Ayaan Hirsi Ali: De groeiende volkerenmoord op christenen De westerse miljarden moeten tegen christofobie zijn een hefboom

Overal in de moslimwereld worden christenen vermoord om hun geloof. De omvang en de ernst van deze christofobie doen die van de islamofobie verbleken.

Blood stains of a victim of bomb blast is seen at the flood of St. Theresa Catholic Church in Madalla, Nigeria, Sunday, Dec. 25, 2011. An explosion ripped through a Catholic church during Christmas Mass near Nigeria's capital Sunday, killing scores of people, officials said. A radical Muslim sect claimed the attack and another bombing near a church in the restive city of Jos, as explosions also struck the nation's northeast. (AP Photo/Sunday Agaeze) ASSOCIATED PRESS

We horen heel vaak over moslims als slachtoffers van misstanden in het Westen en als strijders tegen tirannie in de Arabische Lente. Maar er is ook een heel ander soort oorlog aan de gang – een nog niet erkende strijd die duizenden levens kost. In de islamitische wereld worden christenen vermoord om hun geloof. Dit is een groeiende volkerenmoord waarover de wereld alarm zou moeten slaan.

Het beeld van moslims als slachtoffers of helden klopt hoogstens ten dele. Van West-Afrika en het Midden-Oosten tot Zuid-Azië en Oceanië is in landen met een moslimmeerderheid de gewelddadige onderdrukking van christelijke minderheden de afgelopen jaren de norm geworden. In sommige landen zijn door de overheid en haar vertegenwoordigers kerken verbrand en gelovigen gevangengezet. In andere landen hebben groepen rebellen en burgerwachten zelf het heft in handen genomen door christenen te vermoorden en hen te verdrijven uit gebieden waar hun wortels eeuwen teruggaan.

Het zwijgen van de media over dit onderwerp heeft ongetwijfeld een aantal oorzaken. Eén daarvan is mogelijk de angst om nog meer geweld uit te lokken. Een andere is waarschijnlijk de invloed van lobbygroepen als de Organisatie van de Islamitische Samenwerking – een soort Verenigde Naties van de islam met als centrum Saoedi-Arabië – en de Raad voor Amerikaans-Islamitische Betrekkingen. De afgelopen tien jaar hebben deze en vergelijkbare groeperingen met opmerkelijk succes vooraanstaande publieke figuren en journalisten in het Westen weten te overtuigen dat elk voorbeeld van vermeende anti-islamitische discriminatie een uiting is van een systematische en kwaadaardige stoornis genaamd ‘islamofobie’ – een term die beoogt dezelfde morele afkeuring op te roepen als xenofobie of homofobie.

Maar een eerlijke beoordeling van de gebeurtenissen en trends van de laatste tijd leidt tot de slotsom dat de omvang en ernst van de islamofobie verbleken bij de bloedige christofobie op het ogenblik overal ter wereld landen met een moslimmeerderheid in de greep heeft. Er moet een einde komen aan het complot van stilzwijgen rond deze gewelddadige uitingen van godsdienstige onverdraagzaamheid. Er staat niets minder op het spel dan het lot van het christendom – en uiteindelijk van alle religieuze minderheden – in de islamitische wereld.

Als gevolg van blasfemiewetgeving, brute moorden, bomaanslagen, verminkingen en verbranding van heilige plaatsen, leven in tal van landen de christenen in angst. In Nigeria hebben velen al deze vormen van vervolging ondergaan. Dit land heeft van alle landen met een moslimmeerderheid de grootste christelijke minderheid (40 procent, op een bevolking van 160 miljoen). Moslims en christenen leven in Nigeria al jarenlang op de rand van een burgeroorlog. Veel van de spanning – zo niet de meeste – wordt opgewekt door radicale islamisten. De nieuwste organisatie op dit terrein is een groepering die zich Boko Haram noemt, wat ‘westers onderwijs is heiligschennis’ betekent. Haar doel is in Nigeria de sharia in te voeren. Daartoe heeft ze verklaard alle christenen in het land te zullen doden.

Alleen al in de maand januari 2012 was Boko Haram verantwoordelijk voor 54 doden. In 2011 vermoordden de leden minstens 510 mensen en werden in tien noordelijke staten meer dan 350 kerken in brand gestoken of verwoest. Onder de kreet ‘Allahu akbar’ (‘Allah is groot’) voeren ze met behulp van vuurwapens, benzinebommen en zelfs machetes aanvallen op nietsvermoedende burgers uit. Ze hebben aanslagen gepleegd op kerken, een kerstdienst (42 katholieken gedood), cafés, een gemeentehuis, schoonheidssalons en banken. Tot nu toe richten hun moorden zich op christelijke geestelijken, politici, studenten, politieagenten en soldaten, maar ook op moslimgeestelijken die hun chaos veroordelen. Ze begonnen in 2009 met grove methoden als schietpartijen vanaf een motorfiets, maar volgens de laatste AP-berichten hebben de aanslagen van de groepering inmiddels een krachtig en verfijnd niveau bereikt.

