Superrechter zelf bestraft

De gevierde Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón is gisteren veroordeeld wegens ambtsmisbruik.

Correspondent Spanje & Portugal

Madrid. Internationaal mag hij een gevierd voorvechter van de mensenrechten zijn, gisteren bleek dat Baltasar Garzón tijdens zijn succesvolle carrière te veel vijanden heeft gemaakt in de politieke en rechterlijke macht van zijn land. De Spaanse onderzoeksrechter, die mondiale bekendheid geniet sinds hij in 1998 de Chileense oud-dictator Pinochet probeerde te vervolgen, werd door het Hooggerechtshof in Madrid voor elf jaar uit zijn ambt gezet. De carrière van de 56-jarige Garzón is daarmee voorbij – in ieder geval in Spanje.

Garzón werd schuldig bevonden aan ambtsmisbruik in een onderzoek dat hij leidde naar corruptie binnen de centrum-rechtse Partido Popular (PP). Tientallen leden van deze partij, die sinds eind 2011 weer landelijk regeert, gaven publieke opdrachten weg in ruil voor geld of luxeartikelen. Garzón liet twee kopstukken van dit zogenoemde Gürtel-netwerk vastzetten. Toen zij in de gevangenis bezoek kregen van hun advocaten, liet hij deze gesprekken afluisteren.

Op deze ‘taps’ is hij nu afgerekend. De advocaten dienden een civiele aanklacht tegen Garzón in, omdat hij de grondrechten van hun cliënten zou hebben geschonden. Garzón stelde dat de taps nodig waren om te voorkomen dat de advocaten zouden helpen bewijsmateriaal en geld te verduisteren. Hij handelde bovendien op verzoek van de opsporingsautoriteiten.

Het Hooggerechtshof bleek hier gisteren niet in mee te gaan. Unaniem oordeelde het dat Garzón zijn boekje te buiten ging. In het vonnis verwijten ze hem dat „hij praktijken heeft gebruikt die tegenwoordig alleen nog in totalitaire regimes gewoon zijn”.

De uitspraak leidde tot verdeelde reacties, zoals Garzón al decennia tegenstrijdige emoties oproept. Zijn fans noemen hem een superrechter, die zaken op zich neemt die zijn collega’s te ingewikkeld of gevaarlijk vinden. Zijn critici vinden hem echter een ijdeltuit, die gedreven door zijn hang naar media-aandacht regelmatig juridisch over de schreef gaat.

Rechtse politici prezen de uitspraak of toonden „respect” voor het vonnis. Links bekritiseerde deze juist fel als een politieke afrekening. Deze politieke verdeeldheid is het gevolg van Garzóns imago van ‘linkse’ magistraat. Dit verwierf hij door begin jaren negentig voor de socialisten een kortstondig uitstapje te maken naar de politiek.

Hij bevestigde het door in 2008 een hoogst omstreden onderzoek te openen naar misdaden tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-39) en de daaropvolgende Franco-dictatuur. Hij deed dit op verzoek van nabestaanden van gefusilleerde Republikeinen, het linkse kamp dat het onderspit dolf tegen de rechtse generaal Franco.

Garzón achtte zich hiertoe bevoegd op basis van jurisprudentie die hij zelf schepte in zijn verschillende onderzoeken naar mensenrechtenschendingen door rechtsmilitaire regimes in Zuid-Amerika. Het OM floot hem niettemin terug. De misdrijven zouden al verjaard zijn of onder de amnestiewet vallen die links en rechts overeenkwamen tijdens de transitie naar de democratie.

Dit gestaakte onderzoek werd door een ultrarechtse groepering aangegrepen om Garzón aan te klagen voor ambtsmisbruik. Die klacht zette weer de deur open voor meer aanklachten, waaronder die over de taps.

Garzón moest zich daarna verdedigen in de slangenkuil van de zeer gepolitiseerde Spaanse rechterlijke macht. Na de dood van Franco, in 1975, bleven tijdens de dictatuur benoemde rechters zitten. Nieuwe rechters worden benoemd door een commissie waarin alle partijen een stem hebben. Daarnaast bleken er ook nog rechters te zijn, die uit persoonlijke rancune en professionele jaloezie met de ‘superster’ wilden afrekenen.

Een radiomicrofoon ving gisteren op hoe Garzón tegen omstanders zei dat hij zich „genomen voelt”. De entourage van de rechter liet vorig jaar al doorschemeren dat de rechter klaar is met Spanje. Hij zou meer geïnteresseerd zijn in adviesklussen in Latijns-Amerika, waar zijn pionierswerk in de strijd tegen mensenrechtenschendingen wel op waarde wordt geschat.

    • Merijn de Waal