunst, verschillende ateliers – en toch, sinds hun ontmoeting in 1930, vrienden voor het leven. Calder het zondagskind, dat via het toeval op weg gaat naar de essentie, en Mondriaan de steile, geordende ‘neo-plasticus’, die niets aan het toeval wil overlaten. En toch is het bezoek dat Calder aan Mondriaans atelier in 1930 brengt, een bezoek dat de wereld op zijn grondvesten doet schudden. Alles wordt dan anders.

Hóe anders is te zien in het Haags Gemeentemuseum, waar vandaag een expositie opent die – toch vrij uitzonderlijk in de beeldende kunst – de bezoeker vrolijk en gelukkig stemt. Alexander Calder – de grote ontdekking is een van leven fonkelend retrospectief waar schilderijen, tekeningen, draadsculpturen, mobiles, beelden, juwelen, foto’s en films uit tal van binnen- en buitenlandse particuliere en museumcollecties bijeen zijn gebracht en naast werk van Mondriaan worden getoond.

Iedereen die deze tentoonstelling bezoekt zal de beer die Calder was in zijn hart sluiten. Om zijn zachtmoedigheid, zijn liefde voor dieren, zijn trouw aan vrouw en vriend, zijn ongelooflijke vindingrijkheid, zijn nimmer aflatende zin om te spelen en zijn totale gebrek aan respect voor autoriteiten. Calder ging zijn eigen gang, zijn leven lang. Hij spreekt zijn eigen taal op de filmpjes in de tentoonstelling, of het nu krom Frans is, gewoon Engels, of dat hij vals op zijn mondharmonica schettert.

Calder zwengelt, blaast en duwt leven in kolderieke, door hem ontworpen mini-kangoeroes, mini-circustijgers en mini-luchtartiesten. Tussen 1926 en 1931 bouwt hij een compleet miniatuurcircus op en treedt er tot 1961 mee op voor een keur aan beroemde, avant-gardistische vrienden. Het ‘Cirque Calder’ (op z’n Frans uit te spreken) bestaat uit een piste, beschilderde dierenwagens, gekke poppetjes, vreemdsoortige dieren en ambulances die gereed staan voor als de trapeze-artiest valt, de leeuwentemmer wordt gebeten of de degenslikker zich verslikt. Op de filmpjes op de tentoonstelling zie je Calder er op zijn knieën naast zitten, pratend, fantaserend en zijn poppetjes bewegend. Uit soms niet meer dan een lapje leer, een stukje kurk en een paar draden bouwt hij een droomrijk vol variété, spanning en sensatie. Picasso en Léger, Mondriaan en Kertesz, Man Ray en Duchamp – ze smullen ervan op hun zelf meegebrachte sinaasappelkistjes.

Knuffelbaar

Dank zij de financiële steun van de Turing Foundation – een stichting die om het jaar één Nederlands museum met een bedrag van vijf ton steunt bij het organiseren van een bijzondere tentoonstelling – en met hulp van de Calder Foundation in New York is conservator Doede Hardeman van het Haags Gemeentemuseum er in geslaagd een compleet overzicht van deze knuffelbare levenskunstenaar samen te stellen. De tentoonstelling brengt de kunstenaar die in Amerika geboren werd, maar die zijn hart aan Frankrijk verpande voor het eerst sinds 1969 in Nederland zo groots voor het voetlicht.

De complete ontwikkeling van de kunstenaar is te volgen, vanaf de lieflijke, uit messing gevouwen dierenbeeldjes die de kleine ‘Sandy’ maakte toen hij nog maar elf jaar oud was, tot en met de monumentale, abstracte en op miereneters gelijkende ‘stabiles’ (beelden in de ruimte) uit de late jaren zestig en zeventig. Hardeman heeft echter niet de chronologie als uitgangspunt gekozen – ook al is de tentoonstelling chronologisch van opzet – maar de wederzijdse beïnvloeding van Mondriaan en Calder. Die invalshoek maakt het werk van Mondriaan lichter en speelser, en het werk van Calder, die een broertje dood aan theorieën heeft, juist serieuzer.

Middelpunt van de tentoonstelling is het op ware grootte nagebouwde atelier van Mondriaan uit 1926 in Parijs, compleet met potkacheltje, keurige tapijtjes op de vloer en schilderijen van alleen Mondriaan zelf aan de muur. Doe je je schoenen uit en stap je deze ruimte binnen, dan word je terug gekatapulteerd naar 1926 waar de bedden nog zoveel korter zijn dan vandaag en de stoelen zoveel lager. Maar belangrijker is het onwezenlijke gevoel dat je bekruipt binnen die muren, alsof je in een schilderij van Mondriaan loopt. Alsof de rechthoeken, de verticale en horizontale lijnen, de vlakken met primaire kleuren om je heen in drie dimensies bewegen. Die sensatie is nog steeds zo groot – ondanks de foto’s die je kent van Mondriaans atelier – dat je met gemak kunt voorstellen hoe overweldigend de indruk was die Mondriaans atelier op tijdgenoten maakte.

