Vastgeroeste belangen drukken de groei

Wereldwijd kampen landen met stagnerende groei. De oorzaken zijn divers, maar er is een overkoepelende trend aan te wijzen: institutionele valkuilen.

Waarom heeft Griekenland zulke grote tekorten op zijn begroting en handelsbalans? Waarom is de werkloosheid in Spanje zo hoog? En waarom is de gezondheidszorg in de Verenigde Staten zo duur? Het antwoord op deze drie vragen is hetzelfde: het komt door ‘institutionele valkuilen’. Een institutie is een arrangement dat mensen aan een gemeenschappelijke reeks regels en normen bindt. Ondernemingen zijn instituties, net als scholen, gerechtshoven, overheidsdiensten, parlementen en zelfs markten. Instituties creëren sociale identiteiten, zijn gericht op het algemeen belang, beperken conflicten en bieden regels voor het oplossen daarvan.

Maar vastgeroeste instituties kunnen de vooruitgang ook blokkeren. Economen onderscheiden drie varianten. ten eerste: institutionele arrangementen in arme landen die zich omwille van meer welvaart niet zomaar laten veranderen. Ten tweede: gevallen waarbij het momentum van groei in half-gemoderniseerde landen plotseling afneemt door toedoen van corrupte regeringen en beperkende regels. Ten derde: een systemische stagnatie in een rijk land.

Griekenland lijkt in de tweede blokkade vast te zitten. De belastingontduiking tiert welig, evenals de corruptie in het overheidsapparaat. Vakbonden hebben te veel macht, en politieke partijen besteden vooral veel aandacht aan het beschermen van hun aanhangers. De enige keuze voor goed opgeleide jongeren is dus het land te verlaten of zich bij het systeem aan te sluiten – en deel te gaan uitmaken van het probleem.

De hoge Spaanse werkloosheid wordt veroorzaakt door een andere reeks institutionele zwakheden. Op een niveau van 23 procent is die werkloosheid momenteel twee maal zo hoog als het gemiddelde in de eurozone. Maar er is al tientallen jaren sprake van een groot verschil. Een van de problemen is het onderwijssysteem, dat ontoereikend is voor de zich ontwikkelende economie. Een ander probleem is de corporatistische erfenis van de jaren dertig, die nog steeds als een loden last op de arbeidsmarkt drukt. Dit draagt ertoe bij dat het werkgelegenheidsbeleid archaïsch blijft en de lonen en andere arbeidskosten te hoog zijn.

In de Verenigde Staten lijkt iedereen het erover eens dat de gezondheidszorg te duur is. Zij neemt 17 procent van het bruto binnenlands product voor haar rekening, tegen 12 procent in Frankrijk en Duitsland. Maar alle bezuinigingspogingen zijn tot nu toe verhinderd. Geen van de instituties die een rol spelen op het gebied van de gezondheidszorg – wetgevers, ziekenhuizen, particuliere verzekeraars, overheidsdiensten, lobbygroeperingen – is bereid belangrijke wijzigingen in de eigen positie te accepteren. De sector is gevangen in een een systemische stagnatie in een rijk land, variant drie dus.

Het institutionele perspectief helpt verklaren waarom hervormingen op sommige plekken beter werken dan op andere. De instituties van de Duitse arbeidsmarkt waren flexibel. Vakbonden, politici en werkgevers konden het dus relatief makkelijk eens worden over hervormingen als langere werktijden en strengere regels ten aanzien van werkloosheidsuitkeringen. Die hebben geholpen de Duitse werkloosheid in zes jaar terug te dringen van 11 naar 6 procent. Vergelijkbare hervormingen van de Amerikaanse zorg zijn gedwarsboomd door institutioneel verzet. Zij hebben niets anders bereikt dan een vertraging van het tempo van de kostenverhogingen.

Kijk ook eens naar de verschillende reacties op de huidige schuldencrisis in de periferie van de eurozone. De indrukwekkende instituties van Ierland – de regering, het onderwijs en de particuliere sector – hebben tientallen jaren voorbeeldig samengewerkt om de welvaart snel en op redelijk eerlijke wijze te verhogen. Zij waren sterk genoeg om goed te kunnen reageren toen het financiële systeem moest worden veranderd. Lagere lonen hebben ertoe bijgedragen dat de Ierse export tussen 2009 en 2011 met 22 procent is gestegen.

De institutionele structuren van Spanje en Italië zijn minder vriendelijk voor de groei dan die van Ierland, maar de grote Spaanse politieke partijen en de technocratische regering van Italië willen allemaal graag bij de Europese mainstream horen. De Portugese instituties – van onderwijs tot economische elite – lijken meer in het verleden gevangen te zitten.

En de Griekse instituties blijven zich ondanks enorme druk verschansen in een ongezond evenwicht. Bezuinigingen leiden tot een krimp van de economie zonder dat er een aanzet wordt gegeven tot innovatie, harder werken of hogere efficiëntie. De export staat nog op hetzelfde peil als twee jaar geleden en de crediteuren van het land klagen dat recentelijk aangepaste wetten in de praktijk niet tot veranderingen hebben geleid. Als het land geen diepgaande institutionele veranderingen doorvoert komt het uit de crisis tevoorschijn met nog minder gezonde instituties dan voorheen.

Een institutionele analyse kan niet bogen op de precisie van de gebruikelijke economische instrumenten. Maar de prestaties zullen niet in de juiste richting bewegen zolang instituties vastgeroest blijven zitten in improductieve arrangementen. Kennis moet ervoor zorgen dat deze valkuilen makkelijker vermeden kunnen worden.

Vertaling Menno Grootveld