Netwerk van "ouwe jongens' bij politiechefs

ROTTERDAM, 8 MEI. De burgemeester van Tilburg, G. Brokx (CDA), beschuldigt de Nederlandse politiechefs ervan dat zij doelbewust een “closed shop” in stand houden. Bestuurders hebben nauwelijks greep op benoemingen van de korpschefs omdat “die lieden onderling afspreken wie waar solliciteert”, aldus Brokx, die beheerder is van het korps Midden- en West-Brabant, een van 's lands grootste politiekorpsen.

De Tilburgse burgemeester heeft de politiechefs enkele jaren geleden op een interne bijeenkomst gewaarschuwd dat hun optreden tot toenemende problemen met politici zal leiden. “Ik heb ze gezegd: jullie dreigen in dezelfde positie terecht te komen als de generaals in de jaren zeventig”, aldus Brokx.

De meeste politiechefs weerspreken de stelling van Brokx, maar ook de korpschef in Utrecht, J. Wiarda, zegt dat er “bij de politie mensen [zijn] die alles in elkaar proberen te steken”. Volgens Wiarda betreft het “een circuit dat bijhoudt wie waar solliciteert en dat een cultuur van "voor wat hoort wat' in stand wil houden. Ik vind het fout, het leidt tot inteelt. Maar het bestaat wel degelijk”.

Het Tweede-Kamerlid G. Koffeman (CDA), voormalig voorzitter van de christelijke politiebond, stelt dat de top van de politie functioneert als een “old boys-network”. Koffeman zegt dat hem vorig jaar, toen hij zijn zetel in de Kamer tijdelijk niet vervulde wegens een justitieel onderzoek naar mogelijke belastingfraude, een baan werd aangeboden door een belangrijke Nederlandse korpschef voor het geval hij zou worden veroordeeld. “Later ben ik op alle punten vrijgesproken, dus het was niet nodig. Maar dan zie je toch hoe positief zo'n old boys-network kan functioneren”, aldus Koffeman. De vijf invloedrijkste korpschefs van dit moment - Nordholt (Amsterdam), Hessing (Rotterdam), Brand (Den Haag), Wiarda (Utrecht) en De Wijs (landelijk politiekorps) - werden een kleine 25 jaar geleden vrijwel tezelfdertijd geschoold aan de politie-academie. Volgens Nordholt is daardoor een bijzondere onderlinge verstandhouding ontstaan die maakt dat ze zeer vlot samenwerken. “Wij begrijpen elkaar heel goed, wij weten van elkaar hoe we denken”, aldus de korpschef van de Amsterdamse politie.