Uit emoties haal ik mijn energie

Agressie, vreugde, woede. Robin Haase maakt van zijn spel een show. Vanaf vandaag is hij kopman van het Davis Cup-team.

Bob van der Vlist, NRC Next, Zin, Sabrina Leidelmeijer, Tilburg, 30/01/2012

De vreugde-explosie na een mooi punt. De woede-uitbarsting na een onbegrijpelijke fout. Zijn agressieve, risicovolle spel vanaf de baseline. De spectaculaire versnelling met zijn forehand of backhand. 1 meter 90 lang, en toch sierlijk voetenwerk. Zijn felgele shirt en de stoere zweetband om zijn hoofd. Zijn donkere bos krullen, soms wapperend in de wind. Gezichtsuitdrukkingen waaraan je alles afleest.

Een wedstrijd van tennisser Robin Haase is nooit saai. De geboren Hagenaar (24) maakt er vaak een kleine show van. Vol vuur vecht hij tot het laatste punt. De emotie spuwt uit zijn lichaam. Een zelfverzekerde jongen met bravoure, iemand waarvoor je naar het stadion komt.

Haase is met afstand de beste Nederlandse tennisser van dit moment (54ste op de wereldranglijst). De komende dagen heeft Haase een druk programma. Vandaag, morgen en zondag is hij de kopman van het Nederlandse Davis Cup-team, dat het in Den Bosch opneemt tegen Finland. En maandag begint in het Rotterdamse sportpaleis Ahoy het ABN Amro-toernooi.

Haase, zoon van een Duitse vader en een Nederlandse moeder, heeft twee sterke seizoenen achter de rug. In 2010 vocht hij zich na anderhalf jaar blessureleed knap terug. Met zijn opmars van de 447ste tot de 65ste plaats op de ranglijst won hij dat jaar de titel ‘ATP Comeback Player of the Year’. En vorig seizoen won Haase in het Oostenrijkse Alpenstadje Kitzbühel zijn eerste toernooi op de ATP-tour.

Dit jaar begon Haase wisselvallig, hij bereikte de kwartfinales in Zagreb en verloor twee keer in de eerste ronde (op de Australian Open en in Sydney). Zijn doel voor dit jaar is de top-30 van de wereld halen.

Op de Australian Open verloor je drie weken geleden kansloos van de Amerikaan Andy Roddick. Je had nog nooit zo weinig energie, zei je na afloop. Is je energie terug?

„Ja, de volgende dag al. Hoe het kon gebeuren? Dat weet ik niet. Te weinig gegeten? Te weinig gedronken? Te kort geslapen? Was het te warm met 35 graden? Ik denk het niet. Ik kon niet meer. Dat mag niet gebeuren. Het is nu één keer gebeurd, in alle wedstrijden die ik ooit heb gespeeld [135 duels op de ATP-tour, red]. Ik ben die wedstrijd allang weer vergeten. Je moet door.”

Je toont vaak je emoties. Heb je dat nodig?

„Zo ben ik. Ik heb dat altijd gehad. Als ik een mooi punt sla, kan ik daar heel erg veel energie uithalen. Dat laat ik zien. Als het publiek daarop reageert, haal ik daar nog meer energie uit.”

Bij slechte punten smijt je soms met je racket of schreeuw je. Is dat niet slecht voor je concentratie?

„Nee. Met mijn racket gooien doe ik vrij weinig. Het gebeurt wel regelmatig dat ik praat en daardoor negatief word. Daardoor ga je natuurlijk niet beter spelen. Ik kan juist beter een keer schreeuwen, vloeken of met mijn racket gooien. Dan is de frustratie eruit. Maar dan moet het ook klaar zijn. En niet vijf of zes punten achter elkaar praten. Ik verlies mijn zelfcontrole niet, ik weet wat ik doe. Maar op dat moment voel ik me zo, en gebeurt er toch iets. Natuurlijk werk ik eraan. Als ik gefrustreerd reageer, komt dat vooral doordat ik niet 100 procent fit ben.”

Soms lijkt het bij jou of de bom ieder moment kan exploderen.

