Vuur der verontwaardiging

16.09.2009, Berlin: Ferdinand von Schirach posiert für ein Foto im Hotel Adlon. Berliner_Zeitung,

Ferdinand von Schirach: Schuld. Uit het Duits vertaald door Marion Hardoar en Hans Driessen. De Arbeiderspers, 145 blz. €19,-

Ferdinand von Schirach: Der Fall Collini. Piper, 193 blz. €17,-

‘Het waren keurige mannen met keurige beroepen. Er viel niets op hen aan te merken.’ Zo gewoon én verontrustend begint een kort verhaal in de bundel Schuld. Dat deze mannen niet keurig zullen blijven, dat ligt voor de hand. Maar de beestachtigheid die zij in no time bereiken, komt niettemin als een schok.

De mannen spelen op een volksfeest in een blaaskapel. Een van hen bestelt bier. De serveerster, onervaren nog, beklimt het podium. Ze glijdt uit en het gordijn gaat dicht. Wat er dan gebeurt, verklapt Schirach niet. Hij vermeldt wel wat de politie onder het podium ziet: ‘Ze lag daar, naakt en in de modder, nat van sperma, nat van urine, nat van bloed. Twee ribben, haar linkerarm en haar neus waren gebroken, de scherven van de glazen en bierflesjes hadden haar rug en armen opengesneden.’

Ferdinand von Schirach (1964) maakt in Schuld met weinig woorden grote indruk. Hij schrijft afstandelijk, droog, en roept toch emoties op. Daarbij put hij uit zijn ervaringen als advocaat. Ook de verteller in Schuld is advocaat. Hij moet de mannen van de blaaskapel verdedigen. Ze worden vrijgelaten. De verteller heeft de rechtszaak dus gewonnen. Maar blij met zijn overwinning is hij niet. Alleen omdat hun DNA-sporen in het ziekenhuis van het meisje werden afgeveegd kwamen haar verkrachters er zo goed vanaf. Verbijsterd over de machteloosheid van justitie blijft de lezer achter.

Schuld, uit 2010, is Schirachs tweede bundel. Het verschil met Misdaden (2009), zijn vrijwel direct in het Nederlands vertaalde eerste bundel, kan niet groter zijn. Althans, ideologisch gezien. In Misdaden barstte de auteur nog van het optimisme. Steeds zegevierde het recht. Achter de misdadiger school altijd een tragische figuur, die niet uit slechtheid maar uit wanhoop iets ergs had gedaan. En Schirach wist je zo te manipuleren dat je medelijden met die dader kreeg. Zodat je het helemaal eens was met zijn vrijspraak, of met een milde straf. In Schuld is er van Schirachs onschuld nog maar weinig over. De schrijver heeft oog voor het slachtoffer gekregen. En dat slachtoffer is maar al te vaak een weerloos en jong persoon, een kind bijna nog.

Henry in het verhaal ‘De illuminaten’ is vijftien als andere jongens uit het internaat hem te grazen nemen. Ze willen de duivel uit hem drijven en dragen zwarte pijen. Henry moet de strop zelf om zijn nek leggen. Jazeker, hij is een geboren slachtoffer. Maar een middelmatig slachtoffer is hij niet. Een lerares heeft zojuist zijn grote tekentalent ontdekt. Daarom komt het des te harder aan dat Henry bijna sterft. Die truc van verhoging en verlaging past Schirach ook in zijn andere verhalen toe. Met succes: op zijn beste momenten haalt deze nieuwlichter het niveau van zijn dode collega Heinrich von Kleist (1777-1811). Ook Kleist verhaalt in zijn novelles over misdaden. Ook hij doet dat op een toon die objectiviteit en zakelijkheid suggereert. En ook bij hem smeult onder de kille oppervlakte het vuur van de verontwaardiging. Zo ontstaat er een enorme intensiteit. Schirachs verhalen lijken op Kleists novelles.

Wilskracht

Maar Schirach schreef ook een roman. Der Fall Collini, pas verschenen, heeft de bekende Schirach-sound. Het sobere proza wekt de verwachting van een hoog soortelijk gewicht, van een slechts met uiterste wilskracht in toom gehouden overdaad aan stof. Een valse verwachting, zo blijkt. De schrijver heeft dit keer juist weinig stof omhanden. Of, liever: het ontbreekt hem aan de fantasie om zijn stof uit te bouwen.

