Brieven

Europese pensioenplannen vormen een groot risico voor Nederlandse ouderen

Pensioenbeleid is een nationale aangelegenheid. Toch publiceert Brussel aanstaande dinsdag Europese pensioenplannen. Wat er tot dusver over de plannen is uitgelekt, belooft weinig goeds. Ouderen in Europa – en vooral in Nederland – lopen grote risico’s als de EU-voorstellen werkelijkheid worden. Minister Kamp (Sociale Zaken, VVD) zou er daarom goed aan doen om ze namens Nederland te blokkeren.

Een greep uit de EU-plannen: de pensioenleeftijd moet worden gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting. Zodra de levensverwachting stijgt, wil Brussel dat we automatisch langer doorwerken. Dit betekent voortdurende onzekerheid voor werkende generaties. Ook zijn er vaak geen passende banen beschikbaar voor mensen op leeftijd.

Een ander ingrijpend plan is dat de EU wil bepalen waaraan een pensioen minimaal moet voldoen. Europa wil bezuinigen, dus dit EU-minimum wordt laag. Een karige EU-standaard lokt lagere pensioenen uit in landen waar nu nog een redelijke oudedagsvoorziening is – ook in Nederland dus.

Brussel wil verder een kleinere rol voor de AOW. De oudedagvoorziening zou vooral moeten leunen op de tweede pijler: de pensioenfondsen. De crisis toont aan hoe onzeker uitkeringen uit deze fondsen zijn. Minister Kamp beloofde onlangs in het nieuwe pensioenakkoord om deze onzekerheid voor ouderen te compenseren met een geleidelijke AOW-stijging. De Europese plannen zetten deze belofte evenwel op losse schroeven: een hogere AOW lijkt niet samen te gaan met de Brusselse wens om te bezuinigen op de staatspensioenen. Vooral mensen die niet in loondienst hebben gewerkt – onder wie veel vrouwen – dreigen zo weer een stukje financiële zekerheid te verliezen op hun oude dag.

Ook voor het tweedepijlersysteem in Nederland kunnen de Brusselse plannen nadelig uitpakken. De Europese Commissie wil pensioenfondsen verplichten meer geld in kas te houden. Dat geld is er niet en zal aan de ene kant gehaald worden bij – in Nederland verplicht afdragende – premiebetalers.

Aan de andere kant zullen pensioenfondsen bezuinigen op de uitgaven. De Europese solvabiliteitseisen leiden zo tot hogere pensioenpremies voor werknemers en werkgevers en – opnieuw – tot lagere uitkeringen voor gepensioneerden.

Europa plant op deze manier een beleid dat tegengesteld is aan dat van ons land en dat uiteindelijk negatieve consequenties heeft voor elke Nederlander. Minister Kamp moet daarom op de barricaden tegen de Brusselse bemoeienis met ons pensioen of op zijn minst een uitzonderingspositie voor Nederland bedingen.

Kartika Liotard

Onafhankelijk Nederlands Europarlementariër

Verzet tegen eenzijdige EU-maatregelen is onterecht

China protesteert tegen de door Europa eenzijdig opgelegde CO2-emissiehandel voor luchtvaart. Volgens John Foley is dit verzet terecht (NRC Handelsblad, 7 februari).

Sinds 2005 is binnen Europa het CO2-emissiehandelssysteem actief, waar alle grote energiegebruikers onder vallen. De luchtvaart is buiten dit systeem gebleven, niet omdat vliegtuigen als bron te klein zijn, maar alleen omdat ze niet stil staan en over grenzen heen vliegen. Deze internationale dimensie maakt dat het sterk groeiende vliegverkeer tot nu toe ongrijpbaar was voor CO2-reductiemaatregelen.

De EU is vanaf 2004 in overleg geweest met de ICAO, de VN-organisatie voor burgerluchtvaart, om CO2-reductie van luchtvaart aan te pakken. Door de ICAO is de keuze gemaakt geen eigen systeem te ontwikkelen maar de mogelijkheid open te houden dat luchtvaart bij andere systemen wordt ondergebracht. Europa is doorgegaan met de uitbreiding van het emissiehandelssysteem en legt nu emissiebeperkingen op voor elke vlucht die in Europa begint of eindigt. Recente uitspraken van het Europese Hof van Justitie onderstrepen de rechtmatigheid van deze wetgeving.

