‘Hamsun wil niet behagen’

In een reeks literaire liefdesverklaringen verbaast schrijver Ivo Victoria zich over Knut Hamsun.

‘Een paar jaar geleden scoorde ik een hattrick: achter elkaar las ik Hartedier van Herta Müller, Nooit meer slapen van W.F. Hermans en dit boek, Pan van Knut Hamsun. Drie geweldige boeken.

„Ik ging Knut Hamsun lezen omdat hij mij intrigeerde: een Noorse Nobelprijswinnaar met extreemrechtse sympathieën – hij had Hitler de hand geschud – een onvoorspelbare, wispelturige man. Dat zorgt voor een vreemde wisselwerking. De verteller van Pan is luitenant Glahn, een buitenstaander, een stugge man die passioneel verliefd wordt op Edvarda, een meisje uit het dorp. De luitenant woont in een hut aan de rand van een bos, beneden ligt het dorp aan de zee. Elke dag gaat hij met zijn hond uit jagen: een vogel schieten, de vogel braden, de vogel opeten – het ritme van de dag.

„Glahn beschrijft de natuur op een fijnzinnige manier. Prachtige passages over de geuren en de geluiden: ‘De zon was ondergegaan en kleurde de horizon met een vetrood licht, roerloos als olie. De hemel was open en wolkeloos. Ik staarde naar de heldere zee en het was alsof ik de bodem van de wereld aanschouwde en alsof mijn hart deze naakte bodem innig beroerde en zich er geborgen voelde.’ Het is een poëtische en gevoelige vreedzaamheid. Fascinerend is het contrast met het gedrag van Glahn ten opzichte van anderen. Tegen hen is hij stug en bot, doet rare dingen. Wanneer Edvarda het, na haar verhouding met Glahn, aanlegt met een manke dokter, wordt Glahn jaloers. Hij wacht de dokter op na een feestje: ‘Ik strekte mijn geweer voor hem uit alsof hij een hond was en zei: „Spring er eens overheen.” En ik floot en lokte hem.’ Die menselijke gespletenheid van Glahn – en van Hamsun zelf? – maakt het boek zo goed.

„Glahn kan zich verliezen in klaagzangen of euforie door het minste of geringste dat zijn geliefde zegt. Zijn innerlijke wereld is zeer onstuimig. Het verhaal wordt door hem verteld, en continu blijft de vraag: is hij nou betrouwbaar of zit het allemaal in zijn hoofd? Misschien is Edvarda wel heel normaal en interpreteert hij alles overdreven. Dat herken ik: een passionele verliefdheid die je naar de rand van gekte drijft. Dat je zo verliefd bent dat elk emailtje of oogopslag een teken is. Thuis zitten en denken: wat zou ze bedoeld kunnen hebben? Zoals de betekenis van een ‘x’-je aan het eind van een smsje. En als het volgende smsje van haar geen ‘x’-je heeft, wat bedoelt ze daarmee? En moet je één ‘x’-je terugzenden, of twee? Een hoofdletter ‘X’, is dat dan een dikke zoen? Als je gek bent op iemand, zijn die gedachten gekmakend.

„De obsessie en de wispelturigheid van luitenant Glahn zijn intens. Het is beklemmend, maar soms waaiert het boek ook weer uit. Dat is risicovol. Je merkt dat Hamsun niet bezig is met behagen, hij zet iets op papier en het kan hem niets schelen wat de buitenwereld ervan zal denken. Er zit een droompassage in Pan over de legende van Iselin, een heel hoofdstuk dat Glahn op zijn rug in het bos ligt. Dan ben ik Hamsun even helemaal kwijt en tegelijk fascineert het me mateloos. Een redacteur zou een dergelijke passage tegenwoordig meteen schrappen.

Pan is een boek waarvan je voelt dat het geschreven moest worden: het is van levensbelang om dit te maken. Er wordt de laatste tijd gediscussieerd over het vrijblijvende karakter van veel romans. Een good read dreigt de standaard te worden. Er komen verschrikkelijk veel boeken uit. Vaak denk ik: ‘Ja oké, goed gedaan, goed geschreven, maar ik weet niet waarom dit boek nog bovenop de stapel moet.’ Bij Pan voel je daarentegen op elke bladzij: hier staat iets op het spel.”