Waar gaat Der Fall Collini over? Een bejaarde industrieel wordt in een hotelkamer bruut vermoord. De dader bekent meteen. En de jonge advocaat Caspar Leinen moet hem verdedigen. Schirach besteedt erg veel aandacht aan die advocaat. Complete hoofdstukken zijn – gaap – aan Leinens gewetensconflict gewijd. Want Leinen ontdekt dat hij het slachtoffer kent. Hans Meyer was voor de kleine Caspar een soort grootvader. Een lieve grootvader zelfs. Weemoedig denkt Leinen terug aan de gelukzalige zomervakanties bij de familie Meyer. In de beschrijving daarvan zijn beslist autobiografische elementen geslopen. De villa met het bordes, het park eromheen, de eiken, de kassen, de vijvers: ook Schirachs eigen opa woonde zo.

Baldur von Schirach (1907-1974) was een hoge Piet in het Derde Rijk. Als Reichsjugendführer misleidde hij de Duitse jeugd en als Reichsstatthalter leidde hij de afvoer van de Weense joden. In een essay zegt Schirach zijn opa niet te hebben gekend. Maar hij woonde, als kind, wel met hem onder één dak. Hoe dan ook: hij wilde iets over Duitse grootvaders schrijven, over hun misdaden in de oorlog en hun rijke leventje erna. Hans Meyer, de lieve opa in Der Fall Collini, spookte in de oorlog ook het een en ander uit. De doortastende Obersturmbannführer vergold in Italië een partizanenaanslag op Duitse soldaten met de fusillering van een nog veel grotere groep gijzelaars. Een van die gijzelaars was de vader van de man uit de titel. Fabrizio Collini doodt de moordenaar van zijn vader, tientallen jaren na de oorlog en ook bij wijze van wraak.

Der Fall Collini zou eigenlijk beter ‘Der Fall Meyer’ kunnen heten. In het kruisverhoor gaat het niet om de hotelkamermoord maar om de moord op de gijzelaars. Interessante vragen roept de auteur daarbij wel op. Vragen als: hoeveel wraak is toegestaan, in en na de oorlog? En: is schuld een kwestie van het toeval of van de omstandigheden?

Studentenrevolte

Fabrizio Collini gaf Hans Meyer in 1969 bij de Duitse justitie aan. Vergeefs: Meyer werd vrijgesproken. Dat komt, legt Schirach uit, door een gemene wet. Op het hoogtepunt van de studentenrevolte met haar protest tegen de Duitse nazi-vaders nam de Bondsdag het voorstel van een oude nazi aan. Eduard Dreher (1907-1996), een berucht advocaat in het Derde Rijk, kreeg het met een onopvallend amendementje voor elkaar dat oorlogsmisdaden uit Drehers beste tijd verjaard werden verklaard. Het is nobel dat Ferdinand von Schirach zich zo over die wet opwindt. Maar het is jammer dat hij de personages zo slecht uitwerkt. Vooral de grootvaderfiguur blijft schimmig. Waarom werd Hans Meyer SS-er? Wat voelde hij toen hij die gijzelaars in het door henzelf gegraven graf zag tuimelen?

Baldurs kleinzoon durfde zich niet echt in het macabere verleden van zijn opa te verdiepen. Zelfs de emoties van de jongere generatie houdt hij op een veilige afstand. ‘En ik, ben ik dat allemaal ook?’, vraagt Hans Meyers kleindochter Johanna vertwijfeld aan Caspar Leinen. Ze bedoelt: ‘Hoe slecht ben ik als nazaat van een nazi?’ Caspar Leinen antwoordt: ‘Je bent wie je bent.’ Geen wonder dat hun liefde snel bekoelt.

De erotische handelingen tussen Caspar en Johanna zijn trouwens abominabel beschreven. ‘Op een zeker moment trok hij de rits van haar jurk omlaag, stroopte hem van haar schouders en opende haar bh.’ Een paar zinnen later meldt de verteller: ‘Hij drong bij haar naar binnen.’ Zou het in een politierapport ook zo antiseptisch genoteerd staan?

Een volleerd romancier is Schirach dus niet. Een volmaakt verteller is hij wel. De schok die Schuld teweegbrengt, trilt nog tijden na.