Column

Man overboord! O, laat maar, het is de Griek

Geen man overboord, zo zei eurocommissaris Kroes gisteren verkeerd geïnterpreteerd te zijn over een eventueel Grieks bankroet. Afgezien van de gebruikelijke ontkenning van wat gezegd is als er gedoe van komt – de op één na oudste daad ter wereld – heeft Kroes volkomen ongelijk. Er is dan wellicht wél een man overboord. De vraag is alleen hoe erg dat is.

De stress op de Europese financiële markten is sinds het begin van dit jaar behoorlijk afgenomen. De rente op Italiaanse en Spaanse staatsleningen met een looptijd van tien jaar naderde of overschreed eind 2011, op het hoogtepunt van de crisis, nog de 7 procent. Dat was het niveau waarop achtereenvolgens Griekenland, Ierland en Portugal financiële steun moesten aanvragen. De Italiaanse rente is inmiddels gedaald tot 5,55 procent, die van Spanje tot 5,27 procent. Zelfs Ierland dook gisteren even onder de 7 procent. De aandelenkoersen staan inmiddels op hun hoogste punt in zes maanden, de kosten van credit default swaps op bedrijfsleningen zijn spectaculair gedaald en beleggers tekenen zoetjes weer in op obligatieleningen van zuidelijke banken: Vorige week het Italiaanse Intesa Sanpaolo en het Spaanse Santander, binnenkort volgen anderen. De euro staat inmiddels weer op bijna 1,34 dollar.

Dat werpt de vraag op of de markt op weg is naar een nieuwe self fulfilling prophecy. Toen het fout ging met de eurozone, gingen de rentevoeten van zwakke landen omhoog. Hogere toekomstige rentebetalingen leidden tot prognoses voor hogere begrotingstekorten en staatsschulden. En die bijbehorende angst daarvoor dreef dan de rentevoeten weer op. Dat kan natuurlijk ook andersom, en het is al eens gebeurd: in de aanloop naar de monetaire unie zelf. Toen de markten in de loop van 1996 doorkregen dat de muntunie er écht van zou komen, daalden de rentevoeten van Italië, Spanje, Portugal en later Griekenland na in de richting van het toekomstige ‘gemeenschappelijke’ Duitse niveau. Dat verbeterde alle toekomstige begrotingsparameters zodanig dat de daling zijn eigen dynamiek kreeg.

Stel nu dat we aan de vooravond staan van weer zo’n positieve spiraal. Waar komt dat dan door? Is het omdat de markt er stiekem toch wel in gelooft dat de Griekse regering in staat is om te voldoen aan de bezuinigingseisen van EU, IMF en ECB en op 20 maart keurig de 14,5 miljard euro aan rente en aflossingen op zijn obligaties betaalt? Minister van Financiën Venizelos vertrok vanmorgen met lege handen naar Brussel, waar zijn euro-collega’s met groeiende irritatie wachten. Wie het uiterst gedetailleerde IMF-rapport over Griekenland van december doorspit zal zien hoe hopeloos de situatie eigenlijk is. Als alles, maar dan ook werkelijk alles goed gaat, heeft het land over acht jaar een staatsschuld van 120 procent van het bruto binnenlands product. Dat is nog altijd een derde meer dan de 90 procent die volgens de economen Rogoff en Reinhardt geldt als het uiterst houdbare op termijn. En zelfs als Griekenland het nu redt, dan zijn er de verkiezingen van april, met onvoorspelbare gevolgen.

Schudt de markt dat nu allemaal van zich af? Dat laat mogelijkheid twee: Griekenland is in wezen al afgeschreven. Al het politieke dralen van de afgelopen twee jaar heeft er voor gezorgd dat het probleem van een Grieks failliet al wat minder schrikbarend is geworden – al moet het zeker niet worden onderschat. De markt is, vooruitlopend op een mondiaal economisch herstel, als een luchtballon die hoogte probeert te winnen. Een man overboord is weliswaar een offer, maar als het de Griek is dan redt hij met zijn val uit de mand misschien de rest van de opvarenden. Kroes heeft gelijk. Ze is volkomen verkeerd geïnterpreteerd.