Voortleven door je muziek

De familie Hillesum is uitgemoord door de nazi’s. Van de Vuijsjes overleefden vier mannen. Nu zijn hun levens gereconstrueerd voor twee aangrijpende en intelligente familiekronieken, en één daarvan is ook nog meer dan dat.

Melding van het Rode Kruis over de dood van Mischa Hillesum, 1951

Jan Willem Regenhardt: Mischa’s spel en de ondergang van de familie Hillesum. Balans, 326 blz. € 19,95

Marja Vuijsje: Ons Kamp. Een min of meer joodse geschiedenis. Atlas, 335 blz. € 21,95

Het grootste verschil tussen de ‘min of meer joodse geschiedenis’ van de families Hillesum en Vuijsje is dat een boek over de Vuijsjes kan eindigen met een stamboom die doorloopt tot 2009, terwijl geen van de Hillesums de Shoah heeft overleefd. Voor het overige zijn er legio overeenkomsten tussen de uit Deventer afkomstige Hillesums, die in 1943 op last van de Duitsers gehuisvest werden in de Amsterdamse Retiefstraat en het gezin van Isaac en Schoontje Vuijsje uit diezelfde Retiefstraat.

Nu ja, enig onderscheid was er wel. Louis en Reza Hillesum-Bernstein, ouders van de literair begaafde Etty, medisch student Jaap en het muzikale wonderkind Mischa, hadden tot de elite van Deventer behoord. Louis was er rector geweest van het gymnasium. Toen zij in de Retiefstraat belandden schrokken de Hillesums zo van de ‘kleine, afgetrapte woning’ dat ze onmiddellijk stukadoors, schilders en een timmerman lieten aanrukken om de boel op te knappen.

Drieëntwintig jaar eerder waren Isaac en Schoontje Vuijsje-Van Beetz de hemel te rijk geweest toen ze met hun vijf kinderen en eentje op komst vanuit het armste deel van de Jodenhoek in de gloednieuwe Transvaalbuurt belandde. ‘De driekamerwoning in de Retiefstraat 60-3 die mijn opa van Handwerkers Vriendenkring huurde was een paleis in vergelijking met de gribus waar zijn gezin vandaan kwam’, schrijft Marja Vuijsje in haar ruim een eeuw omspannende familiekroniek Ons Kamp.

Opa en oma Vuijsje werden vermoord in Sobibor, hun zoon Louis, hun dochter Alida en haar gezin in Auschwitz. Maar de familiegeschiedenis is vooral gestempeld door het socialistische verheffingsideaal. Hun emancipatie van joods lompenproletariaat tot hogere middenklasse voltrok zich in enkele generaties. De zoons van Isaac en Schoontje werden lid van de sociaal-democratische jeugdbeweging AJC en grepen qua opleiding en ontwikkeling de kansen die ze kregen om vooruit te komen. Religieus waren ze niet, al gaf moeder Schoontje hun de nodige ‘Jiddischkat’ mee, het allegaartje aan gewoonten en tradities dat zij als ‘eigen’ ervoer.

Vier manlijke Vuijsjes overleefden de oorlog. Onder hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen bevinden zich opmerkelijk veel journalisten en schrijvers, zoals Bert, Herman, Flip, Ies en Marja Vuijsje, alsmede Berts zoon Robert en Hermans dochter, de dichteres Hagar Peters. Ze voelen zich meer, minder of helemaal niet joods, maar allemaal hebben ze een band met de geschiedenis van hun familie, die Marja Vuijsje (1955) te boek heeft gesteld.

Kamporkest

Marja groeide op als jongste kind van Nathan Vuijsje (1910-1996), die Auschwitz overleefde, omdat hij dankzij zijn fraaie trombonespel in het kamporkest werd opgenomen. Nathan (‘muziek kan je leven redden’) is de spil geworden van Ons kamp, een fenomenaal boek dat veel meer vertegenwoordigt dan een familiekroniek.

Het is ook een cultuur- en ideeëngeschiedenis, een sociologie van de joodse emancipatie, het verhaal van de jodenvervolging en een psychologisch portret van de overlevenden. Doordat Marja Vuijsje gesprekken heeft gevoerd met alle nazaten van haar vermoorde grootouders, inclusief de jongste generatie Israëlische neefjes en nichtjes, krijgen we een uitwaaierend beeld van de sporen die hun ‘min of meer joodse geschiedenis’ heeft getrokken.

Wat mij vooral treft in Ons kamp, opgedragen aan ‘de hele misjpoge’, zijn de uiteenlopende manieren waarop de overgebleven zoons van Isaac en Schoontje zich na de oorlog door het leven sloegen en hun kritische babyboom-kinderen tot humanistische denkende individualisten wisten op te voeden.

