Waarom worden er taarten gegooid naar politici?

Vorige week kreeg een Duitse ex-politicus een taart in het gezicht. Dat zette Philippe Domela Nieuwenhuis uit Amsterdam aan het denken: waar komt taartengooien als politiek actiemiddel vandaan?

Het was de voormalige, Duitse minister Karl-Theodor zu Guttenberg die werd ‘getaart’. De daders waarschuwden hem dat, zolang hij blijft werken aan een comeback in de politiek, ze hem blijven trakteren op taart.

Het politieke taartengooien vindt z’n oorsprong in de slapstick. Beroemd voorbeeld: het taartengevecht van Laurel en Hardy in The Battle of the Century (1927). De hippies, zegt de Nijmeegse politicoloog Peter van der Heiden, namen het over als actiemiddel. „De grondlegger van het taartengooien was de Amerikaan Thomas King Forcade, die in 1970 een taart gooide naar Otto Larsen, die de effecten van pornografie onderzocht.”

Parallel aan de slapstick is het doel van politiek taartengooien: belachelijk maken. Diezelfde verbouwereerde blik als die van het slapstickslachtoffer teweegbrengen. Van een politiek figuur een slapstickfiguur maken. Het is, zegt Van der Heiden, een typisch links actiemiddel. „Heel weinig linkse machthebbers hebben een taart in hun gezicht gekregen.”

Het eerste Nederlandse politieke slachtoffer was, voor zover hij weet, de VVD’er Henk Vonhoff. Die kreeg in 1980 als burgemeester van Utrecht een taart in het gezicht van krakers die protesteerden tegen de inzet van politiehonden bij ontruimingen. Latere Nederlandse slachtoffers waren onder anderen Frits Bolkestein , Gerrit Zalm, Pim Fortuyn en Wijnand Duyvendak. De taart van Fortuyn, in 2002, betekende volgens Van der Heiden een keerpunt: „Niet alleen was het bedreigend dat de taartgooier zo dichtbij hem kon komen, ook bleek de taart gemaakt te zijn van smerige ingrediënten, zoals poep. Voor het eerst ging het taartgooien verder dan ‘gewoon’ belachelijk maken.”

Het gooien van taarten is strafbaar als het gericht bedoeld is om iemand iets aan te doen. Het slachtoffer moet aangifte doen, en dan is er volgens een politiewoordvoerder sprake van belediging, bedreiging, geweldpleging en/of vernieling.

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl

    • Anne Dohmen