Europa steekt hier zijn nek uit door eenzijdig verplichtingen op te leggen aan het vliegverkeer dat van en naar Europa wil. Het betekent een kleine doorbraak in de impasse in het maken van internationale afspraken om klimaatverandering tegen te gaan. Het is ook de enige manier om internationaal vooruitgang te boeken op het klimaatdossier.

Vincent Swinkels

’s-Hertogenbosch

Wij maken in Nederland nog steeds auto’s

In ‘Sluiting NedCar lijkt onafwendbaar’ (NRC Handelsblad, 6 februari) heette het dat met de sluiting van NedCar „het laatste stukje van de Nederlandse auto-industrie” verdwijnt. Dat klopt niet, hoewel de correspondenten zullen hebben gedacht aan personenauto’s. Want er worden in Nederland nog steeds auto’s gemaakt.

Om te beginnen vrachtwagens van DAF-trucks in Eindhoven, dat het na zijn doorstart en overname door Paccar prima doet. En Scania te Zwolle dat groter is dan de Zweedse vestiging. Verder zijn er in Nederland twee spelers op de nichemarkt van zeer zware, bijzondere, vrachtwagens: Ginaf in Veenendaal, en Terberg in Benschop.

Robert J. Smits

Teteringen

Het bedrijfsleven zit niet op wetenschap te wachten

Het kabinet heeft aangekondigd om ingrijpend te bezuinigen op onderzoek. Nederlandse wetenschappers moeten niet bang moeten zijn voor verandering, maar zoeken naar een koppeling met het bedrijfsleven, want dat ‘legt zelf wel bij’.

Wat nooit wordt onderbouwd, is waarom het eigenlijk zo nodig anders moet in deze voor ons cruciale kenniseconomie. Het gaat uitstekend met de Nederlandse wetenschap: in de top-200 van de wereld zijn 12 van de 13 Nederlandse universiteiten genoemd. Maar wellicht nog belangrijker: zit het bedrijfsleven te wachten om in crisistijden 700 miljoen euro per jaar extra en vrijwillig te besteden aan onderzoek?

In 2011 organiseerde het ministerie van OC&W de ‘Masterklasse in de lift’, een poging om die koppeling te leggen en te laten zien wat er al bereikt was. Er werd flink geïnvesteerd. Echter, het bleek dat alle initiatieven die werden gepresenteerd al voor 2010 (aantreden van dit kabinet) werden geïnitieerd. Bovendien heeft de koppeling tussen wetenschap en bedrijfsleven niet alleen voordelen. Dit bleek tijdens de Masterklasse: onder de aanwezige bedrijfsvertegenwoordigers was er vooral sprake van terughoudendheid. Het bedrijfsleven had dus niet zo’n zin om ‘zelf wel bij te leggen’.

Christine Moser

Promovenda in de organisatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam

De Hersenstichting misleidt het publiek

De Hersenstichting misleidt het publiek. Dat ze dit op haar site doet, is tot daar aan toe; er staat veel onzin op het internet. Maar ze doet dit nu ook met behulp van een radiospotje waarin deze stichting probeert geld binnen te halen door in haar reclame letterlijk te zeggen dat alzheimer, parkinson, depressie en ADHD hersenstoornissen zijn.

Psychologische stoornissen, zoals depressie en ADHD, worden misleidend op één lijn geplaatst en gelijkgeschakeld met neurologische stoornissen als alzheimer en parkinson. Hiermee zet ze het grote publiek voor wat betreft de psychologische stoornissen willens en wetens op het verkeerde been. Over de ontstaansgrond van ADHD zijn in de wetenschappelijke literatuur grofweg net zo veel studies, data en theorieën aan te treffen die laten zien dat biologische determinanten erin meespelen als geldt voor de psychologische determinanten. Hieruit de conclusie trekken dat het een hersenstoornis is, is ongepast. Bij depressies is het belang van de psychologische ontstaansgrond en dus ook psychologische behandeling al decennialang overtuigend aangetoond.

Deze stoornissen wegzetten als hersenstoornissen getuigt behalve van misleiding ook van een ernstig te nemen gebrek aan respect voor wetenschappelijke inzichten.

Prof. Dr. J.J.L. Derksen

Klinisch psycholoog, Nijmegen