Cijfers in de krant zijn nodig en je moet er mee (op) kunnen rekenen

Hendrik Battjes kwam er vroeg achter dat journalisten geen verstand hebben van cijfers. Als bouwkundige was hij in 1960 betrokken bij het mammoetproject van de nieuwe RAI in Amsterdam. Een verslaggever wilde van hem weten hoeveel kilometer palen er werd gebruikt, als je ze allemaal achter elkaar legde. O ja, en hoeveel kilometer betonstaal, hoeveel kubieke meter beton en nog veel meer. Leuk voor de lezers.

Battjes sloeg driftig aan het rekenen, want de persman zat al bijna op deadline. Het werd nachtwerk, maar hij kreeg het voor elkaar. En toen verscheen de krant. „Alle cijfers stonden er verkeerd in” , zegt Battjes (76) nu, nog steeds een beetje verbouwereerd.

Ruim vijftig jaar later is hij nog altijd een trouwe krantenlezer – en sinds zijn journalistieke vuurdoop een extra secure. Op tafel in zijn appartement liggen de pagina’s, met aantekeningen. „Dat cijfer kan niet kloppen.” „Hoe komen ze daarbij?” „Ik heb het even nagerekend…” Een e-mail aan de ombudsman was aanleiding hem op te zoeken.

Het is een ervaring die andere lezers zullen herkennen: je leest iets over je eigen vak of specialiteit in een krant, en jawel, daar staan dan weer nullen te veel of te weinig, percentages die opgeteld boven de honderd uitkomen, absolute aantallen die elkaar tegenspreken, of jaartallen uit de toekomst.

Ook in deze krant komt dat voor. Dat is ook geen wonder: een krant is een dagelijks in hoog tempo gemaakt product van tienduizenden woorden, met honderden getallen, percentages, grafieken en tabellen.

Vaak gaat dat om misverstanden of slordigheden. Ik spreek uit ervaring, want ik heb ook ooit een geïnterviewde 24 jaar ouder gemaakt dan hij was (hij had door de telefoon gezegd: „Ik ben van ’54”, en niet, zoals ik verstond… nou ja, u raadt het). Collega’s spraken mij behoedzaam aan toen het stuk in druk was verschenen: het contrast tussen de foto en de leeftijd!

Dat begrijpt Hendrik Battjes ook wel. Hij is geen scherpslijper, maar wil wel graag exact en correct geïnformeerd worden. Hij kijkt weinig televisie, surft zelden over het internet, en doet niet aan Twitter. Hij hecht aan feiten en heldere taal. Op een van zijn geannoteerde pagina’s staat, afkeurend: „Feiten als illustratie bij betoog”. Dat is de omgekeerde wereld, vindt hij: „Uitleg is prima, maar zet de feiten er dan nog even apart bij, in plaats van alles door elkaar te klutsen.”

Hij betreurt de trend naar meer emotie en subjectieve beleving: „Op televisie zijn bij een moord de waxinelichtjes soms belangrijker dan informatie over de zaak zelf.”

Maar dan de cijfers. De oud-constructeur pakt een knipsel. „Hier staat dat inmiddels één op de twintig huizen in Nederland te koop staat. Dat kan gewoon niet waar zijn. Bedoeld zal zijn: één op de twintig koophuizen. Ik heb het nagerekend. Ja, je snapt het als lezer misschien wel, door het zinsverband, maar het klopt niet.”

Spijkers op laag water? Nee, want ook kleine slordigheden tasten de betrouwbaarheid van de krant aan. Net als de raadselachtige vondst van een Romeinse helm „van twee eeuwen oud”, die de krant signaleerde. Moest zijn: millennia.

Berucht is de verhaspeling van miljoen en miljard, een eeuwig terugkerende plaag, die lezers altijd opvalt. „In deze tijd, the age of billions, valt het gemak op waarmee enorme getallen worden gepresenteerd”, schrijft een lezer. „Nu juist correcte duiding en ondubbelzinnigheid van groot belang is geworden, mis ik deze vaker en vaker.”

Dan helpt het niet als in een commentaar over de pensioenen sprake is van „acht miljoen Nederlanders, zo’n 40 procent van de deelnemende gepensioneerden en werknemers”. Een lezer rekende voor dat er dan 20 miljoen deelnemende Nederlanders zouden moeten zijn, „exclusief kinderen”. De oplossing: die 40 procent klopt, in het absolute aantal zaten dubbeltellingen.

Maar soms zijn de cijfers zelf dubbelzinnig. In complexe dossiers doen tal van berekeningen de ronde, die voor een krant soms onmogelijk na te trekken zijn.

Neem de kosten van de zorg, een waar financieel mijnenveld. Daarover circuleren ramingen van het kabinet, van het ministerie van Financiën, van Volksgezondheid, het CBS, het CPB en diverse andere instituten. Of de cijfers over Europese economieën en staatsschulden, waar ook uiteenlopende berekeningen van te maken zijn.

Toch moet een kwaliteitskrant als NRC Handelsblad daar zo veel mogelijk duidelijkheid in scheppen. Want, zoals dezelfde lezer terecht schrijft: „De cijfers bepalen mede de opinie en het beleid, dus is zorgvuldigheid een plicht van hen die ons informeren.”

Dat betekent: leg uit waar cijfers vandaan komen. Sla er geen slag naar. Stem af met collega’s welke cijfers je hanteert. Het zal niet altijd naadloos kunnen, daarvoor is de krant te snel en de materie soms te complex. Bovendien, rekenen is vaak een kwestie van schatten.

Maar het kan wel beter.

Terug naar de RAI, 1960. Ootmoedig legde Hendrik Battjes zijn nederlaag voor aan zijn baas, architect Bodon. Alles uitgelegd, en toch alles verkeerd in de krant. Maar de baas haalde zijn schouders op. „Hij zei: ach meneer Battjes, u gelooft toch niet wat er in de krant staat?”

Ja, meneer Battjes, u moet dat wél kunnen geloven.

Als het goed is.

Sjoerd de jong

    • Sjoerd de Jong