Aanvallen op Homs gaan door, stad kampt met medicijnentekort

De aanvallen op de Syrische stad Homs gingen gisteren voor de zesde dag op rij door. Volgens activisten zijn er opnieuw honderd doden gevallen. De bombardementen van gisteren zouden de zwaarste op Homs zijn tot nu toe.

In de stad is een gebrek aan donorbloed en medicijnen. Tussen de bombardementen door riepen Syriërs gisteren met luidsprekers en megafonen om medische hulpmiddelen en nieuwe bloeddonoren. Mohammed Saleh, een activist in Syrië, zei gisteren over de telefoon: „Er zijn genoeg medicijnen in de apotheken, maar het is heel lastig ze te brengen naar waar ze nodig zijn, ze bereiken de gewonden niet.”

Een Syrische delegatie van De Rode Halve Maan (de islamitische versie van Het Rode Kruis), die eerder deze week medicijnen bracht naar de wijk Baba Amr in Homs, werd daar aangevallen. De delegatie moest omkeren zonder dat zij de gewonden in de wijk had kunnen helpen.

Zo’n 60 procent van de huizen in Baba Amr zouden inmiddels zijn verwoest.

Ondertussen zoekt de internationale gemeenschap naar nieuwe diplomatieke wegen om het bloedvergieten in Syrië te stoppen. Dat is niet eenvoudig, omdat China en Rusland het regime van Bashar al-Assad blijven steunen. Zij blokkeerden vorig weekend een veroordelende resolutie in de VN-veiligheidsraad.

Een neef van Assad won gisteren een rechtszaak die de bevriezing van zijn Zwitserse bankrekening met daarop 3 miljoen euro ongedaan maakt. De neef, Hafez Makhlouf, is een kolonel in het leger van Assad. AP, CNN