Een roepende in de Koude Oorlog

Historicus Tony Judt overdenkt in zijn laatste, postume boek hardop zijn eigen tijd, de twintigste eeuw. Jammer dat Judt het verschijnen van de biografie van George Kennan, een sleutelfiguur uit de Koude Oorlog, niet meer meemaakte.

Verheerlijking van Stalin op een Tsjechisch schilderij Uit 'Standaard Geschiedenis van de 20ste Eeuw’

John Lewis Gaddis: George F. Kennan. An American Life. Penguin, 784 blz. €39,-

George Frost Kennan (1904- 2005) was in veler ogen de ‘vader van de koude oorlog’ en daarmee de belangrijkste Amerikaanse diplomaat in de jaren na 1945. Zelf zag hij dat anders en in zekere zin was zijn leven een tragedie, ook al bleven zijn stem en invloed zestig jaar het politieke discours mede bepalen. Over hem heeft de historicus John Gaddis een ietwat omstreden biografie geschreven, waarin hij dertig jaar noeste arbeid stak. Gaddis had inzage in al Kennans papieren (inclusief dagboeken en privé-correspondentie).

Kennan, die Russisch had gestudeerd en de taal vloeiend sprak (volgens geletterde Russen in de stijl van Poesjkin en Tsjechov), was in 1946 tweede man op de ambassade in Moskou. Uit Washington kwam het verzoek een alomvattende visie op het Rusland van Stalin te schrijven, plus een advies over de wijze waarop de Amerikaanse politiek daarop zou moeten reageren. Omdat ambassadeur Harriman op reis was, schreef Kennan een tekst die de geschiedenis is ingegaan als ‘The Long Telegram’. Volgens de auteur waren het 8.000 woorden, het langste codetelegram ooit in Washington ontvangen.

Het sloeg in de Amerikaanse hoofdstad in als een bom. Het werd vermenigvuldigd en iedereen in de top van het Witte Huis, het State Department en het Pentagon kon ervan meegenieten. Hoewel, genieten: Kennan bedierf in één klap de welwillende stemming in de Amerikaanse top die juist uit was op samenwerking met het Moskou van Uncle Joe, zoals Stalin vaak genoemd werd.

Kennan betoogde dat er in de Russische traditie een paranoïde angst bestond over de eigen veiligheid. De bolsjewieken hadden deze paranoia overgoten met een marxistische saus waardoor de angsten nu met politiek-economische argumenten werden verklaard. De top in Moskou was ervan overtuigd dat het kapitalisme ten dode was opgeschreven en dat die ondergang met onderlinge oorlogen gepaard zou gaan. Het Russische beleid moest zich hiertegen beschermen door zich te omgeven met bevriende staten. Ondertussen moest men proberen via de sterke communistische partijen (zoals in Frankrijk en Italië) het in zijn doodsstrijd levensgevaarlijke kapitalisme te beïnvloeden.

Paranoia

Vriendschappelijk verkeer, illusies over samenwerking en het maken van oprechte afspraken moest Washington dan ook voorlopig opgeven. De Russische paranoia moest tegemoet getreden met vastberadenheid, psychologische middelen en economische hulp aan landen die gevaar liepen in Moskous val te lopen. Een beleid van containment (indamming), kortom. Kennan schetste in zijn advies geen militaire dimensie voor een dergelijke Amerikaanse aanpak omdat hij ervan overtuigd was dat Moskou niet uit was op een oorlog met het Westen. Niet alleen maar omdat de Russen nu te zwak waren voor een dergelijke actie, maar ook omdat zij in hun ogen het historische gelijk aan hun kant hadden.

Gaddisprijst Kennan voor zijn terughoudendheid op dit punt. In Washington lag dat wat anders. Daar blies het Lange Telegram frisse wind in de zeilen van het Pentagon en grote delen van het Congres, waar de oorlogsalliantie steeds als een kwalijke samenwerking met de Roden werd gezien.

Kennans telegram en minister van Buitenlandse Zaken Marshalls ervaringen op een reis naar de Sovjet-Unie hadden aanvankelijk het Marshallplan – bedacht om het nog steeds kwakkelende West-Europa op de been te helpen – gesterkt. Het had ook Kennans carrière bevorderd want hij werd nu gevraagd hoofd van de nieuw op te richten Policy Planning Council te worden, die het plan zou uitwerken.

