Uit spelen zonder nanny

De meeste wachtende dames op het schoolplein dragen witte kleren. Shorts, T-shirts en slippers. Bijna allemaal zijn ze donker. Verderop staat een kleiner groepje blanke vrouwen; hooggehakt, de ogen schuilend achter Ray Bans, met chique tasjes en hippe jurkjes.

De donkere vrouwen zijn de nanny’s, ze komen de kinderen van hun bazen ophalen. De schoolvakantie is voorbij, en het zijn er weer meer dan vorig jaar.

Hieraan herken je een opkomende natie: met de welvaart komt de nanny. En passant wordt het standsverschil tussen blank en donker zichtbaar, dat ook in smeltkroes Rio de Janeiro bestaat.

De blanke vrouwen zijn een paar meegekomen moeders. Een van hen is Renata, de moeder van Duda, een klasgenoot van mijn dochter. Duda’s nanny, babá in Brazilië, staat een eindje verderop met collega’s te praten. Binnenkort komt Duda eens bij ons thuis spelen, spreken we af. Renata vraagt of het goed is dat de nanny dan ook meekomt. Ach, dat is toch niet nodig, zeg ik, die meisjes vermaken zich zelf wel. Renata kijkt bezorgd, maar zegt niets.

Het meesturen van de babá is normaal hier. Kinderen van de Braziliaanse elite en middenklasse worden allemaal opgevoed door een babá. In sommige gezinnen heeft ieder kind een eigen nanny. Dan zijn er nog de weekendbabá’s, die werken als hun doordeweekse collega’s vrij zijn.

Duda’s doordeweekse babá is de 39-jarige Anete Monteira, zelf moeder van drie kinderen (van 22, 16 en 12 jaar). Als zij werkt, worden haar twee jongste kinderen opgevangen door een tante. Monteira ziet hen alleen in het weekeinde. Donkere wallen verraden een zwaar leven. „Maar als ik niet als babá zou werken, hadden mijn kinderen niets te eten”, vertelt Monteira op het schoolplein.

De dagen van een babá zijn vaak lang. Ze volgt het kind als een schaduw. Trekt zijn schoenen aan, kleedt hem, doet hem in bad, brengt hem naar school en draagt zijn tas. Een zevenjarige kan zich amper zelf aankleden. Sommige babá’s slapen op de kamer van het kind, zodat papa en mama er ’s nachts niet uit hoeven.

Ook neemt de babá het kind mee naar de bioscoop of theater als de ouders bijvoorbeeld aan het winkelen zijn. Gaat een familie een dagje naar het strand, dan is de babá, gekleed in het wit, ook van de partij. En tijdens de zondaglunch, een traditioneel familiemoment, eten de nanny’s vaak mee. In restaurants zie je regelmatig aan het einde van een lange tafel de babá bij de kinderen zitten. Als er eentje naar het toilet moet, gaat zij mee. Laat een dochter een pop slingeren, dan raapt zij die op.

Een speelafspraak zonder babá is een kleine revolutie in het leven van Duda, mijn dochters vriendinnetje en haar moeder. Die moet zichtbaar wennen aan het idee dat haar zevenjarige in haar eentje uit spelen gaat. Aarzelend zegt ze: „Er is een probleempje. Duda kan niet zelf haar billen afvegen.”

Philip de Wit

    • Philip de Wit