Liedjes als vloeibaar graniet

Tribes is een band met vier charismatische voormannen. Ze spelen wulpse rock met vrouwelijke elementen, en werden al betiteld als de ‘redding van de rock-’n-roll’. „Rock-’n-roll zal nooit verdwijnen. Er zullen altijd weer jonge mensen een gitaar oppakken en gaan spelen.”

Tribes vlak voor hun optreden op Eurosonic 2012. Van links naar rechts: Jim Cratchley, Johnny Lloyd, Dan White, Miguel Demelo Foto Andreas Terlaak

Er zijn bands met één voorman, begeleid door muzikanten, en er zijn bands die uitsluitend uit voormannen lijken te bestaan. Denk aan The Beatles, The Stones, The Clash, Nirvana, The Strokes of The Libertines.

Ook rockband Tribes, uit Londen, is de optelsom van vier uitgesproken persoonlijkheden. Zelfs in de met tl-buizen verlichte kleedkamer, waar ze kibbelen om een doos mini-Mars, is het charisma duidelijk: van drummer Miguel Demelo, met het voorkomen van een Amerikaanse honkballer, de stoïcijnse bassist Jim Cratchley, zanger Johnny Lloyd met meisjesblouse, en van gitarist Dan White die lijkt op Brian Jones, van vóór het verval.

Wervender nog dan hun uiterlijk zijn de liedjes, die als vloeibaar graniet over de luisteraar worden uitgestort. Zoals te horen op de recentelijk verschenen debuut-cd speelt Tribes epische ballades en wulpse rockmelodieën, met voldoende androgyne elementen om een aangename verwarring te veroorzaken. De vrouwelijkheid zit hem in de hoge uithalen in de zang van Johnny Lloyd en de verrassend gevoelige teksten.

Hun stijl vindt weerklank bij het publiek. En niet alleen dat van de roddelbladen die onlangs beweerden dat gitarist Dan White verkering heeft met actrice Scarlett Johansson (niet waar, het was slechts één kus), maar ook bij de Engelse fans, die de bandleden tijdens optredens bestormen.

Abbey Road

Nu zitten de muzikanten naast elkaar op een bank en discussiëren over de opbouw van You Never Give Me Your Money, het Beatle-liedje van Abbey Road, uit 1960. Dan White speelt een paar noten op zijn gitaar: „Kijk, ze gingen van hier naar hier. Met al dat moduleren zitten er zo’n achttien akkoorden in. Op papier zou het nooit kunnen werken.” Johnny Lloyd: „Maar door de soepele manier waarop ze het spelen klopt het.”

Proberen ze een dergelijke werkwijze zelf ook uit? White: „We zijn niet bang voor ingewikkelde akkoordenreeksen. De meeste liedjes zijn overzichtelijk. Maar een nummer als Alone Or With Friends heeft een opbouw die vreemd lijkt op papier. Het lijken losse stukjes, die uiteindelijk bij elkaar passen doordat we het vanzelfsprekend brengen.”

Tribes werd twee jaar geleden door de vier muzikanten opgericht, in een kelder in het Londense Camden. Ze oefenden, schreven nummers en werden al na het verschijnen van de eerste EP, We Were Children, in eigen land omschreven als de ‘redders van rock-’n-roll’.

Terwijl de band afgelopen zomer liedjes schreef voor de debuut-cd en toerde langs Britse concertzalen, barstten in Londen, Birmingham en Manchester de rellen los onder ontevreden jongeren. Die werden de aanleiding voor de nieuwe single Corner Of An English Field, dat niet boos of verontwaardigd klinkt, maar eerder een eenzaam gevoel beschrijft: „In the corner of an English field/ With the devil trying to cut a deal/ I’ve decided I don’t want to go home”. Lloyd: „Het gaat over opgroeien in Engeland. Over kwesties met de autoriteiten, de politie, over de rellen. Wij zijn de jonge generatie, wij moeten daar iets tegenover zetten.”

Ondanks hun ruige geluid en een muzikale stijl die verwant is aan die van de Rolling Stones ten tijde van Exile On Main St (1972), is van Tribes weinig opruiends te verwachten. Lloyd heeft als schrijver een observerende blik, zoals blijkt uit het nummer Sappho, over een lesbische relatie, waarin hij, na een uitdagende ouverture, fluistert: „How do you tell a son that his daddy left his mum when she fell in love with a girl like you?”

Lloyd: „We zijn muzikaal beïnvloed door The Rolling Stones en Led Zeppelin, maar aan onze teksten kun je merken dat we nú leven. Dit soort beschouwingen was in de jaren zeventig niet gangbaar, voor een rockband.”

De band is zich bewust van de invloed van voorbije generaties. Zo krijgt de sirene-achtige solo waarmee Clash-gitarist Mick Jones in 1978 het liedje I Fought The Law – oorspronkelijk van The Crickets – opsierde, een tweede leven als opening van When My Day Comes. Lloyd: „Ik had het bedacht, en ontdekte toen dat iemand anders het ook al bedacht had.”

White: „Maar dat deed iedereen. Jimmy Page, The Beatles, Keith Richards, ze plukten allemaal uit andermans werk. Wij kunnen niet meer citeren uit blues of countryrock, want dat deden zij al. Dus wij moeten het doen met de generatie daarna. Zoals The Clash.”

Laatste benen

Tribes is van plan de wereld te veroveren. Toch wordt in Engeland beweerd dat het rockgenre op zijn laatste benen loopt. Popsterren zouden ‘winnen’ van rocksterren. In 2011 liep het aandeel van rocksongs in de hitparade terug van 31,2 naar 29,4 procent (wat in 2004 nog 41,5 procent was). Het Britse publiek houdt meer van popsterren als Adele en Bruno Mars dan van rockmuzikanten als Beady Eye.

Lloyd: „Het is al eerder gezegd, maar uiteindelijk zal rock-’n-roll nooit verdwijnen. Er zullen altijd weer jonge mensen een gitaar oppakken en samen gaan spelen.”

White: „Er wordt niet minder rock-’n-roll gespeeld. Er is iets anders aan de hand. In iedere kelder in Londen zit een jonge gitaarband te oefenen, maar platenmaatschappijen brengen alleen nog confectiepop uit. Dat is wat moet veranderen: de houding van de muziekindustrie.”

Lloyd: „Rock-’n-roll blijft een ijzersterk concept. Want wat is er mooier dan vier mensen in een oefenruimte, die hun gezamenlijke bestemming proberen te vinden?”

De cd ‘Baby’ van Tribes is nu uit bij V2. Optreden: 26/2 Bitterzoet, Amsterdam.