Hier nog op school, nu weer op straat

Onwennig, nieuwsgierig en enthousiast begonnen de eerste Afghaanse politieagenten in oktober aan de achtweekse basiscursus die Nederlandse marechaussees geven in Kunduz-stad. Inmiddels zijn deze mannen uitgewaaierd over de provincie, verheugd over wat ze geleerd hebben. Ze willen graag meer lessen van de Nederlanders, maar die hebben ze sinds hun afstuderen niet meer gezien.Politieagent Jan Agha, bijvoorbeeld, was dertig jaar geworden zonder ooit naar school te gaan. Totdat hij werd geselecteerd voor de achtweekse basiscursus van de Nederlandse politietrainers. Nu brengt hij die kennis in praktijk in Khanabad. Jan Agha waardeert vooral de lessen in „die echte politietaken”, zoals hij ze noemt. „Het kan altijd dat we moeten vechten”, maar nu kan hij ook auto’s controleren, handboeien omdoen en mijnen herkennen. „Vooral de manier waarop ik beter met mensen kan omgaan vond ik interessant”, zegt Jan Agha. Hij weet nu bijvoorbeeld dat als hij een crimineel ziet op straat, hij niet meteen moet gaan schieten.Dat zijn ook de lessen die Habib u Rachman, uit het onrustige district Archi, zijn bijgebleven. „Hoe respecteer je de bevolking en hoe respecteer je de wet, ik wist er van te voren helemaal niets van.” Rachman heeft ook beter leren schieten, zegt hij. Dat kwam hem van pas in een vier uur durend vuurgevecht waar hij vlak na zijn opleiding in terecht kwam. „Voor die tijd schoten we maar wat, maar nu weet ik hoe ik mijn wapen preciezer kan richten.”Ajab Khan, die samen met Jan Agha op het politiehoofdkwartier in Khanabad werkt, wil graag dat de Nederlanders hem een vervolgcursus aanbieden. Alles wat hij van de militairen geleerd heeft was nieuw voor de analfabeet. Het mooiste vond hij de lessen in lezen en schrijven. „Ik kan nu mijn naam en mijn telefoonnummer schrijven.” Foto Joël van Houdt