Boenen, schrobben en dweilen tot savuslaat

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Met deze week een beul, een ziener, F. Springer en twee huishoudsters.

De biografie van een van de grootste schurken van de twintigste eeuw op een koele, haast onderkoelde, manier schrijven, is geen geringe opgave. Robert Gerwarth heeft in Hitlers beul. Leven en dood van Reinhard Heydrich 1904-1942 (Balans, vert. Gerrit Jan Zwier, 440 blz. € 24,95) Heydrichs leven kritisch afstandelijk willen reconstrueren, ‘zonder de geschiedenis achterstevoren te willen lezen’. Over de aard en omvang van Heydrichs misdaden als ontwerper van de jodenvervolging – hij geldt als de meest radicale figuur in de top van nazi-Duitsland – zijn de feiten bekend genoeg, evenals de onbeschrijflijke terreur die volgde op de aanslag door het Tsjechische verzet die een einde aan Heydrichs leven maakte. Gerwarth poogt de rol van Heydrich te verklaren uit de context waarin deze opereerde. De auteur wil ‘de sensatiebeluste toon’ van vroegere Heydrich-biografieën vermijden en wijst zowel de ‘demonisering’ van de maniakale moordlust als de karakterisering van Heydrich als pervers rationalistische en technocratische bureaumoordenaar af. Zijn weg naar nagenoeg onbeperkte macht bij de vervolging en het uitmoorden van alles wat vreemd en vijandig aan de Duitse zuiverheid was, verliep niet rechttoe rechtaan. Aan deze biografie zullen nog veel beschouwingen worden gewijd.

„De wetenschap staat niet stil.” Dat is alvast één voorspelling die met zekerheid zal uitkomen. Het cliché is typerend voor de futurologie van de Amerikaanse theoretisch natuurkundige Michio Kaku: Reis naar de toekomst. Het leven in het jaar 2100 (Nieuw Amsterdam, vert. Oscar ten Houten en Toon Dohmen, 464 blz. €24,95) neemt ons mee op een hypothetische tocht door honderd jaar vooruitgang. Een vooruitgang waarvan we de snelheid altijd weer onderschatten en waar de fantasie van science fiction schrijvers voor te kort schiet. Hij interviewde 300 wetenschappers over de grote ontdekkingen die ons te wachten staan. De computerrevolutie zal ons zometeen in staat stellen om met onze geest de materie aan te sturen. Biotechnologen kunnen straks naar believen nieuw leven scheppen en onze levensverwachting verdubbelen. De nanotechrevolutie zal ons in staat stellen om voorwerpen uit het niets op te roepen. Spannend! En Kaku vertelt onderhoudend. Maar platitudes als “wijsheid is de sleutel tot de toekomst” kan ik ook zonder hulp ven aan theoretisch natuurkundige bedenken.

Liesbeth Dolk werkt aan een biografie van Carel Jan Schneider (1932-2011), beter bekend onder zijn schrijversnaam F. Springer. In het met veel bijzondere foto’s geïllustreerde Vindplaatsen. De Indische jaren van F. Springer (Querido, 143 blz. € 29,95) worden alvast enige biografische achtergronden bij zijn werk gepresenteerd. Omdat Springer heeft gezegd dat zijn fictie vaak dicht tegen de werkelijkheid aanligt, heeft Dolk de decors in beeld gebracht waartegen romans als Tabee, New York , Bougainville, Bandoen-Bandung en Candy zich afspelen. Los daarvan geeft het boek boek een aardig inkijkje in een Indische jeugd tijdens de haren 30 en 40, eindigend in een Jappenkamp.

Het levensverhaal van Linda van ’t Wout (1946), is opgetekend door Nico ter Linden in Een goed kind regeert z’n eigen (Balans, 120 blz. € 14,95) De vrouw die al sinds 1977 het huis schoonmaakt van het Amsterdamse domineesgezin, vertelt tussen het soppen en boenen door gloedvol over haar ellendige jeugd. Omdat haar moeder, een ‘moffenhoer’ die net niet werd kaalgeschoren na de bevrijding, slecht voor haar zorgde, nam Linda’s communistische opa Bram Staats – een bekende Amsterdammer – die taak op zich. Een authentiek verhaal, dat alleen ontsierd wordt door Ter Lindens pogingen het idioom van zijn werkster na te bootsen (‘Zij kon Duits en Engels’) .

Voor je het weet wordt het nadoen van plat Amsterdams een parodie, maar daarvoor moet je bij Remco Campert zijn. Diens bundel Vrienden, vriendinnen en de rest van de wereld (De Bezige Bij, 94 blz. € 14,90) opent met het verhaal ‘Smartlap’ , ook over een schoonmaakster. „Ze was een werkster en had het vaak te kwaad. Boenen, dweilen en schrobben van soggusvroeg tot savuslaat.” Heel fijn is ook de sketch ‘Twee columnisten’, over Carmiggelt-achtige typetjes die zo bang zijn elkaars onderwerp te pikken dat ze niets meer tegen elkaar durven zeggen. „Niet alleen zwegen ze, ze vermeden het ook elkaar in de ogen te kijken. Ogen waren een goed onderwerp voor een column.” Campert maakt wel rare spelfouten, zoals ‘uitwijding’. Of zou dat ook een parodie zijn?

Elsbeth Etty