Na de Turken zijn wij nu aan de beurt

De PVV heeft een meldpunt geopend voor klachten over mensen uit Midden- en Oost-Europa. De Polen walgen van het initiatief.

Stadsverslaggever Rotterdam

Maasdijk. Voor de ingang van hortensiakwekerij Sjaak van Schie in Maasdijk staat een rijtje auto’s. Witte nummerborden, zwarte letters. Hier zijn Polen aan het werk. Arbeiders aan wie, volgens de PVV, menig Nederlander zijn baan is kwijtgeraakt. De partij opende gisteren een meldpunt waarop burgers „overlast, vervuiling en verdringing op de arbeidsmarkt” door „Midden- en Oost-Europeanen” kunnen melden. De Poolse ambassade noemde het initiatief gisteren „beledigend” en „discriminatoir”.

In het kassencomplex in Maasdijk knipt de 37-jarige Anetta Szczesna een hortensia. De Poolse snapt niets van het initiatief van de PVV. Ze is een half jaar geleden door haar man naar Nederland gehaald. Hij werkt als elektricien, zij plukt bloemen. In de avonduren zorgen ze voor hun dochtertje en schilderen ze het nieuwe huis dat ze onlangs hebben gekocht. Anetta kent de heersende opinie over haar landgenoten. „Men praat slecht over ons. We zouden alleen maar drinken en stelen.” Maar volgens Anetta leven de meeste Polen een sober bestaan, zoals zijzelf. „Ik sta op, werk de hele dag, en ga weer slapen. Hoe kan ik nou zorgen voor overlast?”

Tvkasz Ktopotowski (27), heftruckchauffeur, heeft weleens gehoord van Geert Wilders. „Met dat blonde haar, toch?” Ktopotowski voelt zich gediscrimineerd door het meldpunt van de PVV. „Die Wilders heeft ook een hekel aan Turken en Marokkanen. Nu zijn wij blijkbaar aan de beurt.” Polen hebben al een slechte naam in Nederland, weet Ktopotowski. Hij merkt het als hij op een feestje in gesprek raakt met Nederlandse meisjes. „Als ik zeg dat ik uit Engeland kom, ben ik oké. Maar als ik mijn echte nationaliteit vertel, is het: ‘Ooh, je bent Pools. Bye bye’.”

„We doen alles verkeerd”, zegt bloemensnijder Stawomir Szelag (27). „In mijn vorige woonplaats had ik problemen met mijn buurman. Waar ik mijn auto ook parkeerde, hij stond altijd op de foute plek. Sommige mensen blijven je zien als immigrant. Ook al heb je goede bedoelingen.”

Hij begrijpt het wel. De cultuurverschillen zijn groot, zegt Szelag. „In Polen mag je tot tien uur ’s avonds alles doen wat je wilt. In Nederland is dat anders. Hier vinden mensen dat je ’s avonds stil moet zijn, omdat de kinderen al slapen. Nadat ik daar door buren op ben gewezen, hou ik het rustig.”

Ktopotowski vindt dat het gedrag van Polen in Nederland onder een vergrootglas ligt. „We doen dezelfde dingen die iedereen doet. In het weekend ontmoeten we vrienden, gaan naar de bar en drinken een biertje. Daar is toch niets mis mee?” En bovendien: Polen zitten nauwelijks in de bijstand. „Wij werken”, zegt Ktopotowski, „iedere Pool is hier om te werken.”

Voor de PVV ligt daar nu juist het probleem. ‘MOE-landers’, zoals Midden- en Oost-Europeanen worden genoemd, maken zich volgens de partij schuldig aan „verdringing op de arbeidsmarkt”.

Bedrijfsleider Ruud Gibcus schiet in de lach als hij het hoort. In de hortensiakwekerij werken 150 Polen en 25 Nederlanders. Scheve verhoudingen, zegt Gibcus. „Ik zou dolgraag meer Nederlanders toevoegen aan mijn werknemersbestand, maar ze willen niet. Nederlanders zijn niet gemotiveerd genoeg om de hele dag etiketten te plakken voor een minimumloon.”

„En wij doen het graag”, zegt Szelag. „Kijk, natuurlijk profiteren wij van de hoge salarissen hier. Maar dat doen jullie in Polen ook. Nederlanders bouwen daar huizen omdat de grond zo goedkoop is. Wie profiteert nou van wie?”

Dan trekt Szelag zijn rubberen handschoen weer aan. De tijd is op, hij loopt terug naar zijn band met groene hortensiabloemen. Het komend uur moet hij nietjes zetten. Leuk werk? Szelag: „Het is werk.”

    • Andreas Kouwenhoven