On-Nederlandse manager met heldere agenda

Onder leiding van Jacob de Jonge werd de Bijenkorf verkocht aan het Britse Selfridges en kregen de luxemerken er de ruimte. Na zes jaar gaat De Jonge iets anders doen.

Hij introduceerde luxemerken als Louis Vuitton, Burberry en Viktor & Rolf bij de Bijenkorf. Exclusieve mode en accessoires die voorheen uitsluitend te vinden waren in dure winkelstraten, maakte hij toegankelijk voor warenhuispubliek. Onder zijn leiding ontwikkelde de Bijenkorf zich van „mainstream naar premium”, zoals hij dat zelf in vaktermen noemde.

Jacob de Jonge, bestuursvoorzitter van de Bijenkorf, kondigde gisteren zijn vertrek aan. Zijn doelstellingen zijn gerealiseerd, luidt de verklaring. Zijn strategie – meer luxeproducten in het assortiment, meer aandacht voor service – levert „fantastische resultaten” op, zei hij een jaar geleden. Hoewel de Bijenkorf nooit uitspraken doet over winst- en omzetcijfers, zei De Jonge toen dat de winst de afgelopen jaren „jaar op jaar op jaar” meer dan 25 procent is gestegen.

Ruim zes jaar geleden trad De Jonge (58) aan als hoogste baas van de Bijenkorf, een warenhuis met twaalf vestigingen en ruim 4.100 medewerkers. Daarvoor werkte hij vooral buiten Nederland. De Jonge, die in Brazilië is geboren en zowel de Nederlandse als Braziliaanse nationaliteit heeft, begon zijn loopbaan in 1977 bij Makro in Brazilië. Hij kwam als trainee en vertrok als manager.

In 1986 ging hij in Nederland als commercieel directeur bij supermarktketen Edah aan de slag. In de jaren daarna werkte hij als bestuursvoorzitter voor Makro, in Zuid-Korea, Venezuela en Thailand. Van 1998 tot 2003 was hij bestuursvoorzitter van Makro Azië. Ook werkte hij bij Walmart, het grootste supermarktconcern ter wereld.

En toen kwam de man, die getrouwd is en twee kinderen heeft, naar de Bijenkorf. Dat was in 2006, toen het warenhuis nog in handen was van investeringsmaatschappij Maxeda. Eind 2010 werd de Bijenkorfvoor een onbekend bedrijf gekocht door het Britse warenhuisconcern Selfridges.

De Jonge zei „hoge verwachtingen” te hebben van de samenwerking met de Britten. Selfridges, dat op zijn beurt onder Wittington valt, een investeringsmaatschappij van de steenrijke Canadese familie Weston, „houdt ontzettend van warenhuizen”, verklaarde De Jonge. „Ze hebben liefde voor het vak”.

Volgens betrokkenen is De Jonge een „on-Nederlandse manager”. Hij is directer dan de gemiddelde bestuursvoorzitter. „Als een polderende Hollander hoort hij iedereen aan, maar hij neemt op zijn Amerikaans beslissingen.”

Retaildeskundige Paul Moers vindt dat De Jonge een strategisch slimme zet gedaan bij de Bijenkorf. „De Bijenkorf moet niet bang zijn om horloges van tussen de vijfentwintig- en vijftigduizend euro in de winkel te leggen. Er zijn in Nederland zat mensen met veel geld die zich daar gráág in een chique warenhuis van af laten helpen. ”

Jacob de Jonge had bij zijn aantreden een duidelijke agenda. Hij wilde de uitstraling van de Bijenkorf en de service naar de klant verbeteren. Winkels werden verbouwd, lichter gemaakt, er kwamen vierkante meters bij. De Bijenkorf ging meer aandacht aan marketingcampagnes besteden. De service aan de klant verbeterde, maar moest nóg beter, vond hij. De Jonge was als hoogste baas verantwoordelijk dat de overname van de Bijenkorf door Selfridges goed verliep. Nu die overgangsfase voorbij is, houdt hij ermee op.

    • Barbara Rijlaarsdam