„Dat is jouw mening. Ik weet niet wat ik daarop moet antwoorden. Ik heb dat gevoel niet.”

Hoe ben je er in geslaagd proftennisser te worden?

„Ik werk hard. Tennis staat volledig op één, ik laat er alles voor. Als mijn vriendin wil dat ik thuisblijf, bijvoorbeeld omdat ze zich niet zo goed voelt, dan blijf ik niet thuis. Dit is mijn baan. Ik heb het daar met haar over gehad toen de relatie serieus werd, zij begrijpt dat.

In 2010 ben ik maar zes keer wezen stappen, en vorig jaar was het nog minder. Ik ben een allround speler, ik kan op alle baansoorten uit de voeten. Ik kan goed verdedigen, maar kan ook aanvallend spelen. Mijn service is soms ontzettend goed, maar moet nog consequenter. En mijn return is sterk. Daarin schuilt mijn kracht: het totaalplaatje is goed.”

Waar haal je iedere dag de motivatie vandaan?

„Winnen zit in mijn genen. Ik wil met alles winnen, ook met een bordspel of een spelletje kaarten. Ik snap niet dat je een spelletje puur voor de gezelligheid kunt spelen.”

Wanneer wist je dat je prof kon worden?

Ik heb daar altijd in geloofd, al toen ik tien was. Zonder enige twijfel. Als je op je vijfde van jongens wint die acht zijn. Als je op je achtste wint van jongens die tien zijn. En als je op je elfde niet in de leeftijdscategorie tot en met twaalf jaar speelt, maar in de categorie tot en met veertien jaar. Dan is het op een gegeven moment logisch dat je ervan overtuigd raakt dat je beter bent dan vele anderen.”

Dat zelfverzekerde is bijna on-Nederlands.

„Daar ben ik het niet mee eens. Er wordt over mij altijd geschreven: Haagse bluf of Duitse mentaliteit. Ik vind dat onzin, de manier waarop ik ben opgevoed heeft mijn karakter gevormd. Dan zou Sven Kramer ook on-Nederlands zijn, en veel voetballers ook.”

Dennis Schenk is al zeven jaar je coach. Zijn jullie vrienden?

„Nee. Ik ga niet naar zijn verjaardag. Het zou niet goed zijn als hij mijn vriend zou zijn. Dat zou betekenen dat hij niet kwaad kan worden op mij, of me niet meer kan aanpakken op bepaalde dingen. Het is goed om die afstand te bewaren.”

Jullie doen bijna alles samen. Eten, reizen, trainen.

„Vaak is het erg gezellig. En natuurlijk hebben we ieder jaar wel even een conflict. Dat hij iets zegt wat mij echt niet zint. Dan zeg ik iets wat bij hem niet goed valt. Dan vallen er woorden en spreek je elkaar die dag niet meer. Dat is misschien drie keer gebeurd. De volgende dag spreek je het uit, en is het goed, en ga je verder.”

In 2008 en 2009 was je er zeventien maanden uit vanwege een zware blessure aan je rechterknie. Sponsors haakten af, je had geen inkomsten, en je betaalde je trainer door. Hoe zwaar was die tijd?

„Ik word niet snel verdrietig of gedeprimeerd, maar dat was een hele moeilijke periode, op alle gebieden. Ik heb twee keer gehuild. De eerste keer toen het de goede kant op leek te gaan, maar toen speelde de knie weer op. De tweede keer toen ik voor de tweede keer geopereerd moest worden. Tijdens de revalidatie heb ik vier maanden lang elke dag een heftig medicijn geslikt waardoor ik onwijs moe werd. Als ik ging autorijden moest ik soms stoppen bij een tankstation omdat ik anders in slaap zou vallen. Dat realiseren mensen zich niet, ze vergeten wat je ervoor overhebt. Ik denk dat veel spelers in dezelfde situatie gestopt zouden zijn.”

Ben je er sterker door geworden?

„Nee. Ik vind het zo’n onzin als mensen zeggen dat je sterker terugkomt. Nu ik dat heb overwonnen, betekent het niet dat ik op 30-30 wel een ace sla.”

    • Steven Verseput