Overspel, water en terrorisme

Ruben van Dijk: Wild water. A.W. Bruna, 280 blz. € 19,95

Het achteloze armgebaar waarmee de zee in maart 2011 de menselijke beschaving van de Japanse oostkust veegde, doemt onvermijdelijk in Wild water, de derde eco-thriller van Ruben van Dijk. Net als in het Het Kyoto-complot en Graan wordt de lezer gewezen op de onaangename mogelijkheden der natuur. Ditmaal de onloochenbare omstandigheid die buitenlanders doet huiveren en Nederlanders doet schouderophalen: de ‘lege badkuip die men Randstad noemt’ ligt goeddeels onder zeeniveau. Wat nu als een noordwesterstorm met orkaankracht, een cel terroristen die dijken heeft ondermijnd, en springvloed samenspannen om het zwartste doemscenario te verwezenlijken waarop de Nederlandse autoriteiten zich (denken te) hebben voorbereid? Het werkelijk bestaande Coördinatieplan Dijkring 14 houdt serieus rekening met dat scenario. Het omspant delen van Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland; drie miljoen inwoners en 65 procent van het bruto binnenlands product. Het wordt mogelijk geacht dat dit gebied onder extreme weersomstandigheden daadwerkelijk nat gaat.

Van Dijk baseerde Wild water op de inhoud van Coördinatieplan Dijkring 14, maar voegt ruimhartig pikanterieën toe. In de eerste plaats de 39-jarige Anne, directielid en supervamp. Zij organiseert met haar 24-jarige speeltje Wessel van de IT-afdeling een onenightstand in een Katwijks dijkhuisje dat tijdens hun overspel te maken krijgt met ernstig optrekkend vocht. Als de Noordzee richting eerste verdieping klotst, worden Anne en Wessel gedwongen het woeste springtij te bevaren op een bijeengeknutseld vlot, landinwaarts richting veiligheid.

Hun tocht is het beste deel van het boek; realistisch en naargeestig wordt beschreven hoe steden en dorpen snel en fundamenteel veranderen door enkele meters woedend water. Het is stil op dat water want de inwoners zijn – hopelijk – geëvacueerd. Anne raakt buiten zinnen, nagezeten door een helikopterpiloot die is ingezet om te jagen op de vermeende terroristen. Wild water werkt als thriller in zoverre dat de geschetste ramp en het verloop ervan geloofwaardig zijn. Terrorisme en klooiende veiligheidsdiensten komen minder uit de verf. De identiteitscrisis die Anne in de koude flat treft, krijgt evenveel ruimte als de nationale watersnood, maar die focus op het individu bij een onvoorstelbaar grote ramp werkt in het voordeel van het boek, net als het eenzame gemijmer van de helikopterpiloot die boven de watervlakte alles overziet. Het is verfrissend dat de evacuaties en hulpdiensten op de achtergrond blijven, dat de climax rustig is en dat de koude natte feiten ons vrij kalm – en daardoor des te effectiever – worden ingeschonken. Het wordt bijna vreemd dat we onder water leven zo gewoon vinden.