Brieven

Schatten kun je pas als je goed kunt rekenen

Inhakend op Chavannes’ opmerkingen over schattend rekenen (Opinie & Debat, 28 januari) stelt Jeroen Spandaw dat training van lagere schoolkinderen in schattend rekenen belangrijker is dan training in ‘geestdodend’ cijferen (Opinie & Debat, 3 februari). Hij illustreert zijn punt met verwijzing naar Enrico Fermi en andere bètawetenschappers, die vaak met succes schattingsmethoden hanteren om het kaf van het koren te scheiden.

In zijn argumentatie ziet Spandaw echter over het hoofd dat het correct hanteren van schattingsmethoden een behoorlijk inzicht in getallen vereist. Zonder inzicht in wetmatigheden is er immers geen gevoel voor marges. Deze basis kan alleen maar worden verkregen met een gedegen training in cijferen, iets waar het op de basisschool nu juist aan ontbreekt. Met zijn voorbeelden van het succesvol hanteren van schattingsmethoden door Fermi en door de drie gepromoveerde natuurkundigen in de auto haalt Spandaw onbedoeld zijn eigen stelling onderuit, omdat het ging om mensen die hiertoe dankzij een gedegen cijferopleiding in staat zijn.

Dr. G.P. Können

Soest

De VS zijn heel wat gevaarlijker dan Iran

Hoflands column van 25 januari is gebaseerd op diverse onwaarheden over Iran. Allereerst de befaamde ‘uitspraak’ van president Ahmadinejad dat Israël van de kaart geveegd moet worden. De correcte vertaling van Ahmadinejads bewering is: The regime occupying Jerusalem must vanish from the page of time. Ahmadinejad maakte hierbij een vergelijking naar het zonder geweld verdwijnen van het apartheidsregime van Zuid-Afrika en de voormalige Sovjet-Unie (zie de Nederlandse Wikipedia, onder ‘Mahmoud Ahmadinejad’, sectie 2.1).

Dan is er de uitspraak van Obama dat hij wilde onderhandelen met Iran, maar dat Ahmadinejad niet toegankelijk was. Het omgekeerde was het geval. Iran maakte een stap, maar Washington reageerde niet.

Hoe gevaarlijk is Iran? Het aantal Iraanse kernbommen is 0; dat van de VS meer dan 10.000; dat van Israël meer dan 200. Ten slotte nog dit. Het jaarlijkse militaire budget van Iran is 20 miljard dollar; van de VS 595 miljard dollar; Israël 15 miljard dollar (Bron website CIA).

Martinus Veltman

Bilthoven

De BankGiro Loterij verdient juist een pluim

Met stijgende verbazing heb ik uw commentaar gelezen over het zogenoemde monopolie van de BankGiro Loterij (6 februari).

Als directeur van het Mauritshuis was ik destijds samen met mijn collega’s van het Van Goghmuseum en het Rijksmuseum nauw betrokken bij de eerste onderhandelingen tussen deze drie musea en de BankGiro Loterij. Het waren deze drie musea die de loterij benaderden en niet andersom. Het al vele decennia lang ontbreken van een serieus aankoopbudget had geleid tot dit initiatief. In eerste instantie werd de Staatsloterij benaderd, maar die was niet geïnteresseerd. Vervolgens bleek de BankGiro Loterij wel bereid met ons in zee te gaan. Dankzij haar bijdrage kon sinds 1998 een indrukwekkende reeks van meesterwerken worden verworven. Bovendien worden de restauratie van het Rijksmuseum en de uitbreiding van het Mauritshuis medegefinancierd.

Het is volslagen begrijpelijk dat de Loterij daarvoor tegenprestaties, zoals een zekere exclusiviteit, verwacht, zowel bij incidentele activiteiten – tentoonstellingen – als bij meerjarige overeenkomsten. Het is volslagen onterecht om dit chantage te noemen.

Drs. F.J. Duparc

Oud-directeur van Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis

Een borstimplantaat is geen speelgoed

Het artikel van Shanta Singh dat borstimplantaten niet moeten worden gekeurd door particuliere bedrijven (Opinie, 7 februari) is kort door de bocht en op onderdelen onjuist. Zij wekt de suggestie dat aan medische hulpmiddelen dezelfde eisen worden gesteld als aan bijvoorbeeld speelgoed. Dit is pertinent onjuist. De CE-markering waarover zij spreekt, duidt aan dat een product voldoet aan de Europese regelgeving van het desbetreffende product. Die regelgeving is voor medische hulpmiddelen dus anders dan voor speelgoed.

Ze stelt geneesmiddelen gelijk aan medische hulpmiddelen. De ontwikkeling, werking en het gebruik van medische hulpmiddelen is anders dan van geneesmiddelen. Veiligheid voor de patiënt is het uitgangspunt voor alle producenten van medische hulpmiddelen. Onderzoek hiernaar wordt structureel uitgevoerd en moet uitgebreid worden gedocumenteerd. Voor producten uit de hoogste risicoklasse – klasse III-producten, zoals borstimplantaten – moet klinisch onderzoek worden uitgevoerd. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt toezicht.

