‘Van Gogh is nodig in A’dam’

Amsterdamse raadsleden vragen zich af waarom de stad betaalt voor expositie van Van Goghs in de Hermitage. Toch lijkt het economisch belang hen over de streep te trekken.

De Amsterdamse wethouder Gehrels (Cultuur, PvdA) had het niet makkelijk tegenover de gemeenteraad, toen ze gistermiddag haar voornemen verdedigde om de Hermitage 600.000 euro subsidie te geven. Deze eenmalige subsidie is bestemd voor het tijdelijk tentoonstellen van zeventig werken uit het Van Gogh Museum wanneer dat vanaf oktober verbouwd wordt, wegens brandveiligheid.

SP en D66 vinden het onderdak verlenen aan de kunstwerken niet de verantwoordelijkheid van de gemeente omdat het Van Gogh een rijksmuseum is en de Hermitage een private onderneming. GroenLinks vindt het moeilijk de twee musea te steunen, terwijl er de komende tijd flink gekort wordt op kleinere kunstinstellingen in de stad.

D66-raadslid Jan Paternotte zei zelfs het idee te hebben dat de wethouder allang geld had toegezegd; de Hermitage is immers al bezig met de voorbereidingen. Gehrels ontkende: „Ik heb nul euro toegezegd. U weet zelf dat een toezegging een politieke doodzonde zou zijn.”

De wethouder werd in de raadscommissie Economische Zaken geflankeerd door de directeuren Cathelijne Broers (Hermitage) en Axel Rüger (Van Gogh Museum). Zij kwamen als insprekers uitleggen waarom gemeentelijke steun op korte termijn belangrijk is. Het plotseling moeten verschuiven van vier tentoonstellingen maakt huisvesten van de Van Goghs kostbaar, zei Cathelijne Broers. „Als het anders kon, zat ik hier niet.”

De stad kan het zich niet veroorloven dat volgend jaar rond deze tijd zowel de Rembrandts als de Van Goghs niet te zien zijn, zei Gehrels. „We lopen anders grote aantallen toeristen mis, en daarmee inkomsten. Het gerucht alleen al maakt de reisbranche ongerust.”

De wethouder doelt hierbij op het Rijksmuseum waarvan sinds 2005 nog maar één vleugel open is. Maar misschien is nog belangrijker de zevenjarige verbouwing van het Stedelijk Museum dat vorig jaar door faillissement van de aannemer opnieuw vertraging opliep.

Coalitiepartners GroenLinks en VVD stonden vorige week nog afwijzend tegenover de subsidie. Maar deze partijen leken zich gisteren in de richting van de wethouder te bewegen omdat „het economisch belang van de stad buiten kijf staat”. Wel vragen de partijen nog om een becijferde onderbouwing van de subsidieaanvraag, zodat duidelijk wordt dat het bedrag van zes ton noodzakelijk is. Met een toezegging hiervan van de wethouder lijkt het erop dat de belangrijkste partijen voor een meerderheid, GroenLinks en VVD, volgende week toch vóór de subsidie zullen stemmen.

    • Yasmina Aboutaleb