De christofobie die Soedan al jaren teistert, neemt een heel andere vorm aan. De autoritaire regering van het sunnitisch-islamitische noorden van het land maakt al tientallen jaren lang de christelijke en animistische minderheden in het zuiden het leven zuur. Wat vaak als burgeroorlog is omschreven, is in de praktijk de aanhoudende vervolging van religieuze minderheden door de Soedanese overheid.

Deze vervolging culmineerde in de beruchte volkenmoord in Darfur, die in 2003 begon. En ook al is de Soedanese moslimpresident Omar al-Bashir aangeklaagd door het Internationale Strafhof in Den Haag, dat hem op drie punten van volkenmoord beschuldigt, en ook al was er euforie over de semi-onafhankelijkheid die hij in juli vorig jaar aan Zuid-Soedan verleende, het geweld is niet opgehouden. In Zuid-Kordofan lijden de christenen nog steeds onder luchtbombardementen, gerichte moordaanslagen, kinderontvoering en andere wreedheden. Uit rapporten van de Verenigde Naties blijkt dat tussen de 53.000 en 75.000 onschuldige burgers uit hun woonplaats zijn verdreven en dat huizen en gebouwen zijn geplunderd en verwoest.

Beide soorten vervolging – door groeperingen buiten de overheid dan wel van staatswege – komen samen in Egypte na de Arabische Lente. Op 9 oktober vorig jaar betoogden in de wijk Maspero van Kaïro Koptische christenen (die circa 11 procent van de Egyptische bevolking van 81 miljoen uitmaken) uit protest tegen een golf aanslagen door islamisten – waaronder brandstichting in kerken, verkrachtingen, verminkingen en moorden – die volgde op de afzetting van dictator Hosni Mubarak. Bij het protest reden Egyptische veiligheidstroepen met vrachtwagens op de menigte in en beschoten zij de betogers, waarbij minstens 24 mensen werden vermorzeld en meer dan driehonderd gewonden vielen. In de verwachting van nog meer aanvallen waren aan het eind van het jaar meer dan 200.000 Kopten hun huis ontvlucht. Nu de islamisten na de recente verkiezingen klaarstaan om nog veel meer macht te verwerven, lijkt hun angst ook gerechtvaardigd.

Egypte is niet het enige Arabische land dat op de uitroeiing van zijn christelijke minderheid uit lijkt. Volgens het Assyrische International News Agency (AINA) zijn sinds 2003 alleen al in Bagdad door terroristisch geweld meer dan 900 Iraakse christenen om het leven gekomen (merendeels Assyriërs), en 70 kerken afgebrand. Als gevolg van het direct tegen hen gerichte geweld zijn duizenden Iraakse christenen gevlucht, waarmee het aantal christenen in het land is gedaald van iets meer dan een miljoen voor 2003 tot minder dan een half miljoen nu. Het is begrijpelijk dat AINA spreekt van een ‘beginnende volkenmoord of etnische zuivering van de Assyriërs in Irak’.

De 2,8 miljoen christenen in Pakistan vormen maar ongeveer 1,6 procent op een bevolking van meer dan 170 miljoen. Als lid van zo’n geringe minderheid leven ze in voortdurende angst, niet alleen voor islamitische terroristen, maar ook voor de draconische Pakistaanse blasfemiewetgeving. Zo is er het beruchte geval van een christelijke vrouw die ter dood werd veroordeeld omdat ze de profeet Mohammed zou hebben beledigd. Toen gouverneur Salman Taseer van Punjab onder internationale druk naar wegen zocht om haar in vrijheid te stellen, werd hij door zijn lijfwacht vermoord. Vervolgens werd die lijfwacht door vooraanstaande moslimgeestelijken als held geprezen – en weliswaar werd hij eind vorig jaar ter dood veroordeeld, maar de rechter die het vonnis uitsprak is nu ondergedoken, omdat hij voor zijn leven vreest.

Zulke gevallen zijn in Pakistan niet ongewoon. De blasfemiewetgeving in het land wordt geregeld door misdadigers en onverdraagzame Pakistaanse moslims gebruikt om religieuze minderheden op de huid te zitten. Wie simpelweg in de christelijke drie-eenheid zegt te geloven, wordt als godslasteraar beschouwd, omdat dit ingaat tegen de gangbare islamitische leer. Wordt een christelijke groepering verdacht van overtreding van de blasfemiewetgeving, dan kunnen de gevolgen wreed zijn. Vraag het aan de leden van de christelijke hulporganisatie World Vision. In het voorjaar van 2010 werd het kantoor daarvan aangevallen door tien mannen bewapend met handgranaten. Er vielen zes doden en vier gewonden. Een militante moslimgroepering eiste de verantwoordelijkheid voor de aanslag op ‘omdat World Vision de islam ondermijnde’. (In werkelijkheid hielp het de overlevenden van een grote aardbeving.)

