Aanslag in Aleppo, meer tanks in Homs

In Syriës commerciële hoofdstad Aleppo zijn vanochtend zeker 25 militairen en burgers gedood en 175 gewond bij twee bomexplosies bij bases van leger en inlichtingendiensten. Aleppo, waar het regime van president Bashar al-Assad nog veel aanhangers telt, was tot dusverre gespaard gebleven voor geweld. De staatsmedia toonden bloedige beelden, waarbij mensen lichaamsdelen voor de camera uit een vuilniszak haalden.

Eerdere aanslagen op regeringsinstallaties in de hoofdstad Damascus, in december en januari, schreven de autoriteiten toe aan extremistische groepen die volgens hen de hand hebben in het bloedige geweld. Maar oppositie-organisaties beschuldigden het bewind ervan zelf die aanslagen te hebben georganiseerd om de tegenpartij in diskrediet te brengen. De werkelijke toedracht is nooit met zekerheid vast komen te staan

Volgens activisten verzamelden zich vanochtend tanks rond opstandige wijken in de stad Homs die al dagenlang met zware wapens zijn bestookt. Bewoners verwachtten dat het leger hun wijken zou binnenvallen om er een eind te maken aan de opstand tegen het regime. In Homs zijn de afgelopen weken volgens mensenrechtengroepen al honderden doden gevallen, maar daarvan is geen onafhankelijke bevestiging.

Na Europese en Amerikaanse ministers deed de buitenlandcoördinator van de Europese Unie, Catherine Ashton, een beroep op Rusland alsnog een VN-resolutie te steunen die eist dat Assad het geweld tegen de oppositie stopzet. Rusland en China blokkeerden vorige week een resolutie die steun uitsprak voor het Arabische vredesplan voor Syrië.

Maar uit Moskou kwamen alleen afwijzende geluiden. Onderminister van Buitenlandse Zaken Riabkov zei vandaag dat de westerse landen „medeplichtig” zijn aan de verergering van de crisis in Syrië door hun steun voor de oppositie, die weigert te onderhandelen met het regime. De voorzitter van de parlementscommissie voor buitenlandse zaken, Poesjkov, zei dat Moskou zich verzet tegen het „gebruik van humanitaire maatregelen om het regime te wijzigen”. Dat was een verwijzing naar de resolutie die vorig jaar door westerse en Arabische landen werd gebruikt als rechtvaardiging voor luchtaanvallen op het leger van de Libische leider Gaddafi. (Reuters, AFP, AP)