In het geval van de Franse implantaten houdt de Franse overheid toezicht en kunnen de producten vervolgens in de gehele Europese Unie worden gebruikt. Momenteel wordt er gewerkt aan een aanpassing van dit systeem voor een beter integraal toezicht op de controlerende organisaties.

Het is betreurenswaardig dat Singh als onderzoeker bovenstaande nuances heeft weggelaten.

Roelf van Run

Directeur van Nefemed, belangenorganisatie van producenten van medische hulpmiddelen

Een leegstaand kantoor moet bewoonbaar zijn

Vaker en vaker komen kantoorgebouwen langdurig leeg te staan – niet alleen in de Randstad, maar ook daarbuiten. Vaak verlaten bedrijven een gebouw, waarna de omgeving jaren mag aankijken tegen een holle leegte.

Het toppunt van rare leegstand is het voormalige KPMG-gebouw in Amstelveen. De gemeente vond het goed dat KPMG op korte afstand een nieuw onderkomen betrok, waarna het oude gebouw kon beginnen aan zijn langdurige verpietercyclus. Het gebouw is ook niet geschikt voor iets anders, zoals studentenkamers, seniorenwoningen of startersappartementen.

Waarom worden kantoorgebouwen niet zo ontworpen dat dat wél kan? Dit zou de gemeente verplicht kunnen stellen.

A. Nugteren

Velp

Waardig levenseinde is niet altijd haalbaar

Boudewijn Chabot beschrijft de wegen die kunnen worden gekozen naar een waardige levensbeëindiging (Opinie, 2 februari). Deze gelden voor mensen die zelf nog de regie kunnen voeren, maar niet voor hen die dat niet meer kunnen of bijvoorbeeld niet meer over eigen huisvesting beschikken.

Onze zoon – toen vijftig – heeft in september 2009 geprobeerd zijn leven waardig te beëindigen, begeleid door familie, met inschakeling van een counselor van Stichting De Einder en aan de hand van het door Chabot geschreven boek.

Het verloop na inname van de middelen was rampzalig. De geadviseerde slaapmiddelen waren na 32 uur uitgewerkt. De dodelijke middelen hadden hun werk niet gedaan en deden het ook daarna niet meer.

Onze zoon is naar het universitair ziekenhuis gebracht. Daar heeft men zeer intensief geprobeerd alsnog levensbeëindiging in het kader van de Euthanasiewet te regelen.

Dit vroeg (te) veel tijd. Onze zoon kon het niet meer opbrengen. Hij stapte voor de trein – onwaardig, beschadigend en zonder afscheid.

Dat Chabot geen vriend is van de NVVE, bleek al in zijn twee eerdere artikelen in NRC Handelsblad. Dat hij die Vereniging met rond de 125.000 leden, die veelvuldig geraadpleegd worden, een lobby noemt, past daarin.

De ook door mij gewaardeerde Stichting De Einder doet, zeker via hun counselors, erg goed werk, maar de bekendheid onder haar doelgroep, en hiermee haar ‘marktaandeel’, is erg klein.

Het afzetten tegen de NVVE is daarom niet effectief en niet slim. Gelukkig bepleit Chabot wel vele vaargeulen in de delta die voeren naar waardige levensbeëindiging.

C Boonstra

Benthuizen

Van der Kolk (FNV) stelt eigen belang voorop

Vakbondsbestuurder Henk van der Kolk maakt het wel erg bont (NRC Handelsblad, 9 februari). Midden in de ernstige financieel-economische crisis doet de voorman van de grootste vakcentrale binnen de FNV uit de doeken „dat een centraal akkoord tussen kabinet, werkgevers en vakbonden over de arbeidsmarkt er voorlopig niet in zit”.

Van der Kolk, die eerder de FNV uit elkaar speelde door voor én achter de schermen het gezag van FNV-voorzitter Jongerius te betwisten, durft het algemeen belang te veronachtzamen en zijn eigen belang voorop te stellen: „Pas vanuit een sterke positie op de werkvloer kunnen we een vuist maken in het nationale overleg. Nu zijn wij niet in staat de discussie te laten kantelen. We kunnen geen fair deal halen.” Hij mag eraan worden herinnerd dat de vakbond er een stuk sterker voor had gestaan als hij niet zelf de bond van binnenuit had verzwakt.

FNV had achterban, vakbond én Nederland een dienst bewezen door in deze tijd constructief te zoeken naar de mogelijkheden tot een centraal akkoord waarbij zowel de welvaart, de polder als het algemeen belang voorop hadden gestaan.

B. Groothuis

Voorburg