Op 8 maart 2011 vielen minstens 13 doden en 140 gewonden toen de deelnemers aan een grote christelijke betoging in een sloppenwijk van Kaïro werden aangevallen door bewoners uit een naburige wijk.

Zelfs Indonesië – vaak geroemd als ’s werelds meest verdraagzame, democratische en moderne land met een moslimmeerderheid – is niet ongevoelig voor de koorts van de christofobie. Volgens door de Christian Post verzamelde cijfers is het aantal gewelddadige incidenten tegen religieuze minderheden (met 7 procent van de bevolking vormen de christenen de grootste minderheid in het land) tussen 2010 en 2011 met bijna 40 procent, van 198 tot 276 gestegen.

De lijst van ellende kan nog worden uitgebreid. In Iran zijn tientallen christenen gearresteerd en gevangen gezet omdat ze het waagden om buiten het officieel toegestane kerksysteem te bidden. Saoedi-Arabië verdient een geheel eigen categorie. Weliswaar wonen er meer dan een miljoen christenen als gastarbeiders in dat land, maar kerken en zelfs privéhandelingen als het christelijk gebed zijn verboden. Om deze totalitaire restricties te handhaven valt de godsdienstpolitie geregeld de huizen van christenen binnen en brengt hen op beschuldiging van blasfemie voor rechtbanken waar hun verklaring minder juridisch gewicht heeft dan die van een moslim. Zelfs in Ethiopië, waar de christenen een meerderheid van de bevolking vormen, is brandstichting in kerken door leden van de moslimminderheid inmiddels een probleem.

Het zal uit deze opsomming van wreedheden duidelijk zijn dat anti-christelijk geweld een groot en onderbelicht probleem is. Nee, het geweld wordt niet centraal georganiseerd of gecoördineerd door een internationaal islamistisch orgaan. In die zin is de mondiale oorlog tegen christenen zeker geen traditionele oorlog. Het is eerder een spontane uiting van een anti-christelijke geest onder moslims die culturen, landstreken en etnische groeperingen te boven gaat.

Zoals Nina Shea, verbonden aan het Centrum voor godsdienstvrijheid van het Hudson Instituut, in een interview met Newsweek opmerkte, hebben christelijke minderheden in veel landen met een moslimmeerderheid „de bescherming van hun maatschappij verloren”. Dit geldt vooral in landen met groeiende radicaal-islamistische (salafistische) bewegingen. In deze landen denken burgerwachten vaak straffeloos te kunnen handelen – en geeft een passieve overheid hun daarin vaak gelijk. De oude gedachte van de Ottomaanse Turken dat niet-moslims in moslimsamenlevingen bescherming verdienen (zij het dan als tweederangs burgers) is uit grote delen van de islamitische wereld nagenoeg verdwenen.

Laten we daarom goed op onze prioriteiten letten. Ja, de westerse regeringen moeten moslimminderheden tegen onverdraagzaamheid beschermen. En natuurlijk moeten zij vrij en zonder angst kunnen wonen, werken en hun geloof belijden. Juist de bescherming van deze vrijheid van geweten en meningsuiting onderscheidt vrije samenlevingen van onvrije. Maar we moeten de omvang en ernst van de onverdraagzaamheid ook in perspectief blijven zien. Cartoons, films en geschriften zijn één ding – messen, geweren en handgranaten zijn iets heel anders.

Op de vraag wat het Westen kan doen om de religieuze minderheden in samenlevingen met een moslimmeerderheid te helpen, is mijn antwoord dat het moet beginnen de miljarden dollars die het de zondaars aan steun geeft, als hefboom te gebruiken. Dan hebben we nog de handel en de investeringen. Naast diplomatieke druk kunnen en moeten deze hulp- en handelsrelaties afhankelijk worden gesteld van de bescherming van de vrijheid van geweten en godsdienst voor alle burgers.

Laten we ophouden met die overtrokken verhalen over westerse islamofobie en serieus stelling nemen tegen de christofobie die de moslimwereld infecteert. Verdraagzaamheid is er voor iedereen – behalve voor de onverdraagzamen.

Ayaan Hirsi Ali is oud-politica van de VVD. Ze werkt voor de Amerikaanse denktank The American Enterprise Institute. © 2012 Newsweek