Jammer, jammer, jammer

Gisteren nog 25 kilometer geschaatst, ergens in het Groene Hart. Het ging best lekker, al zijn de specifieke schaatsspieren wat stram geworden. Na het tochtje was de hoop gegroeid: ik zou de 200 kilometer misschien kunnen bolwerken. Heel misschien. Goed de krachten verdelen, goed eten, hopen op een rustig windje. Etcetera.

De stress is weg. Het hoeft niet meer. Om acht uur gisteravond zeiden we hier in huis heel hard: chips! Dat andere woord is verboden. Zelfs nu.

En toch snap ik het niet. Het KNMI meldt dat het nog drie nachten rond de tien graden vriest. Drie nachten tien graden! Dan is de situatie toch een stuk beter?

Ik zag allemaal sympatieke rayonhoofden op televisie. Ze hebben met al die vrijwilligers hard hun best gedaan.

Maar er knaagt iets. Had die man in Emmen gelijk, die zei dat ze in Friesland te laat in actie zijn gekomen met hun sneeuwschuivers? En had het leger in plaats van vijftig man, niet duizend man moeten inzetten, drie dagen eerder dan ze nu deden? Hadden de rayonhoofden vanavond niet even bijeen moeten komen? En morgen opnieuw? Kom op zeg, het gaat wel om de ELFSTEDENTOCHT. Als Groninger zeg ik: Friezen, jullie zijn wel iets té nuchter.

We waren zo dichtbij.