Buiten beeld vechten agenten in Kunduz door

De eerste politieagenten die Nederland in Kunduz heeft opgeleid, zijn aan het werk gegaan en moeten dus gevolgd worden. Maar wat zij doen, en waar, is onduidelijk.

Een paar dagen nadat agent Habib u Rachman de cursus van de Nederlanders had afgerond, belandde hij in een vier uur lang vuurgevecht. In het Daste Archi district in Kunduz trok de politieman er samen met het Afghaanse leger op uit om het gevecht met de opstandelingen aan te gaan. Pas toen Amerikaanse soldaten hen te hulp schoten, wonnen ze deze slag. „De dreiging van de Talibaan is hier nog steeds, en wij moeten ingrijpen als dat nodig is”, zegt Rachman.

Rachman is van de eerste lichting van 28 agenten die begin december hun certificaat kregen van de Nederlandse militairen. De Tweede Kamer heeft het kabinet opgelegd deze politiemannen naderhand te volgen, om te controleren of ze vooral civiele taken van de politie gaan uitvoeren en niet gaan vechten. En of ze wel voor de politie blijven werken. Dit agenten-volg-systeem was een belangrijke voorwaarde voor enkele oppositiepartijen om de politietrainingsmissie te steunen.

Nu het kabinet onderzoekt of Nederland ook agenten van buiten de provincie Kunduz kan scholen, is het des te belangrijker dat dit systeem goed functioneert.

Maar van het volgen van de pupillen komt nog niet veel terecht, blijkt in Kunduz. Kees Koek, plaatsvervangend commandant van de Nederlandse troepen, zegt in eerste instantie dat de 28 pupillen allemaal in de gaten worden gehouden en dat geen van hen betrokken is geweest bij gevechtsacties. Geconfronteerd met het verhaal van de vechtende Rachman, zegt Koek: „Dat is ons niet bekend.” Het ministerie van Defensie laat later weten geen man met de naam Habib u Rachman te hebben opgeleid, maar weigert een lijst over te dragen waar op staat wie de cursus wel volgden.

De militaire woordvoerder in Kunduz weet dat de meeste agenten na hun cursus van acht weken in Kunduz-stad aan het werk zijn gegaan. Daar zouden trainers ze goed in de gaten houden, want elk politiebureau heeft Nederlandse mentoren. Militairen zijn verantwoordelijk voor de opleiding van de lokale politie in de hele provincie, maar komen zelf nog niet buiten de stad.

Op de lijst van de 28 cursisten die de politieleiding in Kunduz beschikbaar heeft gesteld, staat echter geen enkele agent die uit de provinciehoofdstad komt. Dat strookt met eerdere berichten dat de meeste agenten in de stad al door andere internationale partners zijn geschoold en dat er nauwelijks rekruten zijn die binnen het Nederlandse mandaat kunnen worden opgeleid.

De geschoolde agenten zijn allemaal teruggegaan naar hun posten in districten waar Nederland ze niet kan bereiken. Naast Rachman, die wel op deze lijst staat, wonen en werken nog acht van de 28 agenten in het gevaarlijkste gebied, Dasti Archi.

Uit gesprekken met tien van de 28 pupillen van de eerste cursus blijkt dat niemand sinds de diploma-uitreiking contact heeft gehad met militairen van Nederland of haar partnerlanden. „Ik bel af en toe nog met onze Afghaanse trainer die bij de Nederlanders werkt, maar dat is alles”, zegt een agent uit het oostelijke Khanabad.

Vorige week heeft ook de tweede lichting van 30 agenten de basiscursus afgerond. „Zij komen vooral uit de districten buiten de stad waar Nederland niet komt”, zegt Sediq Khan, het hoofd opleidingen van de politie in Kunduz.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Defensie wordt op dit moment van de uitgevlogen pupillen alleen geregistreerd op welk bureau ze terechtkomen, maar worden zij op dit moment inderdaad nog niet actief gevolgd of bijgeschoold als dat niet in de stad Kunduz is. Nederlandse militairen hebben inmiddels wel verkenningen uitgevoerd naar oostelijke districten van de provincie, waar ze dezelfde mentorteams willen opzetten als in Kunduz-stad. Maar of Nederland in alle districten in de provincie Kunduz actief wordt en dus alle afgestudeerde agenten zal bereiken, is maar zeer de vraag. Een vraag die samenhangt met de wisselende veiligheid in de provincie. In sommige gebieden is het op dit moment rustig na zware ‘schoonveegoperaties’. Op andere plekken wordt nog gevochten door de Talibaan of gewapende milities. Gevechten zullen in de lente en zomer waarschijnlijk alleen maar toenemen. Met de inzet van door Nederland geschoolde agenten.