Tocht der Tochten? Nee, Koorts der Koortsen

Hoe kan 200 kilometer ijs van minder dan 15 centimeter dik een natie grijpen? Sociologen zien in de Elfstedentocht een onvervalst volksfeest. En een mediastorm helpt enorm.

De Blauhúster Dakkapel oefende gisteren nog voor de Elfstedentocht op de Waterpoort in Sneek. Na veertig jaar optreden stopt het wereldberoemde dweilorkest er eind dit jaar mee. Foto Persbureau Noordoost

„Is dit nu het einde van de Elfstedenkoorts?”, vroeg een teleurgestelde journalist gisteravond op de persconferentie van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. Een veelzeggende vraag. De persconferentie gaf immers geen uitsluitsel over koorts, maar over het al dan niet doorgaan van de Elfstedentocht. De voorzitter van de vereniging, Wiebe Wieling, antwoordde met een glimlach. „Daar ga ik niet over.”

Nederland beleeft deze winter geen Tocht der Tochten – waarschijnlijk niet. Maar de Koorts der Koortsen, die hebben we alvast meegemaakt. Gesprekken bij de koffieautomaat die alleen nog gingen over de ijsdikte op de Luts in Balk, André Kuipers die vanuit de ruimte Friesland fotografeerde, en 22 rayonhoofden die even meer zeggingskracht hadden dan kabinet en Tweede Kamer samen.

Vanwaar die gekte?

Het is de sociologie van het ijs, zegt Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hij bedoelt: „IJs is een vrije ruimte. Het is van niemand, dus van iedereen. Sociale verschillen vallen weg. De advocaat van de grachtengordel staat op de schaats naast de melkboer uit Bartlehiem. Dat wekt gemeenschapszin.”

Marnix Koolhaas, schaatshistoricus, spreekt over het „carnaval van het Noorden”. „Schaatsen is een volksfeest. Al sinds de zestiende eeuw. Op het ijs gelden geen wetten. De wereld op zijn kop. Heel carnavalesk.”

Schnabel: „Geld speelt ook geen rol, bij de Elfstedentocht. Deelnemers verdienen niks. En iedereen die meedoet, wint.”

Een soort vierdaagse on ice, dus. Maar dan grilliger. IJs voegt zich niet naar keurig repeterende cycli, zoals de jaarlijkse vierdaagse, of de Olympische Spelen elke vier jaar. En dat maakt de opmaat naar de Tocht der Tochten spannend, zegt socioloog Abram de Swaan. „De enige vraag die de afgelopen dagen telde, luidde: is het koud genoeg? Ik noem het een factor van suspense. Daarom stonden de kranten er ook bol van.”

Voor De Swaan was het Elfstedennieuws bovendien een welkome afwisseling van het nieuws van de meeste andere dagen. „Dit nieuws was spannend vanwege het weer, de temperatuur. Normaal gesproken zit er strijd in het nieuws. Conflict en vernietiging. Nu legde het verhaal over het kamp-Cruijff versus het kamp-Van Gaal het af tegen zoiets onschuldigs als ijsvorming in Friesland.”

Cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers schrijft de Elfstedenkoorts toe aan het „krachtige ritueel” van de Elfstedentocht. „Het ritueel is én herkenbaar én levendig. Het is herkenbaar omdat het zich voltrekt langs vaste patronen. De rayonhoofden die samenkomen, de folkore van het meten van het ijs. En tegelijkertijd is er chaos. Want iedereen is volledig afhankelijk van het weer. Dat brengt het ritueel tot leven.”

Media maakten volop gebruik van dat ritueel, aldus Rooijakkers. Zie De wereld draait door: drie dagen achtereen een Elfstedenshow met schaatsers Tuitert, Wennemars en Hulzebosch. Rooijakkers: „Televisie en kranten, het was voor een groot deel herhaling. Gaat het wel of niet door? Het werd een repeterende mantra. En ik las en bekeek het allemaal, merkte ik. Niet om nieuwe informatie in te winnen, want die was er nauwelijks. Ik las om me onderdeel te voelen van het ritueel.”

Volgens Rooijakkers stelt de Elfstedentocht Nederlanders in staat de „eigenheid van hun land te markeren”. „Schaatsen is het trotseren van het water. Volgens velen het wezen van Nederland. Niet voor niets vroeg Willem-Alexander Máxima ten huwelijk terwijl hij op schaatsen stond.”

De Swaan: „Mensen hebben het gevoel: die schaatswedstrijd is Nederlands. Water is onze wildernis, de vaarten zijn onze bergen. Af en toe is het aardig zich die Nederlandse identiteit aan te meten.”

Die behoefte aan het benadrukken van nationale eigenheid is nu sterker dan `vijftien jaar geleden, toen de laatste Elfstedentocht plaatsvond, denkt Rooijakkers. „Het debat over identiteit moest nog komen. De kritiek op de multiculturele samenleving, de opkomst van Fortuyn, de canon van de vaderlandse geschiedenis – het lag allemaal nog in het verschiet.”

Zo bezien was de aanloop naar de Elfstedentocht een „geschenk uit de hemel”, zegt cultuurhistoricus Rooijakkers. „Eindelijk, eindelijk, konden we laten zien wie we zijn. Althans, wie we graag willen zijn. Bedwingers van onberekenbare natuur.”

Het is het snakken naar heldhaftigheid uit een nostalgisch land van ooit. Jongens van Jan de Witt. Barre winters. De hel van ’63.

„Het heldendom van de Elfstedentocht spreekt aan”, zegt Paul Schnabel. „Gewone mensen met gewone kantoorbanen, die op karakter een tocht moeten uitrijden. Waar moet hun heldhaftigheid anders nog zitten?”

Deze winter zit die heldhaftige tocht er naar alle waarschijnlijkheid niet meer in. En ook dat maakt de Elfstedentocht aantrekkelijk. Het land is wit en glad, treinen ontsporen, auto’s glijden in het ijswater, en zelfs dan gaat de Tocht der Tochten niet door.

Het is versiertruc nummer één: playing hard to get. En het enige dat wij kunnen doen, is koortsachtig smachten.