Verschrikkelijk

Waar was u toen u gisteravond het verschrikkelijke nieuws hoorde? Zelf zat ik in de huiskamer, één oog op de televisie gericht, het andere op mijn kat die sceptisch toekeek hoe ik haar tot enige broodnodige lichaamsbeweging probeerde te verleiden. Temperaturen van ver beneden nul hebben geen aantrekkingskracht op katten – dit in tegenstelling tot de mens. Verstandige dieren.

Bij De Wereld Draait Door zaten ze smartelijk op een persconferentie te wachten, maar toen die eindelijk begon gingen ze er allemaal doorheen praten.

Dus snel naar het Journaal op Nederland 1 gezapt, want het nieuws was kennelijk zo opzienbarend dat de persconferentie ook daar live werd uitgezonden. Vroeger deden ze zulke uitzendingen alleen bij ernstige politieke moorden (Kennedy, Fortuyn), of aanslagen (Twin Towers), maar ook het nieuws is inmiddels gedemocratiseerd.

Toen een keurige meneer met grijs haar ons het verschrikkelijke nieuws verteld had, werd iedereen erg emotioneel. Sommige journalisten begonnen ongelovige vragen te stellen, en ik zapte terug naar De Wereld Draait Door waar studiogasten in ontzetting of doffe berusting voor zich uit staarden, alsof hun moeder net overleden was, en Nico Dijkshoorn bijna begon te janken boven zijn eigen sentimentele gedichtje.

Ik onderdrukte met moeite een snik in mijn borst toen mijn vrouw argeloos de kamer binnenkwam en vroeg: „Wat is er aan de hand?”

„Verschrikkelijk nieuws”, kon ik alleen maar uitbrengen.

„Wie is er dood?”

Ik schudde het hoofd, volledig overmand door emoties, en bleef heen en weer zappen tussen 1 en 3 waar steeds voelbaarder werd dat Nederland door een catastrofe getroffen was. „Hier komen we nooit meer overheen”, zei ik nog. En: „Het land zal nog lang in nationale rouw ondergedompeld zijn.”

Mart Smeets verscheen in beeld, een groot vaderlander. Hij had begrepen dat je het volk in tijden van nood invoelend, maar nuchter moet toespreken. Het was een wijs, onvermijdelijk besluit, zei hij steeds, we moesten ons erbij neerleggen, morgen was er weer een dag. Waarom willen ze hem bij de NOS toch zo graag weg hebben? Ons land zal uiteenvallen als hij er niet meer is.

„Wil je misschien een ijsje?” vroeg mijn vrouw. „Er is nog iets in de vriezer.”

„Ik wil die woorden nooit meer horen”, huilde ik. „IJs, ijsmeester, ijsgroei, ijsdikte, rayonhoofd, assistent-rayonhoofd, rayonhoofdenvergadering, assistent-rayonhoofdenvergadering, prikstok, klunen, kluunschoenen, Balk, knarrenrit, Tocht der Tochten, beerenburg…”

„Huil maar door”, troostte mijn vrouw, „probeer het een plekje te geven.”

Plekje! Mijn snikken werd nog onbedaarlijker. „Ik heb het een week lang moeten aanhoren, in álle talkshows, in álle tv-journaals, in álle kranten, en kijk nu eens waar het op uitgelopen is: Mart Smeets die ons als een wijze vader toespreekt. Alles, werkelijk alles, is vergeefs geweest.”

„Je komt er overheen, heus. Ook rouw slijt. Het leven gaat door…”

„Maar dat is juist het ergste”, snotterde ik, „dat leven dat doorgaat. We waren er zo mooi even vanaf. We hoefden niet meer over het boerkaverbod te discussiëren, de euro, Griekenland, Afghanistan, Syrië, Ajax, Cruijff, euthanasie, de zorgsector, we konden overal voor wegvluchten, met een beetje geluk hadden we er nog een week lang álle talkshows, álle tv-journaals en álle kranten mee kunnen vullen…”

    • Frits Abrahams