Lijntje tussen Lodewijk en Gaddafi

Bij de openingsceremonie van de Berlinale waren felle toespraken te horen over de vrijheid van meningsuiting en de onderdrukten der aarde. Wat is daar op de doeken van het filmfestival van terug te vinden?

Haar zwarte jurk is weliswaar met een soort vestje hoog gesloten, maar desondanks staat de Duitse filmster Diane Kruger zichtbaar bibberend in de vrieskou op de rode loper van het Berlijnse filmfestival vragen van journalisten te beantwoorden. Ze zet zich in voor een goede zaak: jaarlijks komt tijdens de Berlinale – na Cannes en Venetië het meest prestigieuze Europese filmfestival – in de pers de klacht op dat de ‘Prominenz’ uit Hollywood de weg naar ‘Berlijn’ niet weet te vinden. En Kruger is Duitse, maar maakt sinds de jaren negentig carrière in de Verenigde Staten. Daarom is zij, als acteur in de openingsfilm Les adieux à la reine van de Franse regisseur Benoît Jacquot, gisteravond de grote ster van het openingsgala in het Berliner Palast.

Festivaldirecteur Dieter Kosslick heeft ook de grootste vrouwelijke Hollywood-ster van het moment, Angelina Jolie, weten te strikken. Zij komt in Berlijn de Europese première van de eerste door haar geregisseerde speelfilm presenteren, In the Land of Blood and Honey – een politiek correcte gruwel-liefdesfilm die speelt tijdens de oorlog in Bosnië-Herzegovina. Jolie zal daarvoor uitvoerig worden geëerd tijdens de jaarlijkse gala-avond Cinema for peace, algemeen gezien als het jaarlijkse glamour-hoogtepunt van de Berlinale.

Maar op deze openingsavond is Jolie er nog niet, evenmin als een andere wereldster waarop gerekend werd: Shakhrukh Khan, de ‘James Bond’ van Bollywood. In de actiefilm Don 2: The King is Back! laat Khan in de rol van meesterschurk menig stout stukje zien, met name op het gebied van de uitschakeling van een overmacht aan tegenstanders – op gezette tijden onderbroken door een nummertje zang en dans. Maar de mens Khan is helaas door een griepje geveld – hopelijk haalt hij de Europese première op zaterdag wel.

Wel volop sterren zitten er in de jury die de Beren van de Berlinale zal gaan toekennen en die op de openingsavond uitvoerig worden voorgesteld: de regisseurs Mike Leigh (voorzitter), Jake Gyllenhaal, François Ozon, de Nederlander Anton Corbijn en de Iraniër Ashgar Farhadi (die vorig jaar in Berlijn de Gouden Beer won voor A separation), en de acteurs Barbara Sukowa en Charlotte Gainsbourg. Door de om zijn liberale opvattingen bedreigde Algerijnse schrijver Boualem Sansal in de jury op te nemen poogt de Berlinale recht te doen aan de strijd voor vrijheid in de Arabische wereld en elders.

De historische tijden en de onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting en films maken in Iran, China, Syrië en elders ontbraken niet in de hooggestemde toespraken op de openingsceremonie. Op het witte doek is daarvan in Berlijn weinig terug te vinden – althans niet in het kader van het competitieprogramma. Voor zover er al in de Arabische wereld films worden gemaakt, vinden die hun weg eerder naar Cannes dan naar Berlijn. En de Chinese filmmaker Zhang Yimou heeft in het verleden zeker aanvaringen gehad met de censoren van zijn vaderland. Maar zijn The Flowers of War gaat over de misdadige massaslachting door Japanse troepen tijdens het beleg van Nanking in 1937 – een nationaal epos dat de Chinese autoriteiten met genoegen zien behandeld.

In arren moede roept festivaldirecteur Kosslick zijn openingsfilm, Les adieux à la reine, tot een film van actuele betekenis uit. Die gaat immers over de dagen rond de bestorming van de Bastille in 1789, zoals beleefd door het bedienend personeel van het paleis van Versailles. Er loopt, in de redenering van de directeur, een lijn van de val van het regime van Lodewijk XVI naar dat van Ben Ali of Gaddafi.

Jacquot blijkt dat op een persconferentie wel enigszins met hem eens: „Bij elk fin de règne zie je de machtigen hun verstand verliezen: zij zijn in het licht van hun machtsverlies niet meer in staat tot een rationale inschatting van de situatie en storten zich in het maniakaal najagen van bijzaken”. In deze film wordt Marie Antoinette (Diane Kruger) in de dagen rond de bestorming van de Bastille die het einde van de monarchie inluiden, geheel in beslag genomen door het verval van haar lesbische relatie tot een getrouwde hofdame.

Maar dat is maar bijzaak in Les adieux à la reine, zegt regisseur Benoit. In zijn twintigste film gaat het hem om de positie van het lagere personeel ten paleize: „Ik geloof in klassenstrijd.” Dat hoor je zelden meer – en de openingsfilm van de Berlinale heeft dan ook maar bescheiden succes bij de Duitse kritiek en publiek.

    • Raymond van den Boogaard