Het leek een ideale baan voor Kennan, maar hij aarzelde enige tijd, door de komst van de Truman Doctrine. Omdat de Britten Griekenland gingen verlaten en de Russen Turkije onder druk zetten voor grenscorrecties, besloot het Witte Huis een krachtig geluid te laten horen. Dit leidde tot die ongelukkige Truman Doctrine, waarin behalve over Griekenland en Turkije ook de zin voorkwam dat het Amerika’s beleid moest zijn ‘vrije volkeren te ondersteunen die zich ertegen verzetten te worden onderworpen door gewapende minderheden of door druk van buitenaf’.

De doctrine was buiten Kennan om geformuleerd, maar hij zag dadelijk de gevaren er van in. In een college verzette hij zich tegen Trumans tekst die een vrijbrief leek te verschaffen aan Washington om overal in de wereld in te grijpen, of de Amerikaanse veiligheid ermee gemoeid was of niet. Dit kon ertoe leiden, aldus Kennan, dat de Verenigde Staten de politieagent van de wereld zou worden. Dat dit uiteindelijk zou ontaarden in 1000 bases overzee en een defensiebegroting van tegen het biljoen dollar zal hij op dat moment nog niet voor mogelijk hebben gehouden.

Omwenteling

Hij bleef nog enige jaren in overheidsdienst, was zelfs vijf maanden ambassadeur in Moskou en daarop weer een jaar of twee in Belgrado, maar daarna trok hij zich terug op zijn boerderij en boog zich over zijn zeer leesbare memoires in twee delen. Verder uitte hij zich tegen de militarisering van het Amerikaanse beleid, tegen de wapenwedloop, tegen de Amerikaanse inmenging elders ter wereld, zoals Zuid-Oost Azië, maar er werd niet naar hem geluisterd.

Hier is Gaddis’ zwak in zijn biografische vertelling. Zijn gebrek aan sympathie voor een aantal van Kennans standpunten is evident en zijn verhaal over Kennans optreden voor de commissie-Fulbright, die in 1966 de noodzaak van de Vietnam-oorlog onderzocht, is pover. Dat Kennan met zijn kritiek op het Vietnam-beleid, dat volledig op de televisie te zien was, een historische omwenteling teweeg bracht, lijkt Gaddis te zijn ontgaan ook al meldt hij droog de feiten. Door Kennan werd immers de anti-Vietnambeweging, de zogenaamde ‘kinderkruistocht’ respectabel. Het leverde in de voorverkiezingen van New Hampshire een ongekend aantal stemmen op tegen president Johnsons beleid, waardoor die zich terugtrok uit de race voor het presidentschap.

Een andere tekortkoming van Gaddis’ biografie is het ontbreken van een duidelijk beeld van Kennans gecompliceerde persoonlijkheid. Hij geeft wel veel opinies van tijdgenoten, citaten uit brieven en dagboeken, maar die laten veel vragen open over Kennans overgevoeligheid, emotionele onevenwichtigheid, zijn permanente fysieke klachten en ontelbare verblijven in ziekenhuizen, zijn vrouwenjagerij, zijn gauw gekwetste ego, etc. De typerendste zin in dit gedeelte van de biografie is Kennans opmerking dat voor hem elke stad zijn eigen geur had. En daarnaast, dat hij, die een keurige diplomaat leek met afschuw van het Amerika van geldbelustheid, patserig consumentisme en minachting voor klassieke waarden, zich het beste thuis voelde bij de bohème.

Het siert Gaddis daarentegen, dat hij ondanks zijn eigen steeds meer naar ultra-rechts geschoven denken, in een van de laatste bladzijden van zijn meer dan 700 pagina’s dikke boek Kennans speech aanhaalt aan een diner in het Harriman Institute van de Columbia Universiteit, oktober 1996, waarin hij zei dat de val van de Muur de uitbreiding van de NAVO tot aan de Russische grenzen een ‘strategische blunder van wellicht gedenkwaardige omvang is’.

    • André Spoor