Tegen de buurman zeg je ‘moin moin’ of ‘Servus’ maar niet ‘hallo’

Mijn joodse buurman, geboren in Roemenië, opgegroeid in München en al jaren in Berlijn woonachtig, begroet mij naar Beiers-katholieke gewoonte steevast met Grüss Gott. Ik zeg dan enigszins plagerig: ‘Servus, Herr Nachbar’, zoals dat in Zuid-Duitsland en Oostenrijk ook wel gebruikelijk is. We beginnen daarna meestal te lachen. Deze begroetingsvormen zijn in Berlijn zó ongebruikelijk, dat je je afkomst ermee meteen verraadt. Maar voor geen van ons beiden is Beieren onze Heimat.

Servus komt uit het Latijn en is de verkorte vorm van ‘ik ben uw dienaar’ of ‘tot uw dienst’. Grüss Gott is geen gebiedende wijs, maar een wens: moge God je groeten. Mijn buurman zegt: „ik ben absoluut niet katholiek, maar Grüss Gott vind ik een ontroerende begroeting.” In München heeft hij er altijd graag gebruik van gemaakt. Hier in Berlijn hoor je het alleen als Zuid-Duitsers voor gek worden gezet.

Een kennis die in de buurt van Bremen is opgegroeid, zegt vaak „moin moin” tegen me, dat in Noord-Duitsland als begroeting wordt gebruikt. Het heeft niets met het Nederlandse ‘morgen’ of ‘mogge’ te maken – wat ik aanvankelijk dacht – maar is mogelijk afgeleid van ‘moien’, dat in het Nederlands ‘goeie’ of ‘goeiedag’ betekent. Het Noord-Duitse moin kun je als begroeting tot diep in de nacht gebruiken.

Een andere treffende begroeting is Mahlzeit, dat behalve ‘smakelijk eten’ ook ‘hoi’ of ‘hallo’ betekent. Deze voor buitenlanders nogal curieuze groet, te gebruiken rond het middaguur, hoor je helaas steeds minder. Net als frohes Schaffen, dat als aanmoediging voor de werkdag wordt gebruikt. Frohes Schaffen betekent ‘veel plezier bij het maken’. Duitsers maken graag dingen, en dat je daar plezier aan beleeft, is voor hen vanzelfsprekend.

Begroetingswijzen als Grüss Gott zijn zo diep in de Duitse cultuur verankerd, dat ze met hand en tand tegen vreemde invloeden worden verdedigd. De Grund- und Mittelschule St. Nikola in het Beierse Passau, waar de Inn, de Ilz en de Donau samenkomen, werd laatst door de directrice tot „hallo- en tschüsvrije zone” verklaard. „We zouden het waarderen als de leerlingen voortaan Grüss Gott en Auf Wiedersehen zeggen, in plaats van hallo en tschüs”, zo heette het.

Toen we eens een fietstocht door Zuid-Beieren maakten en vermoeid een koffiehuis annex Strudelrestaurant in Bad Tölz binnenstapten, ontglipte mij een hartelijk bedoeld „hallo”. Het geroezemoes hield op en de waardin zei pinnig: „In Bayern heisst das Grüss Gott”. Dat was de eerste fout. Toen mijn vrouw daarna een discussie begon over de slappe kwaliteit van het deeg van de geserveerde Apfelstrudel, die in de magnetron was opgewarmd, werd de sfeer ronduit vijandig. Overhaast en met een gemompeld „servus” verlieten we het etablissement. Die pijnlijke ervaring heeft onze waardering voor het prachtige Grüss Gott niet doen verminderen – integendeel.