Op naar het ziekenhuis met beursnotering?

Commerciële investeerders in ziekenhuizen zullen de trends versterken. Meer fusies. Meer ruzies. Meer toezicht. Meer kosten?

Het Slotervaart ziekenhuis (rechts de hoofdingang) in Amsterdam wordt verkocht. FOTO: BRAM BUDEL niet aansnijden aub. als het moet bel me dan Bram Budel

Elke nieuwe stap van de overheid in de commercialisering van de gezondheidszorg verloopt volgens beproefd procedé. Onder druk wordt alles vloeibaar.

Private investeerders waren aanvankelijk alleen welkom als ziekenhuizen bankroet dreigden te gaan, zoals het Slotervaartziekenhuis Amsterdam en de IJsselmeerziekenhuizen. Nu wil minister Edith Schippers (Volksgezondheid; VVD) de grote sprong voorwaarts maken. Rendementsbeluste geldschieters zijn meer dan welkom in de ziekenhuiszorg (met uitzondering van universitaire medische centra) en na drie jaar mogen ziekenhuizen hen onder een aantal voorwaarden ook geven waar zij voor komen: rendement. Op naar het beursgenoteerde ziekenhuis?

De gevolgen zullen verstrekkend zijn. Voor de macht binnen ziekenhuizen, voor de bedrijfstak, voor de minister en voor de burger in zijn veelvormige rol als patiënt of familielid, als belasting- en zorgpremiebetaler en als kiezer.

Ziekenhuizen zijn de volgende op de lijst van maatschappelijke sectoren waar de overheid ruimte maakt voor professionele financiers of zich terugtrekt als eigenaar. Dat hoeft voor de consument niet automatisch slecht uit te pakken. Openbare telefonie is een kenmerkend voorbeeld van wat managers een win-winsituatie noemen: meer waar voor minder geld. Maar het kan ook anders: de woningcorporaties entameren sinds hun financiële en organisatorische verzelfstandiging in 1995 een onovertroffen serie van individuele misstappen. Zie het Vestia-debacle.

De komst van private investeerders bij ziekenhuizen zal de bestaande trends in de bedrijfstak een onomkeerbare impuls geven. Dat zijn trends als krachtenbundeling en schaalvergroting, prioriteit voor omzet- en resultaatgroei en de strijd om de macht tussen de professionals (lees: medisch specialisten) en de managers.

Private investeerders staan van nature aan de kant van de managers, al was het maar omdat zij dezelfde (cijfer)taal spreken. Minister Schippers oppert dat private investeerders meer innovatie met zich meebrengen. Dat veronderstelt dat nieuwe financiers zeker zo veel weten van de zorg als de managers nu, of dat zij steviger onderhandelaars zijn.

In maatschappelijke sectoren die de omslag maken naar commerciële aandeelhouders is een stroom fusies een gebruikelijke reactie. Groter is sterker is meer kans op overleven. Dat zag je bij de energiebedrijven, bij de zorgverzekeraars, bij de kinderopvang, bij woningcorporaties en nu ook bij hoger onderwijs en universiteiten. Groter is ook: een groter bedrag op de loonstrook van de bestuurders. En groter is ook: aantrekkelijker voor buitenlandse (financiële) opkopers.

Onderschat de dynamiek van nieuwe investeerders niet. Wie als eerste met privaat kapitaal een grote zorgondernemer wordt, dwingt anderen hem te volgen.

In deze trends is de botsing met de minister al voorgeprogrammeerd. Minister Schippers heeft vorig jaar een akkoord gesloten met de zorgverzekeraars en de ziekenhuizen dat de omzetgroei juist moet temperen. Maar een private investeerder zal alleen in zee gaan met ziekenhuizen die juist meer omzet kunnen maken, want dat biedt de beste garantie voor meer resultaat en de uitbetaling van zijn rendement.

De confrontatie bij het onderwerp krachtenbundeling/schaalvergroting heeft eenzelfde dimensie. Schippers wil dat ziekenhuizen zich meer specialiseren op verrichtingen waar zij kwalitatief én kwantitatief een voorsprong kunnen nemen. Dat kan tot nieuwe fusies leiden. Maar de Kamer wil juist een strengere toets op fusies. Niet nog meer zorgconglomeraten die à la Meavita en de Zonnehuizen zomaar over de kop gaan.

Nog een ervaringsfeit uit de commercialisering van maatschappelijke sectoren: extra investeringen in adequaat financieel én zorginhoudelijk toezicht zijn cruciaal om ongelukken te reduceren. Kortom: meer geld en mensen voor Inspectie en Nederlandse Zorgautoriteit.

Maar alles begint en eindigt met de patiënt die snel, goed en vriendelijk geholpen wil worden. Zijn zorg wordt hoe dan ook duurder, dat is een gevolg van vergrijzing, technologie en de oneindig grote vraag. Dat is geen exclusief Nederlands probleem, maar geldt voor alle westerse landen, ongeacht de organisatie en financiering van de gezondheidszorg.

Wie betaalt die hogere rekening? De patiënt met extra eigen bijdrages. Of u en ik, de anonieme belasting- en premiebetaler? Zeker is: zorg leeft. De kwartaalonderzoeken van denktank SCP illustreren de intense opvattingen van de burgers. Zorg staat in de top-5 van zaken waar mensen zich zorgen om maken en in de top-3 van onderwerpen waaraan de overheid volgens burgers meer geld moet besteden. Je kunt er verkiezingen mee winnen én verliezen.

    • Menno Tamminga