Mister Twiddle

Af en toe schiet mij de naam Mister Twiddle te binnen en moet ik denken aan die keer dat twee vrienden en ik een schaatstocht hebben gemaakt, in 1955 of 1956, een tocht over de Zuid-Hollandse wateren. Of moet ik zeggen het Zuid-Hollandse ijs? De ‘Molentocht’, 60 kilometer, dat dachten we wel aan te kunnen. Maar dat viel tegen. Zwoegen tegen een snerpende wind. Halverwege lonkte een café. We besloten van verdere deelneming af te zien. Borreltje tegen de kou, borreltje voor de schrik. Maar niet voor niets wordt jenever wel eens lefwater genoemd. Dronkemansmoed! Nog maar dertig kilometer? Fluitje van een cent. Kom op, we zijn toch geen doetjes?

Helaas kwamen we maar moeizaam vooruit. De drank, hè. Af en toe waren we zo uitgeput dat we ons languit op het ijs uitstrekten om bij te komen. Uit angst voor doodvriezen krabbelden we gauw weer op. Letterlijk, met die schaatsen.

We hebben het gehaald, ver over tijd, in het donker, maar toch.

De trein terug naar Amsterdam kwam niet verder dan Utrecht. Vertragingen door bevroren wissels. Ook toen al. Gelukkig had Utrecht de spoorbioscoop. We hebben het programma drie keer gezien in afwachting van onze trein. Daardoor herinner ik mij de tekenfilm nog zo goed, over Mister Twiddle, wiens buurman voortdurend trombone speelde, ook ’s nachts. Gek werd hij ervan. Hij propte zijn hoofdkussen in beide oren, niets hielp. Ten einde raad belandt hij bij een psychiater. De diagnose: „Mister Twiddle, you have, what we call a severe case of tromboniosis.” Hem wordt een skivakantie aangeraden. Maar wie staat daar bij de skilift? Zijn buurman, de trombone in de hand. „Mister Twiddle, you here?” Met een akelige gil stort meneer Twiddle zich in het ravijn.

Iedere keer als ik daarna een van mijn schaatsmaten tegenkwam, zei een van hen steevast: „Mister Twiddle, you here?

    • Peter van Straaten