Betaal je ingenieurs wat beter, Wientjes

Niet geheel verrassend bepleitte VNO-NCW Bernard Wientjes deze week in het dagblad Trouw de nullijn voor de salarissen. Dat werkte ook uitstekend in tijdens het – pas veel later – geroemde Akkoord van Wassenaar uit 1982 toen werkgevers en werknemers overeen kwamen de loonkosten stevig in de hand te houden na de explosie van de jaren zeventig.

Maar de omstandigheden zijn ingrijpend veranderd. In hetzelfde jaar dat ‘Wassenaar’ werd gesloten, vond aan de andere kant van de wereld een gebeurtenis plaats die van kolossaal belang zou worden. De Volksrepubliek China nam een nieuwe grondwet aan, die de basis zou leggen voor ingrijpende economische hervormingen.

Dertig jaar later zit daar dan ook het verschil. In 1982 maakten we ons wel druk om de post-industriële samenleving, maar daarbij ging het om de onvermijdelijke transitie van een industriële economie naar een diensteneconomie die vrijwel overál zou plaatsvinden. Japan was, met zijn industriële opmars, de enige serieuze bedreiging.

De gehele Chinese economie was in 1982 ongeveer even groot als de onze. Nu overstijgt hij de onze met een factor twintig. In de tussentijd is er een boel post-industriële goedpraterij geweest.

De Aziaten doen de eenvoudige spullen die wij toch niet meer willen maken.

Herstel: de Aziaten maken inmiddels ingewikkelde spullen, maar ze zijn niet creatief, dus wij zullen altijd de ontwerpen en de trends bepalen.

Oké, ontwerpen kunnen ze dus ook, maar het ontbreekt ze aan de wetenschappelijke basis om fundamentele uitvindingen te doen.

En nu? Het superioriteitsgevoel is inmiddels verdampt. Duitsland wordt nu geroemd om het halsstarrig voortzetten van de industriële traditie die wij hier overboord hebben gezet. Daar wordt nog wat gemáákt en het is nog concurrerend ook! En er lopen daar mensen rond die weten hoe het moet. Laten we ze ‘de ingenieurs’ noemen.

Hebben wij die nog genoeg? De vinger wijst al snel naar Den Haag. Twee studentes van de TU Delft vroegen zich vorige maand in deze krant terecht af of, met al het generieke korten op het hoger onderwijs, het kabinet eigenlijk nog wel ingenieurs wil. Goed punt, qua aanbod. Maar laten we het eens over de vraag hebben.

Daar zit een raadsel. Beta's zijn steeds schaarser, maar toch worden ze relatief slecht betaald. Deze zogenoemde ‘betapuzzel’, zoals hij al eens in Economisch Statistische Berichten werd genoemd, wordt verklaard met twee argumenten. Eén: er kennelijk een grote internationale arbeidsmarkt voor beta’s, die de lonen relatief laag houdt. En twee, belangrijker: veel beta’s zijn, eenmaal in functie, nu eenmaal niet zo ‘loongevoelig’. Lees: te bescheiden. Het zijn er vaak de mensen niet naar om vooraan te staan met een individuele looneis.

Jongeren weten beter. Waarom een zware technische studie volgen om er later achter te komen dat iedereen in hetzelfde bedrijf je in salaris voorbijstreeft? Het bedrijfsleven dat zo hard roept dat er geen ingenieurs en specialisten meer zijn, geeft zelf de negatieve prikkel door de mensen met de grootste mond te belonen, en de bescheidenen in eigen zak te steken.

Als China de uitdaging is, dan zouden ingenieurs, toegepaste onderzoekers in de exacte wetenschappen, productiespecialisten en andere techneuten tot de best betaalden in het bedrijfsleven moeten behoren. Er is maar één probleem: de ingenieurs vragen er niet om. Je zult het ze zelf moeten aanbieden, en er niet al te karig mee zijn.

Die nullijn is u dus gegund, Wientjes, maar laat hem vergezeld gaan van een loongolf voor de exacte vakken. Gewoon uitdelen, in en namens alle aangesloten bedrijven. Dat zou nog eens een signaal zijn! En reken maar dat de bètawetenschappen dan weer volstromen. Want talent is er genoeg. Als we willen, kunnen we hier alles. Werkelijk alles.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel