achter het stuur

‘Open rijden is ontzettend leuk’

Rob Smits (1959), advocaat-generaal Gerechtshof Amsterdam, co-auteur van de thriller Opgelicht.

Wat was uw eerste auto?

„Een Skoda van 500 gulden. Ik studeerde toen nog, financieel zat er niet meer in. Het was een luxe uitvoering, met zelfs een oliedrukmetertje. Maar de versnellingspook was soms geen beweging in te krijgen en omdat de motor achterin zat, was het ding in de winter niet warm te stoken. Soms moest je de voorruit ook aan de binnenkant krabben.”

En de droomauto van uw jeugd?

„De DS van Citroën, zonder twijfel de mooiste auto ooit gebouwd.”

Wat rijdt u nu?

„Een Audi A4 cabriolet 2.5 TDI. Rijdt geweldig: stil, goede wegligging, veel power. Open rijden is ontzettend leuk.”

In hoeveel keer afrijden heeft u uw rijbewijs gehaald?

„In twee keer. Het was wel grappig, de examinator had net als ik een blauwe spijkerbroek, bruine Van Lier schoenen en een rode lamswollen trui aan.”

De beste chauffeurs: mannen of vrouwen? En waarom?

„Uiteindelijk vrouwen. Die hoeven zich niet waar te maken. Bij mannen zie je achter het stuur toch een soort aap-op-de-rotsgedrag. Die auto met al dat vermogen geeft ze een soort statusgevoel en dat leidt dan weer tot rare acties op de weg. Vrouwen hebben dat niet, het interesseert ze vaak niet eens in wat voor auto ze rijden.”

Te hard rijden of toch maar te laat komen?

„Te laat komen. In Nederland, met die kleine afstanden, heeft te hard rijden sowieso weinig zin. Al dat gejaag levert je hooguit tien minuten tijdwinst op. En ik kan het in mijn functie ook niet maken om te hard te rijden.”

Als ik minister van Verkeer was dan zou ik…

„…meer doen met de combinatie openbaar vervoer en auto. Ik zou zorgen voor grote parkeerplaatsen rond stedelijke gebieden waar vandaan automobilisten met de trein, bus of tram verder kunnen. En ik zou meer willen doen met de supersnelle bus van Wubbo Ockels. Dat project krijgt veel te weinig aandacht.”

    • Guus Peters