Kairo zet door in ruzie met VS

Buitenlandse machten willen Egypte opdelen. Die complottheorie wil de legerleiding bewijzen via de vervolging van door het buitenland gesteunde ngo’s.

Na maanden van verdachtmakingen over de „onzichtbare handen” die Egypte proberen te destabiliseren was het bewijs dat het parket in Kairo deze week presenteerde een beetje mager: een kaart waarop Egypte in vier sectoren is opgedeeld. De kaart maakt deel uit van het bewijsmateriaal tegen 43 medewerkers van niet-gouvernementele organisaties, onder wie 29 buitenlanders, die beschuldigd worden van het zaaien van politieke onrust.

De opdeling van Egypte in vier sectoren – Nijldelta, Oostelijke en Westelijke Woestijn en de Sinaï – is gebruikelijk: ook de eigen websites van de Egyptische regering hanteren die. Maar dat is niet het punt, zegt Mohammed Zaree van het Cairo Institute for Human Rights Studies. „Voor u en mij is die kaart lachwekkend. Maar voor een groot deel van de Egyptische publieke opinie past dit perfect in de complottheorie die ze al jaren krijgt voorgeschoteld, dat er een geheim plan bestaat om Egypte te verzwakken door het op te delen.”

Het in beschuldiging stellen van de ngo-medewerkers – ze riskeren tot vijf jaar cel – is de laatste stap in een escalerende rel met Washington. Na een huiszoeking bij tien Egyptische en buitenlandse organisaties in december werd eind vorige maand een uitreisverbod afgevaardigd tegen de buitenlandse medewerkers, onder wie 16 Amerikanen. Een van de Amerikanen, Sam LaHood, is de zoon van de Amerikaanse minister van Transport. Een aantal Amerikanen heeft zijn toevlucht gezocht in de Amerikaanse ambassade in Kairo.

Het Amerikaanse Congres is razend. Vorig jaar werd een wet aangenomen die de 1,5 miljard dollar Amerikaanse hulp aan Egypte (waarvan 1,3 miljard voor het leger) koppelt aan vooruitgang op het vlak van democratisering, vrijheid van meningsuiting en de rechtsstaat. Die hulp komt nu ernstig in het gedrang, heeft president Obama aan legerleider Tantawi laten weten.

De regering houdt echter het been stijf. Een delegatie van Egyptische generaals in Washington keerde uit protest vroeger terug zonder met de Senaat te hebben gesproken.

Gangmaker in de hetze tegen de ngo’s is Faiza Aboulnaga, de minister van Ontwikkelingssamenwerking. Aboulnaga is een overblijfsel van Mubaraks regime en ze ligt al overhoop met de Amerikanen sinds 2004, toen president Bush besliste dat een deel van de Amerikaanse hulp rechtsreeks naar een aantal ngo’s zou gaan buiten de regering om. Aboulnaga vatte dit op als een persoonlijke belediging. Vorig jaar besloot president Obama bovendien die hulp los te koppelen van goedkeuring door de Egyptische regering.

In het parlement zei Aboulnaga deze week dat „geen enkel land zou dulden dat andere landen organisaties financieren op zijn grondgebied onder het mom van ondersteuning van democratie, goed bestuur en de mensenrechten”. Dat klopt niet, stelt de Amerikaanse ambassade in een communiqué: er is geen verbod op buitenlandse financiering van ngo’s in de VS behalve wanneer er een verdenking bestaat van terrorisme.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken probeerde gisteren de gemoederen te sussen met de suggestie dat het niet de legerleiding is die achter de hetze zit. „Onzin”, zegt Maree, „Abounagal is op haar post gebleven omdat de legerleiding dat wilde. In Egypte gebeurt niets tegen de zin van de legerleiding.”

De vergunningen zijn een heikel punt. Ngo’s zoals het International Republican Institute, het National Democratic Institute en Freedom House opereren inderdaad zonder vergunning. Maar dat is omdat de regering dat zo wil, zegt Maree. „Ze zeggen tegen de ngo’s dat ze kunnen doorwerken. Maar ze houden de vergunningen als wapen achter de hand zodat ze wanneer zij dat willen de wet kunnen toepassen.”

Marees organisatie maakt nog geen deel uit van het onderzoek maar verwacht dat te worden. Wel op de lijst staat Sherif Mansour van Freedom House. Mansour werkt momenteel op het hoofdkwartier in Washington maar zegt dat hij bereid is om naar Egypte terug te keren om terecht te staan. „Het moment is gekomen om de generaals te dwingen hun kaarten op tafel te leggen”, zegt Mansour vanuit Washington.

Veel waarnemers geloven dat de generaals blufpoker spelen, en dat ze overtuigd zijn dat ze de troefkaart in handen hebben. Volgens een diplomatiek telegram uit 2009, gelekt door WikiLeaks, beschouwen de generaals de Amerikaanse hulp als een „onaantastbare beloning” voor de vrede met Israël. Hier en daar is al gesuggereerd dat sommige Golfstaten best bereid zouden zijn om de plaats van de Amerikanen in te nemen.

Zover komt het mogelijk niet. Het ergste zou zijn, zegt Mansour, „als er op het laatste moment een regeling wordt getroffen voor de Amerikaanse ngo-medewerkers zodat de hulp toch kan doorgaan”.

Maar, zegt Mansour, dit gaat helemaal niet over de Amerikaanse hulp. „Dit maakt deel uit van een grotere inspanning om de burgermaatschappij in Egypte het zwijgen op te leggen. De VS moeten nu kiezen: willen ze echt een dialoog met de bredere Egyptische samenleving, of alleen een goede verstandhouding met wie dan ook aan de macht is?”