VEB: Deloitte paste truc toe

Het boekhoudschandaal rond Ahold krijgt een venijnig staartje. Accountant Deloitte wordt tien jaar na dato alsnog aansprakelijk gesteld.

Ruim tien jaar geleden alweer werd bekend dat de top van Ahold had gerommeld met contracten. Het boekhoudschandaal werd een affaire zonder precedent in de geschiedenis van het Nederlandse bedrijfsleven. De top werd strafrechtelijk veroordeeld en onder leiding van de juridische puinruimer Peter Wakkie trof Ahold wereldwijd een compensatieregeling met beleggers voor in totaal 1,1 miljard dollar (nu 830 miljoen euro). Daarnaast kwam het bedrijf schikkingen overeen met de Amerikaanse beurscommissie SEC en met de Autoriteit Financiële Markten.

Ahold heeft alles achter zich gelaten, maar daarmee is de zaak nog niet afgesloten. Voor accountant Deloitte, bijvoorbeeld, moet een groot deel van de strijd nog beginnen. De organisatie en alle 178 partners zijn gisteren door de Vereniging van Effectenbezitters gedagvaard voor de rol die de controleur van de boeken speelde. Volgens de aandeelhouders is Deloitte mede schuldig aan de schade die beleggers door malversaties in Zaandam opliepen. Daar wordt Deloitte nu voor aansprakelijk gesteld.

Jarenlang was Deloitte de huisaccountant van het internationale supermarktbedrijf. De verhoudingen waren goed, eindverantwoordelijk accountant John van den Dries had met zijn medewerkers een vast eigen kamertje op het hoofdkantoor in Zaandam. Hij was binnengekomen nadat de raad van bestuur in 1996 liet weten graag een accountant te hebben die ‘meedenkt’.

In het boekhoudschandaal van Ahold, dat zich in de loop van 2003 ontrolde, bleken er twee grote zaken te spelen. Allereerst had de raad van bestuur documenten verzwegen voor de accountant waardoor zij kon veinzen dat zij de zeggenschap had over dochterondernemingen in Scandinavië en Zuid-Amerika. Maar er bestonden geheime overeenkomsten die dit weerspraken. Door dit te verzwijgen kon Ahold de volledige omzet en operationele winst van deze dochterbedrijven meetellen, terwijl het niet de enige aandeelhouder was. Op die manier werd de omzet in totaal 40 miljard euro en de operationele winst 3,6 miljard euro te hoog voorgesteld. Daarnaast speelde er een fraudezaak bij US Foodservice, een dochterbedrijf in de Verenigde Staten.

De top van Ahold misleidde dus de accountant. Deloitte was slechts een slachtoffer, zo betoogt de accountant al jaren. Maar er zijn vanaf het begin veel vragen gerezen over de opstelling van de accountant. Zo vroeg de accountant 23 keer vergeefs aan de top van Ahold om bewijzen waaruit bleek dat het concern de baas was bij sommige buitenlandse dochterbedrijven. Toen de top daarmee uiteindelijk op de proppen kwam, was de accountant tevreden. Zij stelde geen verdere vragen. Dat gebeurde pas – veel later – toen bleek dat deze bewijzen van Ahold niet deugden. In plaats van dit meteen te openbaren, dacht De accountant na deze ontdekking nog wekenlang mee hoe deze situatie moest worden opgelost.

Vanaf 2003 ligt Deloitte daarom al in het vizier van beleggers die zich gedupeerd voelden. Beroepsorganisatie Nivra deed onderzoek naar de zaak. Net als bij de grootschalige bouwfraude kwam de brancheclub tot de conclusie dat de accountant geen blaam trof en een tuchtprocedure tegen de accountant niet nodig was.

Maar niet iedereen dacht daar zo over. In 2004 startte bedrijvenonderzoeker Pieter Lakeman van Sobi een tuchtprocedure tegen accountant Van den Dries van Deloitte. En Lakeman kreeg gelijk. In 2008 leidde zijn procedure in hoger beroep tot definitieve berisping van de oud-accountant van Deloitte. Hij was nalatig geweest en was „ernstig tekortgeschoten” bij zijn controle van de jaarrekening. Hij gaf blijk van „een grote mate van passiviteit”.

Het openbaar ministerie diende in 2006 ook een tuchtklacht in tegen accountant John van den Dries. Maar justitie trok deze klacht in toen Van den Dries in 2008 werd berispt door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

Waarom dagvaardt de VEB pas nu Deloitte? Volgens directeur Jan Maarten Slagter van de beleggersclub omdat Deloitte vanwege een „onfatsoenlijke truc” in de rechtsgang de dans dreigde te ontspringen. Doordat de maatschap Deloitte een vennootschap is geworden, bestaat het risico dat de accountant na jaren traineren en procederen in zaken van Lakeman alsnog om technische redenen gevrijwaard blijft van claims. Kort gezegd: aan het eind van de procedure zegt Deloitte dat klagers bij het verkeerde loket aanklopten.

Een woordvoerder van Deloitte noemt dit verwijt „onzin”. „Deloitte heeft zich altijd inhoudelijk verweerd en het is openbare informatie dat onze maatschap een vennootschap werd. Dat gebeurde, net zoals bij vele andere accountantskantoren, om hele andere redenen.” Het is aan Deloitte om de komende jaren haar rol goed aan de rechter uit te leggen. Als zij daar niet in slaagt zal dat veel geld kunnen gaan kosten.