Ernstige brieven uit het Beat-lab

Aartsvaders van de Beat, Kerouac en Ginsberg, steunden elkaar al schrijvend. Daarin ging het niet om het wilde leven, maar om het vormgeven van hun verbeten ideeën.

1953 --- Allen Ginsberg and Jack Kerouac --- Image by © Allen Ginsberg/Corbis © Allen Ginsberg/Corbis

Bill Morgan en David Stanford (red.): Jack Kerouac and Allen Ginsberg. The Letters. Penguin, 500 blz. € 20,-

Bill Morgan: Beat Atlas. A Guide to the Beat Generation in America. City Lights Books, 240 blz. €17,-

Het is weinig literaire stromingen gegeven om decennia na haar hoogtijdagen weer volop in de belangstelling te staan. Om de Amerikaanse Beat-schrijvers Jack Kerouac (1922-1969), William Burroughs (1914-1997) en Allen Ginsberg (1926-1997) kunnen we echter nauwelijks heen. En dat terwijl hun groezelig koninkrijk in de tweede helft van de jaren vijftig lag.

Natuurlijk, interesse in de Beats is er in cultkringen altijd wel geweest. Maar de populaire wederopstanding kreeg momentum in 2007, met het vijftigjarig jubileum van On the Road (1957), hét boek over onderweg zijn in Amerika. Er volgde een heruitgave van die andere Beatbijbel, Naked Lunch (1959), terwijl ook Hollywood wakker werd.

Eerder dit jaar speelde James Franco de dichter Allen Ginsberg in een film over het proces dat gevoerd werd tegen het vermeend obscene gedicht ‘Howl’ (1955); dit jaar nog zal Walter Salles’ verfilming van On the Road uitkomen. De Beat-gerelateerde publicaties zijn nauwelijks te tellen, van een graphic novel tot de memoires van de vrouw van Neal Cassady, de charmante boef die zo’n diepe indruk maakte op Kerouac en Ginsberg.

Het is verleidelijk die hernieuwde interesse te verklaren vanuit de romantiek van het wilde leven. Dat is waar de Beats voornamelijk mee geassocieerd worden: op de verhitte klanken van be-bop door de Amerikaanse nacht scheuren, de blik verruimd door drank, drugs en zo nu en dan een esoterische levensbeschouwing.

Ambitie

De uitgave Jack Kerouac and Allen Ginsberg: The Letters legt een belangrijker aspect bloot: intellectuele en artistieke ambitie. Ja, Kerouac en Ginsberg, de aartsvaders van de Beat, belichaamden de rafelranden van de maatschappij, maar tegelijk lazen ze omnivoor en voerden ze eindeloze discussies over stijl, thema’s en filosofie. Bovenal schreven ze heel erg veel.

In het bestek van de brieven – waarbij het zwaartepunt ligt op de periode vóór de (zelf)mythologisering – zien we Kerouac en Ginsberg veranderen van onbegrepen, vurige jongelingen in soms gelauwerde, soms uitgekotste publieke figuren. Het verloop van beider carrières is door de redacteuren met deze selectie gevangen: Ginsberg, die zijn rol vond als sjamaan van de tegencultuur, Kerouac, die de roem die hij ooit nastreefde verafschuwde en wegzonk in een alcoholisch moeras. Word nooit een symbool van deze zogeheten Beat-generatie, schreef Ginsberg al in 1957, zich bewust van de doodskus. Twee jaar later jammerde Kerouac: ‘Is het allemaal niet vreselijk geweest?’

Wat me nog het meest trof in deze lange, meanderende brieven is de intellectuele ernst: de verbetenheid waarmee Kerouac en Ginsberg bezig zijn met het vormgeven van hun ideeën. De correspondentie fungeert als laboratorium, inhoudelijk en stilistisch. De spontaneous prose waarmee Kerouac naam maakte zie je voor je ogen ontstaan. Daarbij zijn de brieven een voortdurende oefening in het elkaar steunen – lang noodzakelijk bij gebrek aan respons.

Voor de Beats enige bekendheid genoten, ja, zelfs voor één van hen gepubliceerd was, hamerden ze op het belang van hun Nieuwe Visie, zoals ze het zonder schroom noemden. Ginsberg verklaarde al in 1952, dus vijf jaar voor publicatie van On the Road: ‘Yes Jack On the Road will be the First American Novel. By gum we going places.’

Het is van een aanstekelijk zelfvertrouwen. Niet meedoen aan de heersende trends, een grote schop tegen het establishment voorbereiden én ervan overtuigd zijn dat die schop noodzakelijk is. In het Amerika van Eisenhouwer, getypeerd door naoorlogse groei, door consumentisme, maar vooral door burgerlijkheid, kwam de rebellie, in vorm en inhoud, als geroepen.

Voor de meeste mensen staat de spirit van de Beat gelijk aan de vrijheid van de grote weg – losgezongen zijn van de maatschappij, transcendent, risicovol. Zelf maakte ik met tekenaar Raoul Deleo de oversteek van New York naar San Francisco, geïnspireerd door het eerste deel van On the Road. (Resulterend in De eenzame snelweg, 2007.) Dergelijke pelgrimages worden steeds eenvoudiger, niet alleen door technologische vooruitgang – Interstate Highways, TomTom, laptop, Wifi en mobiele telefoon – maar vooral doordat er een hele Beat-industrie bestaat die dergelijke trips faciliteert.

Pelgrimage

Een nieuwe aanwinst is de door Beat-boekhandel City Lights gepubliceerde Beat Atlas. Bill Morgan, medebezorger van de brieven, heeft menige Beat-plek in kaart gebracht, variërend van de vele hang outs in San Francisco en New York tot het zomerhuis op Cape Cod waar Ginsberg zijn eerste heteroseksuele affaire had (een kortstondige ‘bekering’ die ook in enkele brieven aan bod komt). Ik heb er gemengde gevoelens bij. Door het toegenomen gemak wordt een echte Beat-pelgrimage onmogelijk. In de bandensporen van je helden drijf je steeds verder af van hun essentie.

De brieven van Kerouac en Ginsberg onderstrepen dat niet de ruimtelijke verplaatsing van belang is, maar de geestelijke. De Beat, dat als decor héél Amerika, en soms Mexico of Tanger had, was in de eerste plaats een mentale exercitie. Het wilde leven was een verlengstuk van wat er in die hoofden gebeurde.

Voor mij schuilt in de literaire benadering de blijvende relevantie van de Beats. Ze dagen uit om conventies aan de laars te lappen, een eigen stem te volgen, het alom geaccepteerde niet voetstoots aan te nemen. Het is niet vreemd dat juist filmers en schrijvers de Beats de afgelopen jaren gepassioneerd aan de man hebben gebracht. Omdat ze, vermoed ik, hunkeren naar de artistieke vrijheid die de Beats voor zichzelf bevochten. Een vrijheid waarvoor, binnen een cultuur van blockbusters en dedain voor ‘moeilijke kunst’, steeds minder ruimte lijkt te zijn.