Van frietbom tot theater

De 25-jarige theatermaker Ilay den Boer heeft een eigen festival, waarin Joods-zijn, onverschilligheid en voetbal samenkomen.

Ilay den Boer - Dit is mijn vader - Huis van Bourgondie

Zomaar een liedje uit de voetbalkleedkamer: ‘Morgen komt er geen water, maar gas uit de douche!’ De Nederlands-Israëlische theatermaker Ilay den Boer (25) werd bij het jeugdvoetbal herhaaldelijk op een akelige manier getreiterd met antisemitische ‘humor’. „Ik was keeper, en gerespecteerd in het team. Maar als ik een fout maakte – bij een keeper altijd fataal – moest ik me echt bergen. Dan werd ik bijvoorbeeld bekogeld met friet: ‘daar komen de bommen!’”

De voortdurende confrontatie met één hardnekkige pestkop vervulde de kleine Ilay met niet-aflatende angst. Zijn voorstelling Dit is mijn vader gaat daar – mede – over. Daarin plaatst hij zijn eigen zorgelijkheid over de pesterijen tegenover de flierefluitende nonchalance van zijn vader. Die is meer het type: dat is niet zo bedoeld en het valt toch wel mee. „Die extremen zijn gebaseerd op onze werkelijke gevoelens”, zegt Den Boer, „maar ze zijn natuurlijk uitvergroot. Door ze zo naast elkaar te plaatsen ontstaat theater: frictie, wrijving, een gesprek.”

Dit is mijn vader (2010) was de derde voorstelling van Den Boer in wat een zesdelige reeks moet worden. Ervoor maakte hij Eet smakelijk!, over de relatie tussen voedsel en Joods-zijn, en Janken en Schieten! over hoe zijn oma aan een getto in Litouwen ontkwam. De vierde, de jeugdvoorstelling Zoek het lekker zelf uit! gaat over zijn opa, en diens werk met getraumatiseerde kinderen. Alle vier de voorstellingen zijn nu op een festival in het Amsterdamse theater Frascati te zien, met daarnaast gastvoorstellingen, lezingen, workshops, film en debat.

Identiteit, dat is de rode draad in zijn werk, vertelt Den Boer. Dat onderwerp raakt in zijn voorstellingen weer aan andere, concretere thema’s, als muziek, taal, geschiedenis en sport. Rondom die vier subthema’s bedacht Den Boer programmaonderdelen. Op de avond over taal toont hij de documentaire Mad about English, over Chinezen die massaal Engels leren vanwege de Olympische Spelen. En Den Boer en zijn vader spelen Dit is mijn vader – in het Frans. „Mijn vader beheerst het Frans goed; ik minder, en ik ben in de strijd tussen ons dus opeens in het nadeel. Dat brengt een nieuwe spanning in het stuk: hij kan het Franse publiek inpakken, ik ben hulpelozer.”

De thema’s die Den Boer met zijn werk aansnijdt zijn explosief, zeker voor een Joods publiek. Dit is mijn vader roept bij de tours in het buitenland heftige reacties op. „Mensen zijn in tranen. Of ze zijn juist kwaad, op de nonchalance van mijn vader over antisemitisme.” De grootste ophef rond het stuk ontstond niet in Bosnië of Israël, politieke brandhaarden waar je dat wellicht verwacht, maar in Parijs. „Dat was het moeilijkste moment dat ik ooit op het podium stond. Bijna heb ik de voorstelling stilgelegd. We kregen het Parijse publiek niet mee. Ze bleven rumoerig, opstandig. Mensen liepen weg. Iemand riep: ‘Ik kan hier niets mee, dit is saai.’ Ik heb het weten te keren, maar het was heel, heel zwaar. En ik begreep het ook niet. In Parijs! De schouwburgdirecteur zei na afloop dat juist de Parijse elite liever haar ogen sluit voor dit soort thematiek. Ze vluchten ervoor.”

Identiteit en sport, die relatie is nauw en licht ontvlambaar, merkte Den Boer aan den lijve. „Gevoeligheden en pesterijen daarover spelen in het profvoetbal, meer nog bij amateurclubs, en al helemaal bij supportersverenigingen.” En dan heeft hij het niet specifiek over antisemitisme. „In de kleedkamer klinkt toch al snel: we spelen tegen dat Turkenteam. Vaak wordt er niet eens iets lelijks mee bedoeld, maar er wordt wel op nationaliteit of ‘ras’ onderscheid gemaakt.” Dat kan onschuldig zijn, maar even makkelijk ontsporen. „Dat Italiaanse voetballers, als ze tegen Joden spelen, voor de wedstrijd meteen zó staan...” – steekt arm gestrekt omhoog, en houdt zijn wijsvinger onder zijn neus – „dat gaat echt veel te ver”.

Den Boer voetbalt nog steeds, hij weet uit ervaring welke emoties er kunnen spelen. „In die rare minisamenleving die het voetbal is, moeten heel verschillende mannen met elkaar door één deur: de solisten, de groepsmensen, de stille, de grote bek. Terwijl tegelijk het testosteron je om de oren vliegt. Dat gaat weleens mis.”

Om het onderwerp bespreekbaar te maken onder voetballers, heeft hij een speciale middag voor hen georganiseerd, op zaterdag 11 februari. Eerst wordt er gevoetbald bij zijn eigen club ASV Arsenal: de vaders tegen de zonen, Den Boer en zijn vader voetballen ook mee. Dan bekijken ze met elkaar in theater Frascati de documentaire Goal Dreams, over het Palestijnse voetbalelftal dat zich probeert te plaatsen voor het WK. „Met een frietje en een biertje erbij.” Vervolgens spelen Den Boer en zijn vader Dit is mijn vader. Daarna volgt er nog een nagesprek.

„Het is bijzonder: er zullen daar jongens zitten die nog nooit één voet in het theater hebben gezet. Voor voorstellingen met een specifiek thema, zoals de mijne, is een bredere doelgroep dan het traditionele theaterpubliek. Die groepen moeten theatermakers beter bereiken. Ik wil theater maken midden in de maatschappij.”

Om dat te bereiken is Den Boer bezig met een project waarbij hij maatschappelijke en commerciële partners bij zijn voorstellingen zoekt. Hij is in overleg met afkickklinieken, voor een samenwerking rondom zijn nieuwe voorstelling Broer, over de (overwonnen) drugsverslaving van zijn jongere broertje. En voor een groot project rondom Dit is mijn vader, zijn er „serieuze plannen” met de KNVB. „Ik wil tenminste drie keer een megaproject organiseren rond Dit is mijn vader, over vaders en zonen, voetbal en discriminatie. Samen met prof- en amateurvoetbalclubs, supportersverenigingen en sponsors. Met allerlei maatschappelijke activiteiten en projecten rondom de thematiek. Ik wil dan spelen in voetbalkantines.”

De Week van de Belofte, t/m 11 feb in Theater Frascati. Info: hetbeloofdefeest.nl

    • Herien Wensink