Hollands Venetiëtocht is mooier dan de Elfsteden

‘Architect uit Havelte’ Jan-Roelof Kruithof in ’82 Foto Cor Eberhard

Holland-Venetië tocht, zeggen alle marathonschaatsers, zonder ‘s’. Ze bedoelen de natuurijsklassieker door Hollands Venetië, over sloten en vaarten dwars door het Overijsselse dorp Giethoorn, met traditioneel schitterende beelden van schaatsers die onder de bruggetjes doorschieten. „Mooier dan de Elfstedentocht”, vindt Henri Ruitenberg, die in 1986 en ’87 de Hollands Venetië tocht won.

De Elfstedentocht overschaduwt vanaf het eerste graadje vorst alle andere schaatswedstrijden. Pas nu voorzitter Wiebe Wieling de zestiende Tocht der Tochten voorlopig heeft afgeblazen, valt op hoeveel mooie natuurijsklassiekers er nog meer zijn. Zoals vandaag op het Veluwemeer, waar Geert-Jan van der Wal twee jaar geleden een heroïsche overwinning behaalde op erbarmelijk ijs. Of zoals zondag de veertiende Hollands Venetiëtocht. En wie weet begin volgende week de Driedaagse van Ankeveen, waar de ijsclub 125 jaar bestaat. Stuk voor stuk wedstrijden vol historie, een erelijst met klinkende namen en anekdotes die niet onder doen voor de sterke verhalen over de ‘grote broer’ uit Friesland.

Henri Ruitenberg, in 1985 achter Evert van Benthem tweede in de Elfstedentocht, kan smakelijk vertellen over de Hollands Venetiëtocht van 1987, toen hij na vijftig kilometer samen met de snelle Edward Hagen op de finish afreed. „Bij het inrijden had ik een bordje gezien waarop stond: 1 kilometer. Toen ik met Hagen in de laatste 1.500 meter kwam, zag ik in de verte dat bordje. Hij vraagt: ‘Hoe ver is het nog?’ Ik zeg: ‘Een kilometer of vijf, zes.’ Intussen dacht ik bij mezelf: ‘Straks ziet hij dat bordje van de laatste kilometer ook; ik moet zorgen dat ik daarvóór bij hem weg ben’. Dus ik demarreerde meteen. Edward dacht dat hij nog tijd genoeg had om me terug te pakken. Tot hij dat bordje van de laatste kilometer zag. Maar toen was het te laat!”

Net als de oudste van de broers Ruitenberg schreef de legendarische Jan-Roelof Kruithof de klassieker twee keer op zijn naam, in 1970 en ’72. In 1985 leek de zege opnieuw voor ‘de architect uit Havelte’, die in kwakkelwinters trainde in een koelcel en negen keer de Alternatieve Elfstedentocht won. Tot hij in de laatste meters voorbij werd gesprint door de eigenlijk al gestopte Marten Hoekstra.

Deze toen veertigjarige Fries had dat jaar na een zware rugblessure zijn wedstrijdlicentie ingeleverd. Zijn plaats in de Finnair-ploeg was ingenomen door de jonge, nog onbekende Evert van Benthem. Ploegleider Jeen van den Berg, Elfstedenwinnaar van 1954, vroeg Hoekstra toch mee te gaan naar de altijd bijzondere marathon in Giethoorn. Als gastrijder maakte hij deel uit van een kopgroep van zeven, met snelle mannen als Kruithof en Henk Portengen. Hoekstra won. „Zo’n sprintje gaat altijd nog wel”, bagatelliseerde hij in het boek Op smalle ijzers. Maar een jaar later reed hij met de eerste kopgroep lang voorop in de Elfstedentocht. Hoekstra schroefde zijn zegetotaal in kunstijsmarathons op tot 29 en is nog altijd in training voor de ‘Tocht der Tochten’, vertelde hij deze week in Nieuwsuur. Dankzij die nooit meer verwachte zege in Hollands Venetië.

De laatst editie van de klassieker over 55 kilometer werd op 29 december 1996 gewonnen door Erik Hulzebosch, vóór Yep Kramer en Henk Angenent. Maar die laatste zou een week later revanche nemen in een klassieker in Friesland.