Balanceren op de scheidslijn

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

Johan van Breukelen spreekt morgen, op uitnodiging van voorganger Jan Andreae, in De Duif, ‘open oecumenische gemeenschap’ in Amsterdam. De dienst heeft als thema: ‘Over de naderende dood’. Zijn kinderen Thijs en Nina zingen het lied ‘Luchtkasteel’, waarvan hij zelf de tekst schreef.

Vaak gaat een kerkdienst aan een begrafenis vooraf. De dode is erbij – als lichaam in een kist. Is dit alvast zijn uitvaartmis? Hoewel niet als zodanig bedoeld, kan het wel zo worden gevoeld. In ieder geval geeft Johan van Breukelen morgen zijn visie op de dood en vooral op het leven. Hier volgt, verkort, een van de twee teksten die hij morgen uitspreekt.

Gijsbert van Es

‘Hoe kun je op zo’n manier bij het proces van de naderende dood aanwezig zijn dat het iets is wat gevierd kan worden?’

Eckhart Tolle

‘Leven met het besef van eindigheid is mij niet onbekend. Ruim twintig jaar geleden ben ik als begeleider intensief betrokken geweest bij groepen rondom HIV en aids. Ik zag dat veel mensen, met de dood voor ogen, intensiever en bewuster gingen leven. Ze waren in staat het alledaagse gedoe te ontstijgen en contact te maken met datgene waar het écht om gaat.

Overal ontstonden netwerken van concrete liefde: van mensen die voor elkaar gingen zorgen, elkaar wilden dragen. Toen heb ik geleerd wat het betekent ‘te zijn met wat er is’ en ‘te doen wat je te doen staat’. Ik heb de potentie ervaren die in mensen zit als het werkelijk erop aankomt. Hier heb ik opnieuw besloten dat ik niet eerst de dood aangezegd hoef te krijgen om met meer bewustzijn te leven.

In die zin leef ik m’n halve leven al met de naderende dood, zoals we dat in wezen allemaal zouden kunnen doen. Het enige verschil is dat die mij nu letterlijk is aangezegd, waardoor alles wat urgenter lijkt. De aankondiging van mijn sterven zie ik, zoals het hele leven, als een oproep om te functioneren en te creëren. Gewoon: de mogelijkheden zien en die benutten, tot de laatste zucht.

Hoe kun je op zo’n manier met de naderende dood omgaan dat je ermee kunt leven en die kunt vieren? Alleen al het stellen van deze vraag geeft mij energie. Het opent een nieuwe weg – en niet alleen voor mij, ook voor iedereen die ermee te maken krijgt, of je nu ziek bent, binnenkort doodgaat, of nog even gezond achterblijft. Voor ons allemaal dus – niemand uitgezonderd!

In onze samenleving zijn mensen vaak verontwaardigd of geschokt wanneer iemand ongeneeslijk ziek blijkt te zijn en sterft. Alsof het iets is wat niet zou mogen gebeuren. Bij ons is de dood niet meer zo vertrouwd als in andere culturen. In het dagelijks leven wordt de dood vaak ontkend. Het dode lichaam wordt verborgen, weggemoffeld. In India kun je zien hoe men doden door de straten draagt en in het openbaar verbrandt. Voor ons is dat gruwelijk.

De naderende dood is voor mij niet beangstigend, zwaar, verdrietig, of onbarmhartig. Ik voel me bevoorrecht en gezegend dat ik tijd en ruimte heb gekregen me erop voor te bereiden. Ik probeer bevriend te zijn met wat zich aandient, met wat voorbij komt in mijn leven. Mijn lichaam wordt steeds meer aangetast, sowieso al door te leven, en nu ook door de kanker. Wanneer het fysieke ongemak gaat toenemen, zal ik daaraan nog best een klus krijgen. Mijn lichaam zal uiteindelijk aftakelen en vergaan. Alles wat leeft en vorm heeft, gaat voorbij. Als je niet te veel vasthoudt aan die vormen ontstaat daarachter ruimte, en eeuwigheid.

Het lijkt hier over de dood te gaan, maar het gaat natuurlijk om het leven, nu. Ik haal, zoals altijd, energie en plezier uit het creëren van beelden en teksten, uit ontmoetingen, uit samenwerking met andere kunstenaars. Zoals bij mijn project ‘Luchtkasteel’, een fragiel bouwwerk dat kan doorgaan met zingen, ook als ‘ik’ er niet meer ben.

Ik maak plannen voor de nabije toekomst en ben tegelijkertijd op elk moment bereid het leven los te laten. Op die scheidslijn balanceer ik. Dat voelt avontuurlijk, spannend, een beetje gevaarlijk, en vooral: heel levendig. En dat levendige maakt het ook feestelijk. Ik kan het iedereen aanraden.’

Reacties: laatstewoord@nrc.nl.Twitter: #laatstewoord