Barry Eichengreen waarschuwt nog één keer

Auteur: Barry Eichengreen Titel: Exorbitant Privilege. The Rise and Fall of the Dollar Uitgever: Oxford University Press ISBN: 9780199596713, 215 blz. €19,-

De macht van de dollar in de praktijk? Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s ontnam Amerika in augustus vorig jaar de AAA-rating, het keurmerk van financiële betrouwbaarheid. De grootste en belangrijkste economie met de meest gebruikte munt behoorde opeens niet meer tot de veiligste landen om in te beleggen.

Zou er paniek uitbreken? Zouden de rentekosten voor de VS opeens hard stijgen? Nee, beleggers werden zenuwachtig en stopten hun geld in de veiligste belegging die ze konden bedenken: Amerikaanse staatsobligaties. Dat de VS, met een torenhoge staatsschuld en een compleet gepolariseerde politiek, juist de oorzaak van de onrust was, deed er niet toe.

Dat is wat Barry Eichengreen, hoogleraar economie aan Berkeley, bedoelt met ‘exorbitant privilege’. De dollar is zo dominant op financiële markten en in internationale handel dat Amerika simpelweg meer kan maken. Eichengreen somt bondig op hoe dominant de dollar de afgelopen eeuw is geworden. In 85 procent van alle valutatransacties wordt de dollar betrokken. De helft van alle internationale schuldbewijzen (obligaties, leningen) is uitgegeven in dollars. En tot slot: driekwart van de briefjes van 100 dollar bevindt zich buiten de Amerikaanse landsgrenzen.

Eichengreen vertelt in Exorbitant Privilege vooral een historisch verhaal, meestal boeiend, soms iets te langdradig. Hij begint in 1620 bij Britse kolonisten die zich in de Nieuwe Wereld hadden gevestigd. Zij verkochten hun goederen aan Spanjaarden in het relatief nabijgelegen Caraïbisch gebied. De meest verhandelde munt was de Spaanse peso. Valutahandelaren noemden de munt een Spaanse dollar, een verbastering van thaler, want de dollar bevatte ongeveer evenveel zilver als de Boheemse Joachimsthaler. Na de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog werd de dollar de officiële munt van de VS.

Niet alleen de stormachtige economische ontwikkeling van de VS na de Eerste Wereldoorlog zorgde voor de opkomst van de dollar. In 1913 was de Federal Reserve opgericht, het Amerikaanse stelsel van centrale banken. Een centrale bank maakte de Amerikaanse economie en de bankwereld stabieler. Er werd een coherent monetair beleid gevoerd, een vereiste voor internationaal vertrouwen in een munt. En Amerikaanse banken mochten voor het eerst internationaal leningen verstrekken. Zeker tijdens de oorlog werd daar veel gebruik van gemaakt, waardoor de rol van de dollar internationaal toenam – heel gunstig voor Amerikanen. De Franse minister van Financiën Valéry Giscard d’Estaing noemde dit in de jaren zestig klagend een ‘exorbitant privelege’. De staat leent goedkoper, Amerikaanse bedrijven lopen minder valutarisico en de consumptiedrang van Amerikanen wordt in feite door de rest van de wereld gesubsidieerd.

Eichengreen is een van de ster-economen van deze crisis. Hij reist de wereld af (kijk op zijn Twitter voor zijn indrukwekkende reisschema) om met zijn zachte stem stellig te waarschuwen voor economisch onheil dat politici over zich afroepen als ze verkeerd handelen. Ook zijn boek is deels een waarschuwing. De dollar heeft zijn langste tijd gehad.

China en Brazilië zijn in opkomst en zullen een prominentere rol gaan spelen. Ook schrijft Eichengreen dat de euro zal blijven bestaan en in belang zal toenemen. Hij legt helaas niet goed en gedetailleerd uit hoe de euro de huidige crisis kan overleven. In toespraken en interviews, zoals in deze krant afgelopen juni, hamert Eichengreen juist op de weeffouten van de eurozone. Zuid-Europese landen hadden volgens hem nooit toegelaten mogen worden worden.

Dat de dollar concurrentie krijgt van de yuan, real en euro is volgens Eichengreen niet erg. Uiteindelijk komt de bedreiging van de VS niet van andere valuta’s, maar van Amerikaanse politici die te stellig geloven in de onschendbaarheid van hun dollar en daardoor niet bereid zijn te hervormen.

    • Melle Garschagen