De Nederlandse ontwerper Piet Zwart schreef na een bezoek aan Mondriaans atelier aan de Rue du Départ in 1926: „Jongen, het lijkt me altijd alsof ik bij Onze-Lieve-Heer wordt binnengelaten als ik bij jou kom.” De ruimte heeft iets onverbiddelijk sacraals en is in haar totale, noem het maniakale perfectionisme, een totaal-kunstwerk avant la lettre. Alles heeft Mondriaan tot op de vierkante centimeter berekend en ingericht.

Geen diagonalen, alleen rechte lijnen. Een stoel staat kaarsrecht met de poot gelijnd langs een kleed. Een zwarte buffetkast is beschilderd met een rechthoekig vlak in de primaire kleur rood. Een modderig gekleurde platenspeler moest rood worden overgeschilderd. In Mondriaans atelier liggen geen tijdschriften, geen brieven (Mondriaan verbrandde uit principe alle correspondentie na lezing). Boeken liggen in haarscherpe stapeltjes. De enige frivoliteit is de stoethaspelige, ronde wekker met lichtblauwe rand boven Mondriaans smalle bed.

Imitaties

Als Alexander Calder in 1930 Piet Mondriaan bezoekt is hij een kunstenaar zoals er veel meer rondlopen. Hij maakt zijn figuratieve draadsculpturen en schildert naturalistische doeken in een brave, impressionistische stijl. Wat hij in het atelier van Mondriaan ziet, treft hem als een blikseminslag. Vijftien jaar later kan hij in een briefje nog precies de inrichting van Mondriaans atelier natekenen. Dit bezoek, schrijft Calder oprecht, zorgt voor de ‘schok die dingen in gang zette’. „Het zorgde ervoor dat ik abstract werd.” Hij verlaat de figuratie en begint als een waanzinnige te werken. De eerste twee weken na zijn bezoek aan Mondriaan maakt Calder twintig schilderijen die regelrechte imitaties van de Nederlander zijn.

Op de tentoonstelling in Den Haag zijn een paar van deze aandoenlijke doeken te zien: een ‘landschap’ in zwart en wit, met links onder in het zwarte ‘land’ een uitgespaard blokje wit voor de volgens Mondriaan broodnodige balans. Die schilderijen laat Calder na twee weken voor wat ze zijn. Gelukkig maar. Hij keert weer terug naar zijn draadsculpturen in de ruimte, maar nog meer dan bij de figuratieve werken draait het bij de abstracte werken om de verhouding tussen volume en ruimte. Alles draait om balans. En om beweging. Soms komt die beweging mechanisch op gang, zoals in het prachtige Yellow Panel uit 1936, waarin een zwarte en een witte metalen schijf via een mechaniek worden aangezwengeld en voortbewegen voor een rechthoekig geel paneel. Maar veel vaker nog gebeurt dat gewoon door de natuur zelf.

Dit zijn de abstracte en altijd veranderende mobiles, waarover Sartre en Duchamp zo lyrisch schrijven. Sartre vergelijkt de mobiles met de zee, die nooit dezelfde is. Duchamp met een boom. Elk zuchtje wind, elke aanraking, een voorzichtig voorbij lopen alleen al, geeft een ander effect op de mobile. Mooi is dat te zien in Small Feathers, een grote mobiele constellatie uit 1931, met een piramidevormige romp gemaakt van metaaldraad. Op de romp balanceert links een grote, witte bol tegenover een veel kleiner rood bolletje rechts. Wit wordt plat gezegd in balans gehouden door rood. Draden vertakken zich aan de rode zijde: ze worden steeds dunner en de objecten die aan de uiteinden van de draden zijn gebonden steeds kleiner. Totdat door een ademtocht de mobile al in beweging komt, haast onzichtbaar zacht.

Anders dan Mondriaan, die op zoek is naar vaste structuren, zoekt Calder de essentie in beweeglijkheid. De draden van Small Feathers lijken op te lossen in de lucht. Het metaal valt langzaam uiteen, als een trage rookpluim bij windkracht twee. Maar net voor de ultieme verdwijning stopt de kunstenaar ermee – omdat het nu mooi is, omdat dit het meeste lijkt op absolute harmonie.

De tentoonstelling ‘Alexander Calder – de grote ontdekking’ gaat vandaag open en duurt t/m 28 mei. Gemeentemuseum Den Haag. Info 070-3381111 of www.gemeentemuseum.nl. Een voorstelling van ‘Cirque Calder is te zien op YouTube.