Die kinderen debatteerden over de veranderende samenleving, over het proces tegen Eichmann, de Drie van Breda en het Israëlisch-Palestijnse conflict, dat tot hoogoplopende meningsverschillen leidde, maar de Vuijsjes niet uit elkaar dreef. Meningsverschillen over principes en morele kwesties waren er altijd geweest. Zo had Marja’s vader, Nathan, zich moeten verdedigen tegen zijn moeder omdat hij eind april 1943 zijn twee jonge kinderen Jeanette en Wim liet onderduiken. Zelf wilden zij iemand anders leven niet in de waagschaal stellen om het hunne te redden. Tijdens de grote razzia van 26 mei 1943 werden Isaac (64) en Schoontje (62) opgepakt en naar Westerbork over gebracht.

Een maand later, bij de ‘Grossaktion’ van 20 juni 1943 waarbij de rest van de joden in Amsterdam-Oost en Zuid ‘Marschfertig’ werd gemaakt, waren het echtpaar Hillesum en hun jongste zoon Mischa in de Retiefstraat aan de beurt. Tegen die tijd waren er al ettelijke pogingen ondernomen om het gezin en met name Mischa, volgens kenners het grootste pianotalent dat Nederland in tijden had voortgebracht, te behoeden voor deportatie. Maar Mischa wilde niet in aanmerking komen voor een ‘Sperre’, omdat hij bij zijn ouders wilde blijven. Eenmaal in Auschwitz was er in het kamporkest geen plaats voor de 23-jarige pianist en bovendien walgde hij er van.

In Mischa’s spel beschrijft Jan Willem Regenhardt de ondergang van de familie Hillesum, die al ver voor 1943 lijkt te zijn ingezet. Behalve een wonderkind was Mischa ook een ernstig psychiatrisch patiënt. Net als zijn broer Jaap werd hij als schizofreen gediagnosticeerd en herhaaldelijk opgenomen in de Joodse Psychiatrische Inrichting Het Apeldoornse Bos.

Hun zusje heeft in haar beroemde dagboek (Het verstoorde leven, het dagboek van Etty Hillesum 1941-1943) de vrees uitgesproken dat haar broers en ook zijzelf erfelijk belast waren. De vele bekenden van de familie die in Mischa’s spel aan het woord komen denken dat ook. Etty Hillesum werd medewerkster van de Joodse Raad in Westerbork om daar ‘haar volk’ bij te staan. Hoewel zij evenmin als de Vuijsjes religieus was opgevoed en geen band had met het jodendom, meende ze dat haar lotgenoten op God konden vertrouwen en hun lot lijdzaam dienden te dragen.

De psychiater Jaap Spanjaard, die de broertjes Hillesum in het Apeldoornse Bos had behandeld, meende dat Etty aan een erfelijke stoornis leed. ‘Er zit toch iets waanzinnig zweverigs in om dat je laten wegslepen als een soort religieuze taak op te vatten.’

Regenhardt verklaart niet hoe Etty van een a-religieuze, communistische studente iemand werd die een religieus getint lijden ging verheerlijken. Zo gedetailleerd als Marja Vuijsje de politieke keuzes van haar sociaal-democratische familie beschrijft, zo besmuikt doet de geschiedschrijver van de Hillesums over hun communistische sympathieën (de ouders waren lid van de Vereniging Vrienden van de Sovjet-Unie).

Pianospel

Wat De ondergang van de familie Hillesum vooral tot een uniek en waardevol document maakt, zijn niet alleen de talrijke tijdgenoten, die aan het woord komen over het geniale pianospel van de jonge Mischa en de gedetailleerde beschrijvingen van de overige gezinsleden. De emotionele lading en de historische waarde van het boek zit vooral in de getuigenissen van mensen die de kampen hebben overleefd en de leden van het gezin Hillesum tot hun verschrikkelijke einde hebben kunnen volgen. Onder hen Jaap Meijer, de vader van Ischa, die met Jaap Hillesum op transport ging. Dezelfde Jaap Meijer duikt trouwens ook op in Ons Kamp en wel als knecht in de vooroorlogse bakkerij van de Vuijsjes in de Weesperstraat.

En Etty Hillesum speelt een glansrol in de ongoing geschiedenis van de Vuijsjes. Toen dichteres Hagar Peters als 17-jarige bij haar vader Herman Vuijsje introk en over de Shoah ging nadenken, liet zij zich inspireren door ‘de bijna boeddhistische houding’ van Etty Hillesum tijdens de oorlog. ‘In mijn puberteit was zij voor mij echt een voorbeeld, ook als schrijfster.’ En misschien heeft Marja Vuijsjes vader Nathan een beetje gelijk gekregen met zijn credo dat je voort kunt leven door muziek. Mischa Hillesum liet een aantal composities na, die uitgevoerd door pianiste Marianne Boer, op een CD in het boek zijn bijgevoegd: weemoedig stemmende preludes bij een diep treurig verhaal.